Het daglicht ontdekte ik pas in 1988; Nan Goldin over foto's en schaamte

De verslaafden, travestieten en hoeren om haar heen beschouwt de Amerikaanse fotografe Nan Goldin als haar familie. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toont de intieme foto's van dat ongewone gezinsleven. “Ik wil de afstand overbruggen tussen mij en de ander, tussen mij en de wereld en ik geloof ten diepste dat fotografie dat kan.”

Nan Goldin, I'll be your mirror, Stedelijk Museum Amsterdam. Tot 17 augustus. Catalogus: ƒ 85. In het kader van De Roze Filmdagen vertoont Cinema de Balie in Amsterdam van 19 t/m 22 juni dagelijks om 21.30 uur de film 'I'll be your mirror' van Nan Goldin (16mm./51 min.) Korting op vertoon van het toegangsbewijs van het Stedelijk Museum.

“Met die heroïne chic heb ik niets te maken. Het komt uit de mode-wereld en is in elkaar gezet vanwege het geld. Daar gruw ik van.” De zangerige, licht ondulerende toon waarop ze spreekt, een toon waar de lach zich soms genotvol in nestelt, wordt doffer als ik haar de kwestie voorleg. Jonge fotografen verbinden momenteel mode en het junkie-leven met elkaar zodat je zou kunnen denken dat het mode is om verslaafd te zijn. Ze beroepen zich daarbij vaak op de foto's die Nan Goldin de afgelopen twee decennia heeft gemaakt van drugsverslaafden en transseksuelen, foto's die nu alom worden geprezen en gerespecteerd. Maar Goldin protesteert. “De huidige generatie fotografen ziet geen verschil tussen geënsceneerde foto's en foto's van het echte leven”, zegt ze tijdens ons gesprek vlak voor de opening van haar retrospectieve tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

“Ik denk dat er verschil is, dat er zoiets als werkelijkheid bestaat en dat beelden echt kunnen zijn. Maar ik word met die mening zo zoetjesaan net zo zeldzaam als een dinosaurus.”

Toch is de werkelijkheid die Goldin fotografeert niet bepaald de werkelijkheid van iedereen. Het is de leefwereld van hen voor wie het normale ondragelijk is, of onbereikbaar, hoe je het maar wilt zien. Het is ook de leefwereld van Goldin zelf. Ze werd in 1953 geboren in Washington D.C. en groeide op in de streng gereguleerde sfeer van de typische Amerikaanse buitenwijk, suburbia.“Ik voelde mij daar als vierjarige al een vreemdeling”, zegt ze, “en toen mijn zuster op achttienjarige leeftijd zelfmoord pleegde, verloor ik alle geloof in het gezinsleven.”

Vanaf dat moment begon ze haar familie zelf te kiezen. Ze leefde vanaf haar veertiende in allerlei communes (we schrijven de late jaren zestig en de jaren zeventig) en sloot vriendschappen die tot op de dag van vandaag zijn gebleven met mensen die zich, net als zijzelf, een outsider voelden. Mijn familie, noemt zij hen, en het leefklimaat van die ongewone familie vormt het onderwerp van haar omvangrijke oeuvre, door iemand ooit betiteld als the family of Nan.

Goldins stem wordt onverwacht heftig wanneer ik zeg dat, nu zij zo beroemd is, de neiging om voor haar een pose aan te nemen alleen maar kan zijn toegenomen: de geportretteerde weet dat hij door velen bekeken zal worden.

Goldin: “Mijn foto's gaan niet over narcisme en poses aannemen. Ze gaan over mijn relatie met mensen! Dat is een vertrouwensrelatie. Mijn vriend is zeer introvert. Hij zei dat door mij gefotografeerd worden aanvoelde alsof iemand je huid binnendringt en bloot legt wat je van je zelf niet weet, dat hij zich zelf niet kende tot hij mijn foto's zag. De vriendin met wie ik een paar jaar gewoond heb, is erg verlegen, maar wilde wel gefotografeerd worden omdat dat deel uitmaakte van onze verhouding, van onze liefde.”

De camera is er altijd als derde persoon, dat schept afstand.

“Niet met mij. Als ik fotografeer zie ik beter, kom ik dichterbij, voel ik dichterbij. Ik doe het heel natuurlijk. Je zou het niet eens merken als ik het nu deed. Ik zet geen lichten op, geef geen aanwijzingen, alles komt direct uit het moment, de intimiteit voort. Ik wil de afstand overbruggen tussen mij en de ander, tussen mij en de wereld en ik geloof ten diepste dat fotografie dat kan.”

Reputatie

Ze haalt er om mij te overtuigen de fotograaf David Armstrong bij, een van haar oudste 'familieleden' die in het Stedelijk, net als in het Whitney Museum in New York waar de tentoonstelling eerder was te zien, mede-verantwoordelijk is voor de inrichting.

Armstrong sputtert even: “Moet ik die vraag alweer beantwoorden?” Dan: “Ik kan niet omschrijven wat het is om door Nan gefotografeerd te worden. Het is zo natuurlijk en bekend.”

Goldin, op korte toon: “Je wordt je niet overbewust van je zelf.”

Armstrong: “Nee, helemaal niet.”

Goldin: “Misschien later, wanneer je naar de foto kijkt, maar als het gebeurt is het als een sigaret aansteken.”

Je ziet Armstrong op de tentoonstelling, die is ingedeeld naar verschillende periodes in Goldins leven, op tientallen foto's afgebeeld, van drag queen tot ingekeerde dromer. Hij introduceerde Goldin in de wereld van travestieten en transseksuelen nadat zij hem bewust had gemaakt van zijn homoseksualiteit. Het resulteerde in het boek dat Goldins reputatie in 1992 vestigde: The other side. Het toont transseksuelen en travestieten uit New York, Parijs en Bangkok. Op de foto's lijkt iedereen het stadium van de schaamte gepasseerd te zijn.

Goldin: “De meeste mensen zijn beschaamd over de verkeerde dingen, over seks, over verschillende vormen van seksuele voorkeur en mishandeling binnen liefdesrelaties. Die schaamte is cultureel bepaald. Voor veel van mijn homo-vrienden bestond, toen ze opgroeiden, geen model voor hun gevoelens. Ze voelden schaamte en vervreemding. Ik ken zelf geen schaamte. Daarom kan ik de mensen om mij heen in zekere zin permissie geven om schaamteloos te zijn. Bij mij (haar stem zingt weer) kunnen ze zijn wie ze zijn.”

Heb jij je er nooit voor geschaamd vrouw te zijn?

“Mijn oudste zus pleegde zelfmoord omdat ze geen jongen was en mijn familie een jongen wilde. Ik heb toen besloten dat er nooit iets zou zijn waar ik vanaf zou zien enkel omdat ik een vrouw ben.”In de inleiding van The other side schrijft ze: 'De meeste mensen worden bang wanneer ze anderen niet kunnen categoriseren - naar ras, leeftijd en bovenal naar sekse. Er is moed voor nodig om op straat te lopen als je overal buiten valt. Sommige van mijn vrienden veranderen dagelijks van geslacht - van jongen naar meisje en weer terug. (-) De mensen op deze foto's zijn werkelijk revolutionair; zij zijn de werkelijke winnaars van de strijd tussen de seksen omdat zij uit de ring zijn gestapt.'

Heb je ooit twijfels gehad over je seksuele identiteit?

“Ik heb die nooit als een probleem ervaren. Vanaf mijn dertiende sliep ik met meisjes, vanaf mijn veertiende ook met jongens. Ik was zeventien toen ik de queens ontmoette omdat David met drag begon. Ik heb ze nooit als als vrouwen verklede mannen gezien. Ik voelde me seksueel tot ze aangetrokken en had met enkelen ook een liefdesrelatie. Ik deed alsof ik ook een drag queen was, ik leefde ook zo, had geen seks met mannen om ze niet jaloers te maken.”

Ik denk dat in menselijke relaties een verband bestaat tussen dat wat je zoekt en dat wat naar je toekomt. Naar mijn ervaring word je verliefd op je probleem.

Ze lacht: “Waarschijnlijk heb je gelijk. Ik werd als kind al aangetrokken door mensen die iedereen het graf in wenste. Ik werd ook het graf in gewenst omdat mijn zuster zelfmoord had gepleegd. Dat maakte mij in de ogen van de nette burgers een griezel. Uiteindelijk ben ik blij dat ik al vroeg werd uitgestoten: ik ben nu niet opgegroeid om mij te conformeren.”

Leven wordt dan een kwestie van overleven?

“Ja, ik ben een survivor, zo leef ik ook. Een televisie-interviewer hier zei: 'Het leven dat je toont is vreselijk.' Ik zei: 'Ik heb een prachtig leven, heel intens. Voor mij is de hel opgesloten zitten in een of andere nieuwbouwwijk, met tijdschriften, tv en contact op internet. Dat zou mijn dood zijn.' Ik vind het een voorrecht om een outsider te zijn. Ik heb van mijn leven genoten ondanks alles wat voor anderen een horrorshow lijkt. Geen van ons voelt dat ook maar in het minst zo. Er waren goede tijden die slecht eindigden, maar ik zou niets anders hebben gewild.”

Drugsverslaving

De tentoonstelling in het Stedelijk is opgedeeld naar periodes in Goldins leven: de tienerjaren, met zwart-wit foto's zoals iedereen die heeft, de travestieten in de jaren zeventig, haar drugsverslaving in de jaren tachtig en het herstel in de jaren negentig. De latere foto's tonen voor het eerst de buitenwereld los van de mensen of in een bijna idyllische combinatie met hen: de Brooklynbridge onder een goudkleurige wolkenlucht, bomen langs een rivier, een naakte vrouw tussen groen aan de waterkant. Voor het eerst ook is er daglicht. Die foto's zijn vaak dromerig, bijna romantisch.

Goldin: “Tussen 1978 en 1988 zag ik het daglicht waarschijnlijk alleen om zes uur s'morgens als ik in een taxi van bars op weg was naar huis. Ik woonde bovendien in een donkere loft. Ik ontdekte het daglicht pas in 1988 in de kliniek, toen ik afkickte. Dat betekende een grote verandering, in mijn werk én op het menselijke vlak. Tot dan had ik jarenlang de wereld alleen gezien door de filter van mijn verslaving.'

Je hebt ook altijd gezien vanuit welke hoek je de wereld het beste kon fotograferen.

“Nee, ik ben nooit met esthetiek bezig geweest. Ik neem heel veel foto's en selecteer en edit ze later. Ik zet niets in elkaar, vertel niemand hoe hij zich moet gedragen of hoe hij moet gaan staan. Alles gebeurt intuïtief. ”

Toch is die intuïtie gestempeld door andere fotografen: Diane Arbus, Cecil Beaton, Robert Frank, Larry Clark, om een paar traceerbare invloeden te noemen. Die invloeden hebben alleen maar in aanzet met stijl te maken. Goldin moet zich daar, gezien de mengelmoes van stijlen in haar oeuvre, niet werkelijk voor interesseren. Toch herken je haar foto's direct. Ik zeg dat ik er altijd een grote tederheid in voel voor haar onderwerp, en een gevoel voor drama.

Goldin: “Ik leef mij in in wat ik zie. Vrouwen zijn daar beter toe in staat dan mannen. Mannen zijn erg gehecht aan hun ego. Daarom is het moeilijk voor ze om zich in anderen in te leven zonder zichzelf te verliezen. Vrouwen kunnen dat.”

Het is geen natuurlijk gegeven: aandachtig zijn moet je leren.

“Ja, fotografie is voor mij ook het middel daartoe geweest. Ik begreep jarenlang niets van relaties en maakte foto's om beter te zien wat er aan de hand was. In het oude werk ging het over het gedrag van mensen, de laatste jaren interesseer ik mij meer voor hun innerlijk leven, hun relatie met zichzelf en met mij. Het spirituele interesseert me nu. Ik reis ook vaker naar het Oosten.”

Ze relativeert die belangstelling meteen weer: “Onmiddellijk na de opening in het Whitney Museum ben ik, om de herinnering aan de kunstwereld uit te wissen, met mijn vriend in een klooster gegaan om te mediteren. Maar het was voor mij als skiën in de Himalaya zonder ooit te hebben geoefend. Na twee dagen was ik dan ook weer terug in New York.”

Evenzo zoekt ze in het Oosten, Japan, Manila, weer de outsiders op: hoeren, travestieten, de SM-scene. Geen monniken.

Goldin: “Japan is een zeer conformistische, uiterst regressieve maatschappij. Ik help daar mensen om uit te komen voor hun seksuele geaardheid en breng aids-patiënten ertoe publiekelijk over hun ziekte te praten. Ik arrangeer ontmoetingen zodat ze een clan kunnen vormen zoals de mijne. Dat is mijn missie nu: jonge mensen helpen. Als ik homo-teenagers kan helpen met hun zelfbeeld zodat ze geen zelfmoord plegen, ben ik geslaagd. Er is veel zelfmoord onder teenagers omdat er in de maatschappij zo weinig is dat hun werkelijke behoeftes en verlangens reflecteert. Alles is voorgekookt of wordt onmiddellijk vercommercialiseerd. Er is een groot streven naar controle.”

Dat maakt het tegendeel ook heel aantrekkelijk. Op jouw foto's zie je veel chaos, het wilde leven.

“Dat zocht ik ook. Ik wilde geen controle meer, de camera is jarenlang de enige controle in mijn leven geweest.”

Je was ook slachtoffer van een tijdsbeeld. Drugs werden gemythologiseerd.

“Vergeet niet dat drugs maken dat je je werkelijk zeer, zeer goed voelt. Ze nemen de pijn van het leven weg. De herinnering daaraan raak je nooit meer kwijt. Vorig jaar was ik ongewild weer even verslaafd aan pijnstillers. Sinds zes maanden ben ik daar weer van af... Ik wil het niet meer, ik voel dat ik meer balans nodig heb. Ik heb er geen behoefte aan steeds opnieuw hetzelfde te moeten doormaken.”

Word je door de dood aangetrokken?

“Zelfmoord is voor mij altijd een optie geweest, maar ik wil leven, zo lang mogelijk. Misschien dacht ik toen ik drugs nam dat de dood glamorous was, dat het leven geleefd moest worden tot het absolute maximum. De dood scheen onwerkelijk, tot mijn beste vrienden stierven. Toen vond ik dat junkie zijn een vorm was van zelfbevrediging, want ik kon hen niet helpen. Dat is een van de redenen waarom ik ben afgekickt. Een andere is dat veel van mijn vrienden afkickten, en ik doe alles wat zij doen.” Ze lacht.

Je legt veel accent op het hebben van een missie, het helpen van anderen. De titel van de tentoonstelling verwijst daar ook naar: 'I'll be your mirror', naar een song van de Velvet Underground..

Goldin: “Lou Reed heeft mij toestemming gegeven om die titel te gebruiken. Ik heb hem gekozen omdat een vriend mij schreef dat de foto's die ik van hem aan de ontbijttafel gemaakt heb, hem het gevoel gaven dat hij voor het eerst zijn ziel zag. Hij schreef: 'Jij bent mijn spiegel'. Dat wil ik ook zijn: ik reflecteer wat ik zie en voel. Misschien breek ik daarmee even de glazen wand tussen ons en de wereld. ”