Onbespoten katoentjes van gerenommeerde bedrijven; De tweede ecogolf komt met stille trom

Kleding van bijvoorbeeld biologisch geteelde katoen of linnen raakte rond 1990 in de mode. Dat is inmiddels wel afgelopen. Maar nu tekent zich een twee ecogolf af: grote bedrijven als Levi's en IKEA zijn doende dit soort stoffen in hun collecties op te nemen. Deze keer zonder heisa - niet als modeverschijnsel, maar als kwaliteitsaspect.

'Ik vind het een fantastische ontwikkeling, het is geweldig om hierbij betrokken te zijn,” zegt Patrick Neyts enthousiast. Neyts, een Belg, is hoofd van de afdeling milieu en veiligheid van Levi Strauss Europe en voorzitter van Levi's zogeheten katoengroep. Deze internationale studiegroep onderzoekt welke katoensoort de minste milieubelasting veroorzaakt: biologisch geteelde of genetisch gemanipuleerde katoen. “Zolang we dat nog niet weten, houden we het op biologische katoen”, aldus Neyts.

Vorig jaar besloot de managementtop van het in San Francisco gevestigde spijkerbroekenconcern een begin te maken met de vervanging van 'gewone' katoen door biologisch geteelde en transitionele katoen (van boerenbedrijven die in de overgangsfase zitten naar biologische teelt). De eerste stap was de aankoop, in Amerika, van 700 balen biologische katoen, zo'n 140 ton. “Dat is ongeveer 1 procent van de katoen die we nodig hebben voor de Amerikaanse markt”, zegt Neyts. “We hadden wel meer kunnen kopen, maar dan was er een tekort ontstaan en zou er niet genoeg zijn voor andere afnemers. En dat wilden we per se vermijden. Wij willen de impact op het milieu verminderen en dat kan alleen als zoveel mogelijk bedrijven biologische katoen gebruiken.”

Dit jaar koopt Levi Strauss 2300 balen biologisch katoen. Het hangt af van de uitkomst van het onderzoek van de katoengroep of er volgend jaar doorgegaan wordt met biologische katoen of met genetisch gemanipuleerde katoen. De ontwikkelingen op dit gebied gaan hard. Zo is in Amerika een patent aangevraagd op een indigo gen dat ingebracht kan worden in het DNA van de katoenplant. Daardoor zou het mogelijk worden om indigoblauwe katoen op het veld te laten groeien. En in Israel is een katoensoort ontwikkeld die met minder water geteeld kan worden, ecologisch gezien een belangrijk pluspunt.

Levi's heeft de vorig jaar gekochte 700 balen biologische katoen inmiddels, vermengd met gangbare katoen, verwerkt tot broeken. Ze zijn alleen in Amerika te koop. Er wordt geen reclame voor gemaakt en ook het label van de broeken geeft geen informatie over het ecologisch gehalte van de katoen. Het bedrijf wil zo min mogelijk ruchtbaarheid geven aan zijn milieu-inspanningen om niet de indruk te wekken dat het bezig is met een marketingstunt.

De beslissing van Levi's om milieuvriendelijk geteelde katoen te gaan gebruiken, komt voor de Amerikaanse ecoboeren op een gelukkig moment. De teelt van biologische katoen kwam in Amerika rond 1990 op gang. Door de ecomode nam de productie toe van 288 ton in 1990 tot 7.425 ton in 1995. Aan deze groei kwam een abrupt einde door een omslag in de mode. Veel afnemers van het eerste uur, waaronder Esprit, stopten met hun ecocollecties. De markt voor organic cotton stortte in. Voor een groot aantal Amerikaanse boeren was dat reden om in 1996 geen biologische katoen meer te zaaien met als gevolg dat de productie daalde tot 3.396 ton.

Levi Strauss is niet de enige Amerikaanse kledingproducent die de milieubelasting van zijn producten wil verminderen. Verscheidene grote ondernemingen, waaronder winkelketen The Gap, onderzoeken de mogelijkheid om over te stappen van gangbare op biologisch geteelde katoen. De verwachting is dan ook dat er een tweede ecogolf komt. Dit keer zijn het niet de kleine groene bedrijven die het voortouw nemen, maar grote ondernemingen die de afgelopen jaren hun company values gedefinieerd hebben en nu bezig zijn hun gedragscode om te zetten in daden. Hun aanpak is anders dan die van hun voorgangers, ze hebben geleerd van de fouten van de eerste ecogeneratie.

Het grote verschil met vier, vijf jaar geleden is dat ecologie nu niet als modeverschijnsel wordt benaderd, maar als een kwaliteitsaspect. Het hoeft dan ook niet aan de kleding te zien te zijn, dat de katoen biologisch geteeld en op een schonere manier verwerkt is. Bedrijven die milieuvriendelijk geproduceerde kleding aanbieden, maken dat kenbaar in de vorm van nuchtere productinformatie op de verpakking of in hun catalogi en advertenties. Ecologisch verantwoorde kleding is geen trend meer, maar een noodzaak, is de boodschap. Willen we overleven met z'n allen, dan moeten we naar schonere producten toe, punt uit.

Dat het de producenten ernst is, blijkt wel uit het feit dat ze de meerprijs voor biologisch geteelde katoen uit eigen zak betalen en niet doorberekenen aan hun klanten. Want ook dat is gebleken in de eerste helft van de jaren negentig: de consument wil wel ecologisch verantwoorde kleding kopen, maar de prijs mag niet hoger zijn dan die van andere kleding.

Levi Strauss rekent daarom geen cent méér voor broeken waarin biologische katoen zit. Ook het Amerikaanse bedrijf Patagonia neemt genoegen met minder winst. Patagonia, een producent en postorderaar van kleding voor outdoorsporten, liet al in 1990 een onderzoek doen naar de milieubelasting van textielvezels als polyester, nylon, katoen en wol. De verwachting was dat de niet afbreekbare en niet-hernieuwbare kunstvezels als slechtste uit de bus zouden komen. Maar tot grote verbazing van de opdrachtgever bleken er ook aan natuurlijke vezels grote milieubezwaren te kleven. Katoen bleek zelfs zwaar milieubelastend te zijn door de grote hoeveelheden water, pesticiden en kunstmest die bij de teelt worden gebruikt en door het verven en veredelen van de textiel.

Met behulp van externe adviseurs, waaronder het Zweedse bedrijf The Natural Step, formuleerde Patagonia vier uitgangspunten voor toekomstig handelen: 1. neem niets van de aarde dat je er niet in terug kunt stoppen, 2. tast niet de natuurlijke ecosystemen aan, 3. zorg dat er geen door mensen gemaakt materiaal (kunststoffen) in het milieu terecht komt en 4. laat genoeg over voor anderen. Sindsdien gebruikt het bedrijf geen mengvezels als polyester/katoen meer, omdat die niet te recyclen en niet te composteren zijn; worden zoveel mogelijk kunstvezel van gerecyclede grondstof gebruikt en is alle gangbare katoen vervangen door biologische katoen. De omzet van Patagonia komt voor 20 procent van katoenen kleding, de meerprijs van de biologische katoen wordt betaald uit de overige 80 procent.

In 1995 werd wereldwijd 9.946 ton biologische katoen verbouwd, dat is 0.05 procent van de totale katoenproductie. Door de situatie in Amerika, waar tweederde van alle biologische katoen wordt geteeld, daalde de productie in 1996 tot 6.424 ton. Dat een doorbraak van de biologische katoen tot nu toe uitgebleven is, komt vooral door de hogere prijs die een gevolg is van de lagere opbrengst, hogere arbeidskosten en de kosten van certificering. Het prijsverschil met gangbare katoen ligt tussen de 20 en 100 procent.

Volgens Ann Christin Karlsson, textielinkoopster van IKEA, zijn deze grote prijsverschillen nergens voor nodig. “Met 10 procent meer zouden de boeren heel goed af zijn. Het tragische is dat de meerprijs meestal naar de tussenhandel gaat, de boeren worden er geen cent wijzer van.” IKEA is al geruime tijd op zoek naar gunstig geprijsde biologische katoen. Dit seizoen gaat het lukken, verwacht Karlsson. “Ik denk dat we 300 tot 400 ton kunnen kopen. Als we meer kunnen krijgen voor een goede prijs, kopen we meer. We kopen direct bij de bron, zonder tussenkomst van handelaren. Wat we extra moeten betalen, komt ten goede aan de boeren. Die kosten berekenen we niet door aan onze klanten. Een hogere prijs vragen, heeft geen zin. Dan verkopen we niets.”

Het woonwarenhuis uit Zweden, dat 136 winkels in 28 landen heeft, definieerde al in 1991 zijn milieudoelstellingen. Intern en ook op transportgebied is intussen veel bereikt. Nu is het concern zo ver dat het zijn klanten wil laten weten dat er ook hard gewerkt wordt aan milieuvriendelijker producten. In de catalogus die na de zomer uitkomt, wordt verwezen naar de eerste milieubrochure van het bedrijf. Daarin staat dat op twee manieren gewerkt wordt aan milieuvriendelijker producten: het totale assortiment wordt stap voor stap verbeterd, maar bij producten met een hoge milieubelasting wordt er een schepje bovenop gedaan en gestreefd naar optimale ecologische verbetering. Het concern tracht de kosten van de milieuverbeteringen terug te verdienen door vermindering van grondstof en verpakking en zuiniger productiemethodes.

Niet bekend

Handelaren in biologische katoen zijn niet blij met deze activiteiten van ontwikkelingsorganisaties. “Het is oneerlijke concurrentie, er is hier sprake van prijsvervalsing”, zegt Marck van Esch, directeur van handelsonderneming Bo Weevil uit Ermelo. Volgens Van Esch zijn de ontwikkelingsorganisaties hard bezig de zorgvuldig opgebouwde markt te verstoren, met het gevaar dat surplussen ontstaan. Om dat te verhinderen heeft hij vorig jaar katoen uit Oeganda opgekocht. Mocht dat nodig zijn, dan zal hij dat opnieuw doen. Van Esch: “De markt voor biologische katoen heeft absoluut potentieel, maar moet langzaam en degelijk groeien.”

Bo Weevil is eind jaren tachtig opgericht door Nederlandse groothandelaren in biologische levensmiddelen. Deze producten werden betrokken van biologische boeren in Turkije. Op advies van de Nederlandse handelaren gingen de Turkse boeren katoen telen als wisselgewas. Er bestond op dat moment nog geen markt voor biologische katoen. Van Esch en compagnons moesten daarom zelf de katoen laten spinnen, weven, tricoteren en confectioneren om het aan de man te kunnen brengen.

Bedrijven die nu starten met biologische katoen zoeken eerst partners in de productie- en distributieketen. Het mooiste voorbeeld van zo'n samenwerkingsverband is de keten die opgericht is door Coop, een Zwitsers grootwinkelbedrijf. Coop heeft meer dan 1000 verkooppunten: supermarkten, warenhuizen en supercentra. Het bedrijf heeft zich in zijn strategische doelstellingen verplicht tot ecologisch verantwoord handelen. Op levensmiddelengebied is het concern intussen marktleider in Zwitserland. Om ook op textielgebied de doelstellingen na te leven, bracht Coop in 1993 zijn eerste ecocollectie op de markt. Na anderhalf jaar werd de balans opgemaakt: er was weinig verkocht, terwijl de marketingkosten hoog waren. Het Zwitserse publiek bleek niet bereid de meerprijs voor kleding van biologische katoen te betalen.

Coop besloot tot een totaal andere aanpak. De verkoopprijzen van de biologische kleding werden op een lijn gebracht met die van de op conventionele manier geproduceerde katoenen kleding. Tegelijkertijd werden in India coöperaties opgebouwd met biologische katoenboeren en met spinners, wevers en tricotagebedrijven die volgens ecologische richtlijnen werken.

De coöperaties leverden aanzienlijke kostenbesparingen op doordat allerlei controles overbodig werden. Uit een intern ecofonds worden de aanloopkosten van de Indiase boeren die omschakelen, en de certificeringskosten van de biologische katoen betaald. Coop heeft zich tot doel gesteld alle producten van reguliere katoen te vervangen door biologische katoen. In het jaar 2000 moet 80 procent van de katoenen kleding biologisch zijn.

“Met het ondergoed zijn we het verst. Nu al is zo'n 40 procent van het assortiment van biologische katoen”, zegt Helmut Träris-Stark, Coop's marketingman. “We brengen biologische katoen niet als alternatief voor de klanten, maar vervangen steeds een stukje van het reguliere assortiment. De ecologisch verantwoorde producten worden voor dezelfde prijs verkocht als de gangbare. In deze fase betekent dat dat we minder verdienen. Maar dat geldt ook voor onze partners, want alle partijen in de keten nemen genoegen met wat minder. We zien dat als een tijdelijke zaak. Als we meer producten van biologische katoen verkopen, wordt de prijs lager.”

De Natura Line van Coop heeft het sociale imago van het concern aanzienlijk versterkt. En dat komt tot uitdrukking in de omzet. “In stuks uitgedrukt zien we een stijging van gemiddeld 20 procent. Bij het ondergoed is dat zelfs 60 tot 100 procent, afhankelijk van de productgroep,” aldus Träris-Stark. Coop heeft op de totale Zwitserse kledingmarkt een aandeel van 5 procent. Maar bij een aantal producten ligt het marktaandeel aanzienlijk hoger, bij sokken bijvoorbeeld is het 15 procent, bij ondergoed 13 procent en bij overhemden 10 procent.

Het succes van de Natura Line heeft de concurrenten aan het denken gezet. De belangrijkste concurrent, Migros, is ook bezig met ecologische verbeteringen, maar gebruikt vooralsnog geen biologische katoen. Ook in andere landen vindt het voorbeeld van Coop nog geen navolging.

In het Duitse tv-programma Globus, dat vorige maand aandacht besteedde aan Coop, zeiden de Duitse postorderbedrijven Quelle en Otto Versand, die zich graag laten voorstaan op hun milieuvriendelijke bedrijfsvoering, dat ze nog niet van plan zijn biologische katoen te verkopen voor de prijs van reguliere katoen. “Te duur”, concludeerde de woordvoerder van Quelle. “We zijn in gesprek met Coop”, zei de man van Otto Versand. “En dat blijven we. Maar omschakelen doen we nog niet.”