Parijs; Een hooggestemd spiegelgevecht

PARIJS, 13 JUNI. Voor Frankrijk is Europa een politiek ideaal en een economisch spook. De worsteling met die tegenstrijdige waarheden is het spiegelgevecht dat Frankrijk uitvecht met heden, verleden en toekomst. Hartstochtelijk en hooggestemd. Met veertien andere lidstaten als onvrijwillige toeschouwers.

Objectief gezien heeft Frankrijk zich in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Lionel Jospin heeft de verkiezingen op 1 juni mede gewonnen door zich af te zetten tegen het Europa dat maandag in Amsterdam weer een stap naderbij komt. Door zich bovendien te profileren als reïncarnatie van de eerlijkheid in de politiek kan hij dubbel moeilijk binnen twee weken terugkomen op zijn belofte Europa 'sociaal' te maken.

Ook al is een meerderheid van regeringen binnen de Europese Unie op het ogenblik sociaal-democratisch getint, het minieme en wankele evenwicht waarmee een serieuze monetaire unie op tijd haalbaar leek, is flink door elkaar gegooid. De eisen die links in Frankrijk aan de Europese munt stelt, voeden het wantrouwen van veel Duitse burgers en zakenlieden tegen de 'latino-munt' die de D-mark gaat vervangen als de Fransen en andere mediterrane lidstaten hun zin krijgen.

Jospins Frankrijk heeft de rol van Europees lastpak nummer één ontegenzeggelijk overgenomen van Margaret Thatcher en haar erfgenamen. De kansen op een vruchtbare top in Amsterdam zijn verder beperkt door Frankrijks nieuwe nadruk op groei en werkgelegenheid. Als het maandag en dinsdag niet uitbarst, kan het conflict rond een vrij fundamenteel verschil van mening over wat economische politiek wel en niet kan presteren ieder moment in de toekomst exploderen.

Speculeren tegen de bestaande nationale munten en de nieuwe euro blijft nog wel even een optie. De dollar en de pond sterling profiteren er al van, wat het zand onder de Europese duinen verder kan wegzuigen. Herinneringen aan 1981 komen op, toen de linkse regering-Mauroy in de eerste Mitterrand-jaren ook een rondje Keynes probeerde. En zo ver terugschoot in monetaristische richting dat Franse conservatieven als Edouard Balladur en later Alain Juppé ervoor terugschrokken.

Het is inmiddels juni 1997. Hebben de Fransen niets geleerd? Zijn zij gek? Nee, zij zijn romantisch, dramatisch, koppig en idealistisch. Zij beleven de wereld heel sterk uit hun eigen gezichtspunt en hebben bovenal een uitgesproken opvatting over de rol van politiek in de samenleving. Dat is niet, zoals in Nederland, een kwestie van brede maatschappelijke discussies waar niemand zijn handtekening onder zet, van afkaarten en fijnregelen van sociale uitkeringsrechten. In Frankrijk moet een compromis vermeden worden, en als het na heroïsche strijd onafwendbaar blijkt, dient het niet als zodanig te worden gepresenteerd. Alleen de overwinning telt. Iedere nederlaag is er dus ook één.

Als Frankrijk een 'economische regering' van Europa vraagt, om de toekomstige 'monetaristische technocratie' van de Europese Centrale Bank politiek tegenwicht te bieden, dan is dat in Parijs bijna een open deur. President Chirac constateerde dinsdag, toen hij Euro-voorzitter Kok uitliet op de trappen van het Elysée een beetje triest dat wat de regering-Jospin nu van Europa vraagt hetzelfde is waar hij al twee jaar (vergeefs) achterheen zat.

Terwijl deskundigen, centrale bankiers en ondernemers bang zijn dat de financiële markten de euro als speelgoedmunt gaan behandelen, laat Parijs de spanning weer eens hoog oplopen in de wetenschap dat het resultaat per saldo beperkt zal zijn. Waarom? Omdat Frankrijk echt wil dat Europa niet bij de pakken neerzit en de bedrijfssluitingen als weerberichten passief ontvangt. Omdat Frankrijk echt wil dat Europa een politiek project is, of niet is. Politiek betekent: iets willen. Geen optelsom van onvermijdelijkheden en beursberichten.

Daar zijn Franse regeringen en politici altijd uitermate consistent in geweest. Waar zij in wezen twee zielen in één nationale inborst dragen is over de vraag hoe ver dat politieke Europa supranationaal zou moeten worden. Een meerderheid vindt dat de natiestaat voor alles gaat. Ook wat dat betreft voelde De Gaulle het diepste volksgevoel goed aan. Maar vóór diens definitieve entree op het Franse politieke toneel (1958) had die andere grote Fransman, Jean Monnet, al de Europese Kolen en Staal Gemeenschap gestalte gegeven. Als het aan hem lag zou het daar niet bij blijven. Ook nu hebben heel wat verstandige politici binnen de Parti Socialiste, de UDF, de Europese Beweging, en zelfs binnen de neo-gaullistische RPR in de gaten dat de tijd voorbij is om vast te houden aan wat De Gaulle schreef: “Er bestaat geen Frankrijk van enige waarde, althans in de ogen van de Fransen, dat geen wereld-verantwoordelijkheid draagt.”

Hoogmoed en idealisme spreken elkaar niet tegen in de Franse diplomatie. Frankrijks zelfrespect is een kwetsbare grondstof voor zijn unieke bijdrage aan Europa. Frankrijk voegt vaak iets toe. Premier Kok had dinsdag vrij veel woorden nodig om te antwoorden op de vraag: is Frankrijks nieuwe nadruk op een sociaal Europa voor u vooral hinderlijk of een blessing in disguise? Zijn pirouetje klonk als de bevestiging van een sociaal-democraat die het al geaccepteerde humane tekort van de Unie erkent.

Frankrijks bijdrage aan de constructie van Europa is wonderlijk goed omschreven door de Franse componist Erik Satie in zijn aanwijzingen boven de derde Gnossienne. Lent. Conseillez-vous soigneusement. Très perdu. Portez cela plus loin. Ouvrez-la tête. Open het hoofd en bedenk af en toe wat nieuws. Soms is het conceptueel, bij andere gelegenheden gevoelsmatig.