Paleis op de Dam was een inspiratiebron voor velen

Tentoonstelling: Het Paleis in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Koninklijk Paleis Amsterdam. Dagelijks 12.30-17u t/m 7/9 beh. 12 t/m 17/6 en 23 t/m 27/6. Catalogus ƒ 30,-

De buitenzijde van het Paleis op de Dam is ooit roomblank geweest. Maar de blokken natuursteen waaruit het gebouw werd opgetrokken zijn zo lang aan weer, wind, stof en uitlaatgassen blootgesteld dat ze er een vieze, grijs-zwarte kleur aan hebben overgehouden. Hoeveel frisser het gebouw er in de Gouden Eeuw uitzag, blijkt uit de talrijke schilderijen, prenten en tekeningen waarop het toenmalige stadhuis werd afgebeeld en die deze zomer in het Paleis worden tentoongesteld.

Het 'Achtste Wereldwonder', werd gebouwd in het midden van de zeventiende eeuw. Onmiddellijk na voltooiïng vormde het stadhuis al een toeristische attractie en dat is het - nu als Koninklijk Paleis - ook. Vorig jaar waren er 150 duizend bezoekers.

Sinds de regeringsperiode van Lodewijk Napoleon (begin 19de eeuw) moet het gebouw dan wel Paleis worden genoemd, eigenlijk is het altijd het zeventiende-eeuwse stadhuis gebleven. De dikke muren en hoge zalen van het gebouw hebben zich succesvol tegen nieuwe toepassingsmogelijkheden verzet. Het Paleis is een weinig comfortabel gastenverblijf en de Burgerzaal valt tijdens recepties en diners nauwelijks warm te stoken. Ook als tentoonstellingsruimte is het Paleis eigenlijk niet zo geschikt: de belichting is niet optimaal en de geëxposeerde werken belemmeren soms het zicht op de gebeeldhouwde decoraties van het gebouw.

Niettemin zijn de tentoonstellingen die jaarlijks in de zomermaanden in het Paleis worden georganiseerd (en met de geschiedenis van het gebouw samenhangen) steeds weer een tractatie. Zo ook Het Paleis in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Wie zich bij die titel een monotone reeks voorstellingen van het gebouw voorstelt, kan worden gerustgesteld: naast de onvermijdelijke stadsgezichten, komen ook portretten, allegorieën en interieurstukken aan bod.

Verschillende zeventiende-eeuwse genreschilders plaatsten hun drinkende, flanerende of musicerende figuren in ruimtes die geheel of gedeeltelijk aan het stadhuis waren ontleend. Het vloermotief, de schouwen en de beeldhouwwerken duiken herhaaldelijk op in de interieurstukken van Pieter de Hooch en Gabriël Metsu. De bijdragen in de fraai verzorgde catalogus maken duidelijk dat het stadhuis tot de verbeelding van kunstenaars sprak en dat er bovenal een markt was voor afbeeldingen van het gebouw.

Het lospeuteren van bruiklenen kost het Paleis nogal eens moeite aangezien de kunstwerken uit eigen bezit goeddeels 'onroerend' zijn en de bruikleengevers dus weinig of geen tegenprestatie hoeven te verwachten. Het is een beetje wrang dat zelfs schilderijen in het bezit van Amsterdamse instellingen niet beschikbaar werden gesteld voor deze tentoonstelling.

Het Amsterdams Historisch Museum (dat verschillende andere bruiklenen wél gaf) weigerde een topstuk uit te lenen: het gezicht op de Dam met het in aanbouw zijnde stadhuis door Johannes Lingelbach. Ook een prachtig schilderij van Jan van Kessel waarop de koffiemelkachtige teint van het stadhuis fel oplicht in de zon, wordt node gemist. De Nederlandsche Bank hield dat werk achter voor een eigen tentoonstelling (Amsterdam als financieel centrum) die ter gelegenheid van de Eurotop wordt georganiseerd.

Dat gemis wordt gecompenseerd door de aanwezigheid van enkele vrijwel onbekende schilderijen. Een gezicht op de achterkant van het stadhuis door Gerrit Berckheyde (collectie Thyssen-Bornemisza, Madrid) was nooit eerder in Nederland te zien. Het doek toont onder meer de bloemenmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal en roept een hevig verlangen op naar de tijd dat deze gracht nog niet gedempt was.

De grootste verrassing van de tentoonstelling is wellicht het delicate Panorama van Amsterdam door Jacob van Ruysdael, afkomstig uit een Britse particuliere collectie. Het schilderijtje toont het uitzicht dat de schilder over Amsterdam moet hebben gehad vanaf het Stadhuis of de Nieuwe Kerk. Aan de overkant van het IJ zijn - piepklein - de galgen van de beruchte Volewijk nog zichtbaar, waar misdadigers ná hun executie als afschrikwekkend voorbeeld werden opgehangen. Het is een grijze, bewolkte dag, maar Ruysdael heeft een paar stralen zonlicht tussen de wolken vandaan laten komen om de bedrijvigheid van bootjes op het Damrak uit te lichten.