Geen voorlopige hechtenis; Tot 18 jaar veroordeelde man in vrijheid

DEN HAAG, 13 JUNI. De man die in maart door het hof in Leeuwarden tot achttien jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens doodslag op het Friese echtpaar Jim en Janny Schuiten is nog steeds op vrije voeten en op een onbekende bestemming, mogelijk in het buitenland.

De man hoefde van de rechtbank en het gerechtshof in Leeuwarden niet in voorlopige hechtenis omdat er na afronding van het onderzoek in de zaak geen “nieuwe, ernstige bezwaren” tegen hem waren gerezen. De advocaat van de veroordeelde ging voor hem in cassatie bij de Hoge Raad. Zolang er geen uitspraak ligt van de Hoge Raad kan hij niet worden vastgezet.

“Onvoorstelbaar”, vindt het Tweede-Kamerlid B. Dittrich (D66). “Dit kan gewoon niet bij iemand die tot achttien jaar is veroordeeld. Dit valt niet uit te leggen aan de nabestaanden van het echtpaar.” Dittrich stelde vandaag schriftelijke vragen aan minister Sorgdrager (Justitie) over de zaak. Hij wil onder meer weten waarom de procureur-generaal in Leeuwarden vorig jaar geen voorlopige hechtenis heeft gevorderd toen S.M.C. eenmaal schuldig was bevonden door de rechtbank. “Dat lijkt mij een nieuw, ernstig bezwaar”, stelt Dittrich. Het hof zelf had ambtshalve voorlopige hechtenis kunnen bevelen, maar deed dat ook niet, hoewel het vluchtgevaar volgens Dittrich reëel was. Sinds zijn veroordeling bij het hof is niets meer van C. vernomen.

Op 22 augustus 1995 werd het echtpaar in hun woning in Sneek levenloos aangetroffen. Zij waren met messteken om het leven gebracht. C. werd van de moord verdacht. Het echtpaar had diens echtgenote geassisteerd bij het doen van aangifte tegen C., wegens verkrachting. Hij was in 1993 al tot drie jaar veroordeeld, maar was in mei 1995 niet meer teruggekeerd van weekendverlof.

Volgens de persrechter van de rechtbank in Leeuwarden heeft de raadkamer de man destijds in vrijheid gesteld nadat het onderzoek in de zaak was afgerond. De voorlopige hechtenis werd niet verlengd omdat “de onderzoeksgrond niet meer aanwezig was”, aldus de persrechter. “De officier van justitie had een nadere grond moeten aanvoeren als hij wilde dat de rechtbank de verdachte langer zou vasthouden, maar dat is niet gebeurd. Het gerechtshof in Leeuwarden heeft die beschikking later, bij het hoger beroep, bevestigd.”

Volgens Dittrich was de hechtenis wel degelijk mogelijk geweest. Het gerechtshof in Den Haag sprak in juni vorig jaar in een andere zaak uit dat er geen nieuwe bezwaren tegen een verdachte nodig zijn om hem tijdens de behandeling in hoger beroep in hechtenis te nemen. “Als het Hof in Den Haag, na een vrijspraak door de Haagse rechtbank, toch in hoger beroep voorlopige hechtenis aan iemand kan opleggen, waarom zou dat dan niet in Leeuwarden kunnen, wanneer de rechtbank de verdachte tot maar liefst vijf jaar veroordeelt?” zegt Dittrich. “Dat wijst op inconsistentie in de rechtspraak.” Hij vindt dat het desbetreffende artikel 75 in het Wetboek van Strafvordering moet worden herschreven zodat rechters het ondubbelzinnig kunnen toepassen.

Een van de zonen van het echtpaar probeert sinds de veroordeling van C. opheldering te krijgen van het openbaar ministerie in Friesland en van het gerechtshof in Leeuwarden over de vraag waarom er geen actie is ondernomen om de dader achter de tralies te zetten. “We hebben niet de indruk dat de politie erg hard bezig is om hem te vinden”, zegt Schuiten. “Wel heb ik gemerkt dat er bij justitie in Leeuwarden nu iets op gang komt. De dader moet zijn handtekening zetten om in cassatie te kunnen gaan bij de Hoge Raad. In feite ligt de procedure nu stil en kan het nog jaren gaan duren. Wij zijn blij met de veroordeling, maar de dader loopt nog vrij rond. Wij vinden het belangrijk dat we de zaak kunnen afsluiten.”