Gierende stemmen in zee van bijgeluiden

Langs de lijn, morgen 4000ste uitzending, Radio 1, 14.04u en 19.30u.

Sport op de radio is van alle tijden. Hele middagen en hele avonden worden we vergast op loeiende sirenes, knetterende motoren en overslaande stemmen alsof er niets mooiers is dat het leven boeit. Een heel arsenaal aan geluidstechnieken wordt bijna dagelijks door programmamakers en verslaggevers door de ether geslingerd om het gehoororgaan van de sportliefhebber op zijn kwaliteiten te testen. Wie Langs de Lijn, zoals het sportprogramma al sinds bijna vierduizend uitzendingen heet, nog nooit heeft gehoord pleegt zijn radio af te stemmen op een andere zender dan Radio 1 of is domweg doof.

Sport en stemverheffing zijn onafscheidelijk geworden. Zonder lawaai en ophef is kennelijk geen hoogspanning meer van de arena naar de huiskamer over te brengen. Elke sportwedstrijd - van schaken en biljarten tot kunstrijden op de schaats en rolhockey - wordt verslagen of een gevecht op leven en dood gaande is. Een verslaggever die een keel kan opzetten oogst meer waardering dan een verslaggever die de Nederlandse taal vaardig is.

Toch kan sport op de radio soms meer boeien dan sport op de televisie of nog meer dan sport in levende lijve. Zoals Jack van Gelder de voetbalreportages met gierende stem van spanning voorziet is van een bijzondere orde. Nooit weet je of het wel waar is wat hij zegt. Nooit is het helemaal echt. Maar juist omdat je niets ziet en Van Gelder zoveel zegt, loopt de spanning in de huiskamer hoger op dan tijdens een tv-reportage. Vroeger zetten we het geluid van de tv tijdens een voetbalwedstrijd uit omdat de spanning op radio hoger was. Luidkeels - om de radio te overstemmen - riepen we dan tegen elkaar dat de radioverslaggever weer eens de verkeerde speler noemde.

Die Han Hollander, Jan Cottaar en Theo Koomen hebben wat te weeg gebracht in omroepland. Nog altijd vermoed ik klonen van die grote verslaggevers c.q. conferenciers achter de microfonen van vandaag. Terwijl de geluidsverbindingen van vandaag toch aanzienlijk beter zijn dan een halve eeuw geleden. Wie zuivere informatie over hetgeen zich op de sportvelden afspeelt wenst, komt er bekaaid af of moet zich op z'n minst de vele bijgeluiden laten welgevallen.

Soms slagen de studiopresentatoren erin met bedaarde stemmen en relativerende woorden het evenwicht te herstellen. Maar ze zijn nog niet klaar met de handbaluitslagen of ze worden onderbroken door een stem die een doelpunt heeft. Want een gemist doelpunt is een doodzonde. Zonder scoren is er te weinig ophef. Hoe Willem Ruis, Koos Postema, Felix Meurders, Tom Egbers, Jan Douwe Kroeske, Rocky Tahuteru, Sjors Fröhlich, Ronald Boot, Eddy Jansen en Govert van Brakel ook ieder op hun eigen manier in de loop der jaren probeerden de stemming er in te houden, Langs de Lijn zonder doelpunt is geen Langs de Lijn.

Op doordeweekse avonden wil Langs de Lijn wel eens achtergrond en analyse presenteren. Een interviewtje hier een gesprekje daar. Dan doen de mannen die doorgaans hun stem verheffen vergeefse pogingen een voetballer of trainer zinnige woorden te ontlokken. Dan blijkt vaak dat het vak van interviewer niet hetzelfde is als het vak van verslaggever. Dan kan het een genoegen zijn Eddy Poelmann (beter bekend van NOS-tv) journalistiek te horen bedrijven.

Maar meestal is het toch hijgen en hollen met de Oranje-vlag in top. Wie eens een hele zondagmiddag Langs de Lijn heeft aangehoord is, voelt zijn oren nog steeds suizen. Dat is vervelend want sport hoort gezond te zijn. Waar is de tijd dat zondag een rustdag was?