Eis twaalf jaar cel ondanks Zaanse verhoormethode

LEEUWARDEN, 13 JUNI. “Eigenlijk ben je een heel, heel, heel zielig mannetje, dat constant verschopt en verneukt wordt. Als je vrijkomt heb je niemand meer. Oh, wat zul je bang zijn, want dan pakken ze je.”

Dit kreeg de 46-jarige Groninger H.E., die gisteren voor het gerechtshof in Leeuwarden terecht stond wegens doodslag en afpersing, volgens zijn advocaat L. de Léon onder meer toegeworpen tijdens het politieverhoor. Drie dagen lang werd hij als verdachte van een moordzaak volgens de 'Zaanse methode' verhoord. Een verbalisant zei hem: “Belangrijk is hoe het met Jannie en Jacqueline (vriendin en dochtertje, red.) gaat, dat is belangrijker dan die hele klotenmoord”. Een andere rechercheur sprak hem toe met de woorden: “Ik weet dat je een eerlijke hasjhandelaar bent. Neem de verantwoordelijkheid voor die paar jaar die je krijgt.”

E. wordt verdacht van doodslag op de Groninger coffeeshophouder H. Roo in julin 1995 in Siddeburen. Na een meningsverschil over geld dat hij nog tegoed zou hebben, zou verdachte Roo met een ijzeren staaf hebben geslagen en daarna door het hoofd hebben geschoten. Het lijk sneed hij in stukken en vervoerde hij in twee tassen naar Duitsland. De tas met de romp werd op zijn aanwijzing door de politie gevonden. De verdachte bekende op de tweede dag van het verhoor dat hij Roo om het leven had gebracht.

De Groninger rechtbank veroordeelde E. in september 1996 tot vijf jaar cel wegens afpersing van de vriendin van het slachtoffer. Hij werd vrijgesproken van doodslag, omdat hij tijdens de verhoren in Zaanstad te veel onder druk zou zijn gezet. Volgens zijn raadsman werd verdachte bedreigd, misleid en geïntimideerd. Hij kreeg onder andere een fotocollage te zien van lijkdelen van het slachtoffer, afgewisseld met afbeeldingen van zijn vriendin en dochter. De Léon noemde de verhoren “weerzinwekkend”. “Mijn cliënt is psychisch gemangeld en getraumatiseerd.” Hij hekelde de rol van een communicatiedeskundige die vanuit de regiekamer de verbalisanten constant souffleerde. De verhoren waren bovendien op video opgenomen, zonder dat zijn cliënt daarvoor toestemming had gegeven. De verhoormethode is volgens De Léon onbetrouwbaar en had geleid tot een valse bekentenis.

De Zaanse ondervragingsmethode werd enkele jaren geleden ontwikkeld door de regiopolitie Zaanstad, maar kwam in de zomer van 1996 in opspraak. Op advies van de Recherche Advies Commissie verbood minister Sorgdrager (Justitie) de methode in november. Ze oordeelde dat bij een herbeleving van het delict met behulp van geuren, foto's en indringende verhoren de waarheidsvinding verloren dreigt te gaan. De Hoge Raad besliste in mei dat toepassing van de verhoormethode geen reden is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en de verdachte vrij te spreken. Wel oordeelde het college dat delen van de methode strijdig zijn met een eerlijke procesgang.

Procureur-generaal P. van Kesteren eiste gisteren voor het Leeuwarder hof twaalf jaar celstraf met aftrek van voorarrest tegen E. wegens doodslag op Roo en afpersing van diens vriendin. Van Kesteren wees er daarbij op dat de bekentenis van E. gedaan tijdens de 'Zaanse' verhoren, daarna tijdens vijf andere verhoren werden herhaald. “Zijn latere verklaringen zijn rechtmatig bewijs.” Hoewel bepaalde aspecten van de omstreden methode niet door de beugel kunnen, - de mededeling dat E.'s vriendin telefonisch bedreigd werd noemde hij misleidend- mag dit geen consequenties hebben voor de strafmaat, aldus de procureur-generaal. “Elk verhoor kent elementen van druk in zich. De verdachte was uiterst zwijgzaam, er was met hem nauwelijks te communiceren. Vind je een zwakke plek, dan kun je daar op doorgaan.” De aanklager ziet daarnaast ook in de verklaringen van twee bewaarders in gevangenis De Grittenborg in Hoogeveen bewijsmateriaal. Tegen hen zou verdachte hebben verklaard: “Ik heb hem kapotgesneden” en “het was hij of ik”.

Volgens De Léon zou de verdachte geen motief hebben voor de moord, omdat hij samen met Roo een wietplantage opzette, die verdachte jaarlijks ongeveer zes ton aan inkomsten zou opleveren. De raadsman achtte het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk en vroeg onmiddellijke invrijheidsstelling, maar het hof wees dit laatste af.

Uitspraak: 26 juni.