Marshall

In de vele artikelen over de Marshall-hulp staat veel zin en veel onzin, maar een kleine kanttekening naar aanleiding van enkele dubieuze uitlatingen van Karel Berkhout in zijn bespreking (NRC Handelsblad 28 mei 1997) mag niet achterwege blijven. Pieter Lieftinck was bepaald geen Pietje paniek, ook al kreeg hij in de ministerraad gelukkig wel vaak maar helaas niet altijd gelijk, al had hij het meestal wel bij het rechte eind.

Op Financiën waren we aanvankelijk inderdaad wat minder gecharmeerd van de in het kader van het Marshall-plan aangeboden hulp. Deze was onderdeel van de wereldwijde Amerikaanse politiek, rustende op twee peilers, te weten anti-kolonialisme en anti-communisme. De eerste was voor Nederland funest in het kader van de wederopbouwplanning, waarin Nederlands-Indië een belangrijke rol had moeten spelen. Tot de mislukking daarvan heeft, naast vele fouten van Nederland zelf, deels voortspruitend uit slecht beleid van Colijn/De Jonge cum suis van vóór de oorlog - vooral de ad absurdum doorgevoerde anti-koloniale Amerikaanse politiek ons parten gespeeld.

Het anti-communistische standpunt van Amerika ging zo ver dat door onze gerechtvaardigde hoge claim voor vergoeding van oorlogsschade van Duitsland, een dikke streep ging uit angst voor het Versailles-effect. Het resultaat voor Duitsland was het Duitse 'miracle' - verlost als het was van betaling van oorlogsschade en enigerlei militaire uitgave; voor Nederland dat het de Amerikaanse wel 'in dank' moest aanvaarden. Of toentertijd een ander politiek tot betere resulaten en minder 'Indonesisch' leed zou hebben geleid is thans niet meer relevant.

'Helpt Uzelf, zo helpt U God!' Lieftincks politieke inzicht had ook zijn grenzen, maar de weg van de minste weerstand was op Financiën gedurende het bewind van Pieter Lieftinck altijd iedereen een gruwel!