Ontwerpverdrag Amsterdam laat omvang Commissie intact

BRUSSEL, 13 JUNI. De Europese Commissie behoudt voorlopig de huidige omvang van twintig leden. Ook de stemverhouding in de raad van ministers blijft bij het oude. Pas op het moment dat de Europese Unie uitbreidt met meer dan twee landen leveren de vijf grote lidstaten een van hun twee Commissarissen in.

In ruil daarvoor wordt hun stemgewicht in de raad vergroot. Breidt de Unie uit met meer dan vijf landen, dan worden nieuwe onderhandelingen geopend over de stemverhouding en de Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie.

Dat staat in het ontwerp van een nieuw verdrag voor de Europese Unie, dat Nederland gisteren in Brussel presenteerde. Het verdrag moet volgende week maandag en dinsdag in Amsterdam worden afgerond door de Europese staats- en regeringsleiders. De tekst, die ruim 150 pagina's telt, kwam tot stand na ruim een jaar van onderhandelingen. In een rondreis langs de Europese hoofdsteden in de afgelopen anderhalve week tastten premier Kok en minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) nog een keer de standpunten af.

Eén van de redenen voor verdragsherziening is stroomlijning van de structuur van de EU, mede met het oog op uitbreiding naar Oost-Europa, bijvoorbeeld door de Commissie te verkleinen. Maar de EU-landen konden het niet eens worden wie zijn Commissaris zou inleveren, daarom is het onderwerp verschoven naar het moment waarop de Unie zich uitbreidt naar Oost-Europa. Naar verwachting zal dit op zijn vroegst in 2002 zijn. Het idee om bij de herweging van stemmen bevolkingsaantallen te laten meetellen, is uit het ontwerpverdrag verdwenen. Duitsland pleitte deze week nog voor zo'n 'dubbele sleutel'.

Het verdragsvoorstel dat Nederland gisteren voorlegde, zal in Amsterdam ook zeker nog tot discussie leiden op punten als werkgelegenheid. In het ontwerp is opgenomen dat de raad van ministers stimulerende maatregelen kan nemen om samenwerking op het gebied van de werkgelegenheid te bevorderen. Verwacht wordt dat Duitsland, dat beducht is voor bevoegdheden van de Unie op dit gebied, nog zal terugkomen op de huidige formulering.

Pagina 5: Londen wil van EU geen defensie-organisatie maken

Een ander onderwerp waarover in Amsterdam gediscussieerd zal worden, is de positie van de defensie-organisatie West-Europese Unie (WEU). In het ontwerpverdrag staat dat de WEU geleidelijk moet opgaan in de Europese Unie. Een aantal landen, Frankrijk voorop, wil verder gaan met een stappenplan voor de integratie. Maar Groot-Brittannië en neutrale landen als Zweden maken bezwaar, omdat ze van de EU geen defensie-organisatie willen maken. Voorts zou de secretaris-generaal van de raad van ministers worden benoemd tot hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid. Het aanvankelijke Franse voorstel om hiervoor een politieke functionaris te benoemen, leed al eerder schipbreuk.

Nederland blijft bij het voorstel het Verdrag van Schengen over afschaffing van de onderlinge grenscontroles op te nemen in het verdrag van de EU. Voor Groot-Brittannië en Ierland, die hun grenscontroles niet willen opgeven, zou een uitzondering worden gemaakt. In het ontwerpverdrag is opgenomen dat asiel- en immigratiebeleid communautair wordt in plaats van intergouvernementeel zoals nu. Dat betekent dat het Europese Hof van Justitie en de Commissie een rol kunnen gaan spelen. Besluiten zouden voorlopig echter unaniem genomen worden.

De staats- en regeringsleiders zullen zich ook moeten buigen over de zogeheten flexibiliteit: de formule waarbij sommige landen verder gaan met hun samenwerking dan andere. Volgens een aantal lidstaten is dit een stap vooruit, andere zien hierin het gevaar van desintegratie van de Europese Unie. De discussie concentreert zich rond de vraag of landen die niet verder willen gaan, de landen die dat wel willen met een veto kunnen tegenhouden. Nederland stelt voor dat op gebied van economie, milieu, sociale zaken, politie en justitie een gewogen meerderheid voldoende is om tot flexibele samenwerking over te gaan. Op gebied van buitenlands en defensiebeleid zou vetorecht gelden. Maar ook op dit punt is Groot-Brittannië de terughoudende partij.

In de laatste fase van de onderhandelingen over de verdragstekst ontstond in Brussel ophef over de Britse toetreding tot het zogeheten sociaal protocol van het Verdrag van Maastricht, één van de punten waarop de nieuwe Labour-regering zich wil onderscheiden als meer Eurofiel dan haar Conservatieve voorganger. Groot-Brittannië zegt de maatregelen in het protocol niet te kunnen invoeren zolang het nieuwe verdrag niet is geratificeerd, wat naar verwachting ten minste twee jaar zal duren. Bij de overige EU-lidstaten ontstond de indruk dat Londen zo invoering van het sociaal protocol traineert, wat wordt ontkend. In het sociaal protocol zijn tot nu toe twee bepalingen opgenomen: over Europese ondernemingsraden en over het recht van werknemers op ten minste drie maanden onbetaald ouderschapsverlof.