Londen; 'We vermeien ons te veel in Europese theologie'

LONDEN, 13 JUNI. Alles is anders. Als je Labour mag geloven is in Groot-Brittannië alles anders, sinds die partij anderhalve maand geleden als winnaar uit de verkiezingen kwam. Bij elk initiatief hoor je de bewindslieden ronken dat ze nieuwe paden betreden. Alles is nieuw, omdat het nieuw voor Labour is.

Koud waren de Conservatieven verslagen of Labour kondigde “een nieuw begin” aan in de betrekkingen met Europa. In felle bewoordingen zette Robin Cook, de kersverse minister van Buitenlandse Zaken, zich af tegen “de dogmatische benadering” van de Tories in het recente verleden. Hij zei dat er een eind moest komen aan het “steriele, negatieve, vruchteloze geruzie” met de Europese buren. “Weg van het naar binnen gekeerd chauvinisme” dat de natie in een isolement had gedreven. Groot-Brittannië zou voortaan niet meer de blokkerende handrem maar medemotor van de Europese samenwerking zijn.

Gisteren tijdens een bijeenkomst met buitenlandse journalisten herinnerde Doug Henderson, de 37-jarige staatssecretaris voor Europese Zaken, zich met zichtbaar welgevallen nog “de warmte” waarmee de Europese partners hem tijdens zijn eerste bezoek aan Brussel hadden ontvangen. “Dankbaar. Omdat ze eindelijk te maken hebben met een Britse regering die niet op een bankje langs de zijlijn zit maar in het speelveld blijft. Wat ons in staat stelt, af en toe ook zelf te scoren.”

“Actiever. Constructiever.” Zo karakteriseerde hij de geheel vernieuwde Britse aanpak ten aanzien van Europa. Hij wees erop dat zijn kabinetscollega Gordon Brown, die het bewind voert over Financiën, een maand na zijn aantreden al met een plan voor Europese werkgelegenheidsbevordering is gekomen. Het eerste Europese initiatief van Groot-Brittannië in de laatste tien jaar.

Maar buitenlandse diplomaten in de Britse hoofdstad zeggen dat Labour weliswaar de verpakking van het Europees beleid ingrijpend heeft gewijzigd, de inhoud bleef opmerkelijk gelijk. Labour kan het zich permitteren om een welwillender toon aan te slaan tegen de Europese partners, omdat de partij in het Lagerhuis over een royale meerderheid beschikt, en de Eurosceptische minderheid in de fractie dus niet naar de mond hoeft te praten. Dat was de afgelopen vijf jaar de grote handicap van de Conservatieven: dat ze voortdurend simultaan moesten schaken. Omwille van de Brusselhaters in de partij die de regering konden laten vallen, leefden ze voor de buitenwacht altijd op voet van oorlog met de Europese partners.

In de beslotenheid van de vergaderkamers viel er best met de Conservatieven te werken, zeggen de diplomaten. Ze hadden hun stokpaardjes en hebbelijkheden die duidelijke sporen droegen van de Britse historie en de eilandstatus. Meer dan hun continentale partners hechtten ze aan het behoud van de nationale staat. En minder dan hun continentale partners streefden ze naar structurering en harmonisering. Nooit konden ze verkroppen dat Groot-Brittannië de oprichting van de Europese Gemeenschap gemist had en eeuwig gedoemd was tot een inhaalrace.

In dat opzicht, zeggen de diplomaten, heeft de regeringswisseling niets veranderd. Labour en de Conservatieven hebben tenslotte gemeen dat ze Britten en eilanders zijn. Net zoals de Conservatieven acht Labour de kans gering dat Groot-Brittannië vanaf het begin deelneemt in een monetaire unie. Net zoals de Tories keert Labour zich tegen elke aantasting van het zogeheten stabiliteitspact die het vertrouwen in de unie ondermijnt.

Natuurlijk zijn er ook verschillen. Labour heeft zich bereid getoond om het sociaal protocol van het Verdrag van Maastricht te onderschrijven terwijl de Conservatieven voor het Verenigd Koninkrijk juist een uitzonderingspositie hadden bedongen. Maar de Labourregering heeft al aangekondigd dat ze fel gekant is tegen nieuwe sociale maatregelen die de concurrentiepositie van Europa verzwakken. Als ze pleit voor werkgelegenheidsbevordering denkt ze niet aan Europese stimuleringsprogramma's a la Keynes maar aan ondersteuning van het middelgroot- en kleinbedrijf en verbetering van het onderwijs.

Labour verzet zich net als de Conservatieven tegen verdere Europese integratie. En net zoals de Conservatieven vindt Labour dat het Europese project een doel op zichzelf dreigt te worden waarin de gemiddelde Europese burger zich niet meer herkent. Labour-premier Tony Blair maakte van dat standpunt geen geheim toen hij begin deze maand het Congres van Europese Socialisten toesprak in het Zweedse Malmö. “We moeten eens ophouden ons in Europese theologie te vermeien. We moeten eens beginnen met daden waar echte mensen echt voordeel in zien.” Even later stelde hij de retorische vraag: “Ben ik tevreden met Europa? Eerlijk gezegd: nee.”

Welingelichte bronnen, zoals in Londen woordvoerders van de regering heten die wel de publieke opinie willen bespelen maar niet met naam wensen te worden geciteerd, vinden dat de coöperatieve houding van Labour door de Europese partners beloond moet worden. Door straks in Amsterdam een waterdichte uitzondering te maken voor Groot-Brittannië en Ierland als het gaat om openstelling van de grenzen en een Europees asiel- en immigratiebeleid.

Staatssecretaris voor Europese Zaken Henderson wil niets van een Britse uitzonderingspositie weten. Hij zegt dat beide constructies gelijkwaardig zijn en dus ook beide in een nieuw verdrag verankerd moeten worden. Het Schengen-systeem dat op het vasteland een vrij verkeer van goederen en personen waarborgt. En de eilandvariant die daar “om geografische en historische redenen” lijnrecht tegenover staat en uitgaat van een blijvende controle aan de Britse grenzen. Alles is anders, maar daarmee zijn de Britten niet opeens ook vastelanders.