Lesbische speurneus

Ina Bouman: Het vege lijf. Misdaadroman. Van Gennep, 178 blz. ƒ 34,90

Wanneer in een misdaadroman de dienstdoende politie-inspecteur een vrouw is met menstruatiepijn, terwijl de heldin die de moorden oplost haar nachten doorbrengt in de armen van een aantrekkelijke geheim agente, kun je er donder op zeggen dat het boek door een vrouw is geschreven. Patricia Cornwell? Nee, Ina Bouman.

Terwijl Cornwell internationaal furore maakt met haar 'Kay Scarpetta-thrillers', die vooral opvallen doordat er, o zo voorzichtig, van feministische eigenzinnigheid en damesliefde sprake is, loopt in Nederland al twaalf jaar een lesbische speurneus rond, Jos Welling, heldin in de thrillers van Ina Bouman.

Nog net meedeinend op de feministische golf, publiceerde Bouman in 1985 Dames aan de Maas, met in de hoofdrol een journaliste bij het feministische weekblad Kassandra. Nadat de feministische uitgeverij Sara het boek weigerde uit te geven, bracht Van Gennep het indertijd op de markt met als ondertitel 'feministische misdaadroman'. Inmiddels is uitgeverij Sara ter ziele, terwijl Jos Welling springlevend figureert in Het vege lijf, Ina Boumans vierde lesbo-thriller. Weliswaar is het woord feministisch uit de ondertitel verdwenen en werkt hoofdpersoon Jos niet meer bij een vrouwentijdschrift (ze schrijft, geheel in overeenstemming met de tijdgeest, als freelancer een brochure voor het Ministerie van Volksgezondheid) maar voor het overige is alles bij het oude gebleven.

Opnieuw heeft Bouman een goedlopend, behoorlijk geschreven, spannend verhaal afgeleverd waarin de heldin op een vanzelfsprekende manier een feministisch-lesbisch leven leidt. Ook in de bijrollen treden zelfstandige vrouwen op zoals politie-inspecteur Vera Brandt en de jonge Angela. Zij dreigt het slachtoffer te worden van de in-slechte vrouwelijke arts Rosa Tournier, die het gemunt heeft op haar baarmoeder, waaraan zij in een geheim laboratorium in Brussel veel geld weet te verdienen. Het vege lijf (met op de cover hersens in een glazen doosje) speelt zich af in de wereld van orgaanrovers, die meisjes en vrouwen ronselen om hun kunstmatig bevruchte eicellen af te staan die voor veel geld worden doorverkocht. Maar ook andere organen zijn van harte welkom en als Rosa Tournier en haar helpers iemand uit de weg moeten ruimen, doen ze dat nooit zonder eerst het lichaam van hun slachtoffers leeg te halen.

Jos Welling, die zich vanwege haar opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid duchtig heeft verdiept in allerlei nieuwe medische technieken en experimenten, alsmede in de ethische consequenties daarvan, komt de misdaadbende op het spoor, nadat ze via een politiebericht op tv het lijk van een vrouw meent te hebben herkend. Ze besluit de politie in te lichten, maar werkt ook op eigen houtje aan de zaak en weet zelfs onder valse voorwendsels binnen te dringen in een laboratorium met genetisch gemanipuleerde dieren, een operatiekamer en 'gastenverblijven' voor slachtoffers van orgaanroof. Ze wordt ontmaskerd en vreest in de op volle toeren draaiende afvalverwerkingsinstallatie te zullen verdwijnen.

Helemaal geloofwaardig is het verhaal niet, vooral niet de gedeeltes waarin Bouman de motieven van dokter Rosa Tournier beschrijft. Deze misdadigster blijkt niet alleen op geld uit te zijn, ze werkt voor een ideaal: dat van de volledig genetisch gemanipuleerde, perfecte mens. Zoiets als in Ira Levins The Boys from Brazil, maar dan zonder nazi-motief. Rosa gaat over lijken en laat zich daarbij niet afremmen door haar ex-minnaar en collega-arts John Ray, die zachtaardiger is en er ook nog zo iets als een moraal op na houdt. Rosa wordt neergezet als een karikatuur van slechtheid, terwijl John als twijfelaar zo mogelijk nog ongeloofwaardiger overkomt.

Om niet in feministische stereoptypen te vervallen, heeft Bouman niet alleen de heldenrollen, maar ook die van de schurken door vrouwen laten bezetten. Toch redt ze het daar niet echt mee. Stereotyp is bijvoorbeeld de jonge agent Adonis (of all names), die als manlijk dom blondje fungeert en zich dan ook onmiddellijk overhoop laat schieten. Ook de buurman van Jos lijkt iets te veel op een omgekeerde, traditionele buurvrouw: verzorgend, belangstellend, maar niet in staat om het ene automerk van het andere te onderscheiden, dus onbruikbaar bij het echte speurwerk.

Het neerzetten en uitdiepen van karakters is niet de belangrijkste eis die je aan een thrillerschrijver moet stellen, maar Bouman is hierin wel erg karig. Zelfs van Jos worden niet meer dan contouren geschetst. Ze lijkt een sterke, intelligente, ietwat overmoedige vrouw, warmbloedig en door anderen bemind. Toch weet ik, ook na Boumans vierde boek over Jos Welling, nauwelijks iets over haar achtergrond, haar ideeën, haar gevoelens of haar manier van denken. Ze is te probleemloos, te glad en te onpersoonlijk: een etalagepop die zelfs onder de lakens met haar minnares Lilian van plastic blijft.

'Jos voelde hoe ze met iedere vezel van haar lichaam naar Lilian verlangde. Naar iedere vierkante centimeter van haar huid, naar ieder onderdeel van haar lichaam, naar haar borsten, haar buik, haar gloeiende dijen, die nu de hare raakten en uitdaagden, naar wat ze met haar eigen huid en handen, en met haar mond en ogen registreerde en omzette in lust naar meer, verder, dieper. Met alle zintuigen gretig gespitst, heroverden ze wellustig het landschap van elkaars lichaam tot ze elkaar diep onder de huid raakten.'

Je ziet de dames niet echt bezig. De huid van de geliefde wordt uitgedrukt in vierkante centimeters en eerder in het boek herinnert dr. John Ray zich ook al dat hij van dr. Rosa's huid iedere vierkante centimeter kende. Ina Bouman lijkt het beschrijven van seks-scènes als droeve maar onontkoombare plicht van de thrillerschrijver te beschouwen. Wat niet wegneemt dat ze een spannend boek heeft geschreven, maar iets meer karakterschildering en beeldender lesbische liefdesscènes zouden haar roman goed hebben gedaan.