Getuigend proza van Hanna Kral; Als het Poolse en het joodse lot samenvallen

Hanna Krall: Dansen op andermans bruiloft. Literaire reportages. Uit het Pools vertaald door Benjamin Gijzel. De Geus, 205 blz. ƒ 49,90

De Poolse schrijfster Hanna Krall (Warschau, 1937) heeft een respect afdwingend oog voor het dramatische detail. Haar obsessies zijn waarheidsgetrouwe feiten en historische juistheden, namen en nog eens namen, een stembuiging, de kleur van iemands haar. Ooit zei ze dat ze niet kon huilen, niet schreeuwen, alleen maar schrijven. Haar ideaal is om de verloren, vernietigde wereld van de Poolse joden opnieuw gestalte te geven. Zij zijn 'onbeweend', want er is niemand die om hen huilt, schrijft Krall.

Evenals het werk van G.L. Durlacher beweegt het literaire oeuvre van Krall zich tussen sociologie en literatuur. Was haar voorlaatste boek, Hypnose, al indrukwekkend, haar nu in het Nederlands vertaalde verhalenbundel Dansen op andermans bruiloft verdient niet minder bewondering. 'Literair' of 'fictief' zijn haar verhalen niet te noemen, het zijn eerder getuigenissen of reportages van lotgevallen van de Poolse joden, na de oorlog verspreid geraakt over de wereld. Zij beschrijft de Polen met veel heftigheid. Daaronder ligt een duidelijke visie: als het Poolse lot en het joodse lot samenkomen, vermenigvuldigen de emoties zich, dan verandert alles in extremen. Het kwaad verandert in een hel, een slecht mens in een duivel en een goed mens wordt een heilige.

Toch zijn die scheidslijnen nooit zuiver te trekken, en dat maakt haar verhalen intrigerend. Zoals de Polen als scherven over de wereld zijn verdeeld, zo zijn Kralls verhalen uit scherven opgebouwd. Veel witregels en afzonderlijke alinea's, een stoet van mensen en hun namen, soms te veel om bij te houden of van elkaar te onderscheiden. Tegelijk heeft de lijst van namen een bezwerend effect. Het zijn allen slachtoffers van de oorlog,en wie niet herdacht wordt, bestaat niet meer. Kralls bezetenheid geldt het verleden.

De toekomst heeft minder haar aandacht, en al helemaal niet de toekomst zoals die voor veel joden is belichaamd in Israel. Uit Dansen op andermans bruiloft, wat trouwens een prachtige titel is, laat ze duidelijk merken dat Israel haar irriteert. Niet alleen zijn miljoenen mensen weg, ook hun leefstijl is vermoord, hun keuken, hun kleren, hun theater, hun geschiedenis, hun liedjes. Volgens Krall wil Israel niets weten van deze ongelukkige, zwaarmoedige Poolse mensen van vroeger.

Als Krall een overtuiging heeft, dan houdt die in dat de mens een marionet is, een personage in het werk van de Grote Scenarioschrijver, God. De een is het slachtoffer, de tweede de winnaar, weer een ander is een linkerd en de vierde is vluchteling. 'Het joodse schouwspel is afgelopen' zegt ze ergens, 'maar de rollen blijven, ze herhalen zich oneindig in andere situaties.'

Verhalen van haarzelf, verhalen die ze hoorde van anderen: Hanna Krall geeft ze allemaal aan ons door. Zij is geen 'vertellende instantie' in de traditionele betekenis van het woord, zij regeert niet over haar personages, maar ze neemt hen waar, luistert naar hen, observeert en brengt hen naar voren op de denkbeeldige toneelplanken van haar boek.

Zo is er deze passage: de moeder van een Duitse vriend van Krall woonde de processen van Neurenberg bij, want haar man moest er terecht staan. Zij herinnerde zich van het hele proces vooral 'hoe de nagels van de Amerikaanse secretaresses eruitzagen. Die waren bedekt met een rode, vreemd glimmende lak.' Na deze van een buitenstaander beluisterde opmerking neemt Krall het roer over en schrijft ze haar eigen associaties: 'Die parelmoerlak op de nagels van Amerikaanse secretaresses was een natuurlijk bewijs voor de superioriteit van de Amerikaanse technologie ten opzichte van de Duitse. De Duitsers produceerden Zyklon B. De Amerikanen polymeren. De Amerikanen hadden, als ze dat hadden gewild, ook best Zyklon kunnen produceren, maar ten eerste hadden ze niemand om te vergiftigen en ten tweede waren polymeren een stuk goedkoper.'

Nu gaat het me in deze passage niet om de chemie van de nagellak, wèl om Kralls koel-cynische, onvergetelijke vergelijking van nagellak met Zyklon B. De moeder, kennelijk zo gefascineerd door hardglanzende, Amerikaanse nagels vertegenwoordigt een karakter dat vaak in Kralls boeken optreedt: mensen die koste wat kost willen blijven bestaan in deze wereld. Over hoe haar man werd terechtgesteld, komen we niets te weten. De metafoor van bloedrode nagels overheerst de hele vertelling.

Haar vertellersprocédé is nog het beste te vergelijken met het bouwen van huizen met Lego-stenen: 'Gebeurtenissen als bouwsteentjes van een oneindig Legoland', stelt ze ergens en passant vast. Dat oneindige Legoland, die aan elkaar geschakelde vertellingen, bepalen de structuur van het boek. Het is slechts ogenschijnlijk een losse vorm. In de diepte houden alle verhalen verband met elkaar. Allemaal gaan ze tenslotte over mensen die door de gebeurtenissen van de geschiedenis hun houvast in het leven zijn kwijtgeraakt en die, even krampachtig als hoopvol, een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Juist omdat we weten dat elk detail in haar proza een geladen betekenis heeft, want het gaat om een voorbije wereld, krijgen die details een metafysische kracht.

In één van de allermooiste verhalen, Die mevrouw uit Hamburg, verbergt de man van een kinderloos echtpaar een joodse vrouw in een kast. Hanna Krall schrijft: 'De joodse vrouw was klein van postuur, had zwart krullend haar en zag er ondanks haar blauwe ogen erg semitisch uit. Ze kreeg een plek in de kamer waar de kleerkast stond. (Kasten en joden... Misschien wel een van de belangrijkste symbolen van onze eeuw. Leven in een kast... Een mens in een kast... Halverwege de twintigste eeuw. In Midden-Europa.)' Hier is Krall op haar best: 'kasten en joden'. Je proeft de mengeling van verbazing en opstandigheid.

In de loop van het verhaal raakt de joodse vrouw zwanger. De echtgenote van de man accepteert dat en ze gaat rondlopen met een kussen onder haar jurk. Alsof zìj zwanger is, iets wat ze altijd wilde. Na de bevalling is de joodse vrouw ineens verdwenen, het kind groeit bij haar pleegouders op en wanneer ze volwassen is, gaat ze op zoek naar 'die mevrouw uit Hamburg'. Dat is haar echte moeder. Deze wil niets meer van die tijd weten. Ook de dochter krijgt een kind. Maar de joodse mevrouw uit Hamburg wil onzichtbaar blijven, onvindbaar voor iedereen. Ze wilde overleven. Ze zegt zelfs dat ze haar leven te danken heeft aan de stiefmoeder van haar dochter, want 'ze had de deur maar hoeven opendoen en maar een paar meter hoeven lopen. Er was een wachtpost aan het andere eind van de straat. Het is buitengewoon dat ze de deur niet open heeft gedaan. Ik heb me erover verbaasd dat ze dat niet deed.'

Dolgraag wil de dochter haar biologische moeder ontmoeten. Aan haar heeft ze haar leven te danken, evenzeer als aan haar oorlogsmoeder. Ze weet niet van wie ze het meest moet houden, een dilemma dat ook haar verdere lotgevallen als vrouw en moeder bepaalt. In niet meer dan tien bladzijden vertelt Hanna Krall ons het verhaal van twee generaties.

Dansen op andermans bruiloft is een boek over moeders en dochters, vaders en zonen, mannen en vrouwen wier verhouding door de geschiedenis wordt bepaald, sterker: voorgoed is geterroriseerd. Dat maakt opstandig en soms ook berustend, maar voor alles dwingt het Kralls personages te bestaan. Het probleem van die onmogelijke opgave heeft Krall suggestief tot in de kleinste waarneming beschreven. Ze zei eens dat de verdwenen geur van roggebrood voor haar gelijk staat met het Laatste Oordeel. Detail en metafysica raken elkaar superieur.