Het raffinement van het vibrato; Onderzoek naar de trillingen tussen de noten

“Wij willen begrijpen wat er tussen de noten gebeurt.” Peter Desain en Henkjan Honing onderzoeken hoe wij muziek waarnemen. Een van de onderdelen van het Music, Mind, Machine- onderzoeksproject is de studie naar het vibrato.

Nadere informatie over het vibrato-onderzoeksproject op Internet: http://www.nici.kun.nl/mmm.

“Druk Uw Vinger stevig op de Snaar van het Instrument en beweeg de Pols langzaam en gelijkmatig heen en weer. Deze beweging kan, bij langdurige toepassing (...), Majesteit, Waardigheid etc. uitdrukken. Maakt U haar korter, lager en zachter, dan kan zij Kwelling, Angst etc. betekenen. Als U haar toepast op korte Noten, dan is het effect simpelweg een aangenamer Geluid. Reden waarom het zo veel mogelijk toegepast zou moeten worden.” De techniek van het vibrato is al eeuwen onderwerp van belangstelling, zoals deze zinsnede uit een achttiende-eeuws traktaat over de Kunst van het Vioolspel illustreert. Met mate toegepast, wint de muziek door het vibrato aan karakter, verbeeldingskracht en charme, zo is de algemene opvatting, zonder klinkt zij verstaald en flegmatisch.

Om het vibrato te realiseren beweegt de Westerse violist met zijn vingertoppen in de lengterichting over de snaren en maakt zodoende minieme verschillen in toonhoogte. De zanger verandert de spanning op zijn stembanden en de blazer doet dit met zijn lippen tegen het mondstuk. Informaticus en cognitief psycholoog dr.ir. Peter Desain (1956) definieert het vibrato als “een samengesteld geheel van frequentie-, luidheid- en timbremodulaties”. Desain is verbonden aan het NICI, het Nijmeegs Instituut voor Cognitie en Informatie van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Samen met dr. Henkjan Honing (1959), verbonden aan het NICI en de Vakgroep Muziekwetenschap van de Universiteit van Amsterdam, doet Desain al meer dan dertien jaar onderzoek naar muziekcognitie. Zij verzamelen momenteel een groep van onderzoekers om zich heen die vijf jaar lang gaat bestuderen hoe muziek wordt waargenomen. De bestudering van het vibrato is een van terreinen waarop het onderzoeksproject Music, Mind, Machine zich tot 2001 concentreert.

Baanbrekend en prestigieus is dit onderzoek. Dat werd ook onderkend door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, die Desain honoreerde met een felbegeerde Pionier-subsidie. Dit is een subsidie voor een briljant onderzoeker die geheel naar eigen inzicht en nauwelijks gehinderd door de remmende bureaucratie van het huidige universitaire bestel een bedrag van ruim vier miljoen gulden mag besteden aan zijn werk.

Desain en Honing proberen inzicht te krijgen in de mentale processen die een rol spelen bij het luisteren en spelen van muziek. Om theorieën te begrijpen, te testen en te vergelijken, maken zij gebruik van het zogenaamde 'computationeel modelleren', een methode uit de cognitiewetenschap die wetenschappelijke theorieën formeel probeert weer te geven in de vorm van computerprogramma's. Het onderzoek steunt zodoende op drie academische pijlers: de muziekwetenschap, de (experimentele) psychologie en de informatica. Honing: “In de marges waar deze wetenschappen elkaar overlappen wordt naar oplossingen gezocht voor problemen die in een mono-disciplinaire aanpak veelal onoplosbaar bleken.” Desain valt hem bij, en onderstreept dat het niet slechts gaat om het lenen van methoden en kennis uit andere disciplines, maar dat de resultaten ook worden 'terugvertaald'.

In de traditionele muziekwetenschap is de partituur, datgene wat de componist noteerde, doorgaans het object van studie. Bij het Music, Mind, Machine-project vormen uitvoeringen, interpretaties dus, de bron. In het herkennen van interpretaties speelt het vibrato een belangrijke rol. Het geheim van het genie van een Maria Callas of een Jasha Heifetz is mede gelegen in het raffinement van hun vibrato. Ter illustratie laten Desain en Honing op een werkkamer in het NICI, een torenflat op een steenworp afstand gelegen van het St. Radboud Ziekenhuis, een aantal vertolkingen horen van De zwaan uit Saint-Saëns' Carnaval des animaux. Het betreft de voorbeelden die ook op hun Internet-site (http://www.nici.kun.nl/mmm/whats-fun.html) zijn te beluisteren. Achtereenvolgens zijn celliste Ophra Harnoy, trompettist Janko Harjanne, violist Jasha Heifetz, fluitist James Galway en tenor Benjamin Gigli te horen. Ook klinkt Le cygne gespeeld op de theremin, een elektronisch instrument met twee antennes die met de handen in toonhoogte en volume kunnen worden gemanipuleerd.

Glimlach

Je hoort grote verschillen in de interpretaties, deels idiomatisch bepaald door het instrument. Ook het verschil in karakter van het vibrato is duidelijk waarneembaar. Wat er echter precies met het vibrato gebeurt (wat is de snelheid van de trilling en hoe verandert die, wat zijn de verschillen in de toonhoogtefluctuatie en vooral: hoe verloopt de overgang van de ene noot naar de andere?) is met het blote oor niet goed te volgen. Daarvoor lijkt het tempo van de fluctuaties te hoog. Met dit probleem kampte ook de pionier op het gebied van het onderzoek naar het vibrato: Carl Emil Seashore (1866-1949), een Amerikaanse psycholoog en musicus van Zweedse afkomst. Vijfenzeventig jaar geleden al deed hij zijn eerste pogingen om het verloop van het vibrato te bestuderen. Hiertoe draaide hij grammofoonplaten in een lager toerental af, een bepaald niet ideale methode. Tegenwoordig is met behulp van de computer de muziek probleemloos te beluisteren in een langzamer tempo zonder dat de toonhoogte ook onmiddellijk de diepte in duikelt.

Seashore classificeerde met enkele collega's de verschillende types vibrato die zij observeerden. Dit was een belangrijke eerste stap in het beschrijven van de regelmaat in het vibrato dat zangers hanteren. Zijn waarneming wordt echter vertroebeld doordat esthetische opvattingen, al dan niet bewust, meespelen. Seashore's beschrijvingen zijn soms normatief gesteld, in termen van een goed of een slecht vibrato, en hij ontkwam niet aan enig moraliseren. Op hun website geven Desain en Honing een treffend voorbeeld van een metafoor van de hand van Seashore: “We hebben een bruikbare analogie in de glimlach. De glimlach is de natuurlijke uiting van opgewektheid, de houding van 'ik mag jou wel', 'ik hou daarvan', of 'ik ben goed geluimd.' (...) Met het vibrato is het net zo. De trillende kwaliteit is de natuurlijke taal van de waarheid. Het kan worden nagebootst, maar imitatie is waarneembaar. (...) De analogie tussen de glimlach en het vibrato is fundamenteel. Beide zijn een natuurlijke uitdrukking van welzijn, opgewektheid en oprecht gevoel.' Die normatieve beschrijving van het vibrato is mogelijk al zo oud als de techniek zelf, zoals ook uit het citaat aan het begin van dit artikel over de Majesteit en de Angstige neveneffecten van het vibrato is af te leiden.

De wijze van classificeren door Seashore vond op bescheiden schaal navolging, maar de gepubliceerde meetresultaten lopen nogal uiteen doordat verschillende instrumenten werden gebruikt, muziekstukken uit verschillende stijlperioden werden geanalyseerd en zo voorts. De ene wetenschapper stelde dat de frequentie van het vibrato bij zangers een vaste waarde heeft - zij gaan zo'n vijf keer per seconde op en neer - en onafhankelijk is van het tempo. Een ander vond juist dat zangers de snelheid van hun vibrato aan de omstandigheden aanpassen. Seashore observeerde dat deze snelheid aan het begin en het einde van een noot gelijk was, iets dat latere onderzoekers weer tegenspraken. Over één ding zijn alle onderzoekers het echter eens: het vibrato heeft de vorm van een sinustrilling waarbij de laatste periode volledig afgerond wordt vóór een overgang naar een volgende noot. De vraag blijft hoe dit precies gebeurt. Wordt de lengte van de noot mogelijk iets verlengd of verkort vlak voor het glijden (het zogeheten portamento) naar een volgende toon, of wordt de snelheid aangepast om precies een periode af te sluiten aan het einde van een noot?

Kelderstudio

Om dit te toetsen hebben Desain en Honing, op uitnodiging van IBM, vorig jaar in New York een aantal experimenten met proefpersonen uitgevoerd. Opnieuw deed de muziek van Saint-Saëns' Zwaan goede diensten. Een violiste, een klarinettiste en een sopraan moesten tijdens het experiment verschillende keren de beginmaten spelen van Le cygne, begeleid door een MIDI-piano die werd bespeeld door de computer. Het bleek, dat een goede musicus zoveel controle heeft over zijn vibrato en portamento dat bij een herhaling van het experiment op hetzelfde tempo de overgang van de ene naar de andere noot op vrijwel identieke wijze werd gemaakt.

Het is een fascinerend, maar tegelijk bescheiden begin. Het onderzoek Music, Mind, Machine is nog maar net begonnen. Als de onderzoeksgroep compleet is, worden deze experimenten in het najaar herhaald en verder ontwikkeld in de geluidsstudio die met steun van Yamaha en Transtec in de kelder van hun Nijmeegse instituut wordt gebouwd.

Zoals al uit hun Amerikaanse verblijf bleek, heeft ook de industrie belang bij het onderzoek. Op het niveau van toepassingen zou bijvoorbeeld door de kennis van het vibrato de klank van de synthesizer kunnen worden geoptimaliseerd. Waar het nu aan mankeert is dat deze instrumenten wel vibrato voortbrengen, maar dat is een constant vibrato. Anders dan bij levende musici wordt de sinustrilling niet aangepast aan de overgang van de ene naar de andere toon.

Desain: “Als wij nauwkeuriger kunnen beschrijven wat er precies gebeurt bij een overgang, dan kan dat worden vertaald in aangepaste programmatuur voor de synthesizer.” Honing: “Wij willen begrijpen wat er tussen de noten gebeurt. De methode van het computationeel modelleren maakt het nu mogelijk de schijnbaar ongrijpbare aspecten van uitvoeringen te doorgronden. Daarmee zal niet alleen kunnen worden aangetoond wat de structuur en regelmaat in de expressieve aspecten van muziek zijn, tevens zal dit gereedschappen opleveren voor een musicologie die naast het bestuderen van partituren, ook de muzikale uitvoering tot onderwerp heeft.”