De wereld verklaard

J. Goudsblom: Het regime van de tijd, Meulenhoff xx blz., ƒ 39,90

Niet lang geleden belegde het onderzoeksinstituut waarvan ik deel uitmaak een studiedag. Het thema van de interdisciplinaire bijeenkomst was 'intellectuele helden'. Mijn aanvankelijke scepsis was snel overwonnen toen ik de theoloog zijn respect voor de integriteit van zijn intellectuele held hoorde belijden, de filosoof hoorde uitleggen dat hij zich zijn intellectuele leven zonder een keur aan helden niet kon voorstellen, terwijl de historicus tongue-in-cheek bestudeerde welke helden anderen hadden uitgekozen. In kort bestek kregen de toehoorders niet alleen inzicht in de biografie van de sprekers, maar ook in het onderscheid tussen disciplines: zeg mij hoe u met helden omgaat, en ik vertel u tot welke discipline u behoort. Geheel in overeenstemming met de verwachting mompelde een collega-historicus in de pauze dat hij al die helden maar onzin vond; de moderne historicus leert in zijn opleiding intellectuele helden te relativeren, zo niet te wantrouwen.

Het recente boek van de historisch socioloog Goudsblom is niet het werk van een sceptische historicus. Goudsblom heeft in zijn leven veel geschreven, waaronder boeken over de sociologie, brede cultuurbeschouwingen en een grote studie over 'vuur en beschaving'. Maar voor wie niet tot zijn intellectuele omgeving behoort en slechts nu en dan zijn werk opneemt, blijft hij toch vooral de verkondiger van één intellectuele held: de Duitse historisch socioloog Norbert Elias. Helder en met groot geduld weet hij keer op keer de verdiensten van Elias' beschouwingen over staatsvorming en de ontwikkeling van 'civilisatie' uit te leggen. Het grote Nederlandse, vooral Amsterdamse, succes van Elias' benadering is voor een belangrijk deel aan hem te danken. Er bestaan al jaren onder meer een 'Amsterdamse School' en een 'Amsterdams Sociologisch Tijdschrift' waarin Elias' geest rondwaart. En in deze tijd van strijd om onderzoeksfinanciering is het voordeel van een (deels) door een intellectuele held geïnspireerd programma onmiskenbaar: het bevordert coherentie, gelijkgerichtheid en productiviteit. Nu is de bedoeling van wetenschap niet herhaling maar ontdekking van iets nieuws en de vraag is dus of centrale noties van Elias tot concreet vernieuwend onderzoek leiden; bijvoorbeeld diens gedachte dat het menselijk leven ten diepste sociaal is en verandering verklaard moet worden uit de druk van het samenleven, of toegespitst, diens observatie dat de normen die het sociaal verkeer aanvankelijk van buitenaf oplegt (Fremdzwang) later vaak geïnternaliseerd worden (Selbstzwang). De kracht van Elias' eigen werk ligt in de combinatie van dergelijke inzichten met aan tijd en plaats gebonden historisch onderzoek, bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van tafelmanieren. Gemeten naar deze maatstaf betwijfel ik of Goudsbloms Regime van de tijd tot het vruchtbaarste werk uit de Elias-school behoort. Het boek bevat korte opstellen die grote problemen bespreken. Onder meer de ontwikkeling van het tijdsbegrip, van de menselijke dominantie over dieren en van militaire en religieuze kastes komen aan de orde, als ook de schaamte als sociaal verschijnsel en de problemen van de door Elias geïnspireerde historisch-sociologische verklaring. In drie van de veertien stukken verwijst Goudsblom niet naar Elias. Zijn stijl is helder en onopgesmukt, een enkele keer op het nonchalante af, en afgezien van sporadisch Eliasjargon prettig pretentieloos. De sympathie die dat opwekt wordt wat aan het wankelen gebracht wanneer na verloop van tijd enige constanten gaan opvallen. Dat het notenapparaat beperkt is gehouden past in de trant van het boek, maar het zijn wel telkens dezelfde auteurs naar wie verwezen wordt, zoals enkele antropologen, collega De Swaan, mensheidshistoricus McNeill en, merkwaardig genoeg, kerkvader Augustinus (die Goudsblom overigens ook wel elders aanhaalt, soms als tegenvoorbeeld). Allen staan zij blijkbaar vooraan in Goudsbloms boekenkast. Verder past Goudsblom een opvallende combinatie toe van door 'denk ik' of 'zo vermoed ik' gerelativeerde speculaties met een beroep op evidenties - 'zoveel is hopelijk wel duidelijk geworden'. De combinatie van relativering en volstrekte zekerheid keert terug in zijn benadering van theorie. Enerzijds stelt hij zich uitdrukkelijk op het 'sociogenetische' Elias-uitgangspunt en laat hij dus de mogelijkheid open dat men zich op een ander standpunt plaatst, maar anderzijds laat hij in zijn beschouwingen aan alternatieve interpretaties vrijwel geen ruimte. Hij heeft daarbij een uitgesproken voorkeur voor 'eenvoudige' of 'elementaire modelletjes' die de geschiedenis tot enkele stadia terugbrengen. Een voorbeeld daarvan is de verklaring van de opkomst van religieuze kastes. De rol van de geesteljke is strikt functioneel: hij is in een bepaalde fase van sociale ontwikkeling nodig voor deregulering van het maatschappelijke leven. Goudsblom gaat in zijn functionalistische verklaring zover dat hij vrijwel alle kwesties van zingeving buiten de orde verklaart. De bekende Franse historicus Georges Duby die het middeleeuwse universum probeert te begrijpen en niet meteen naar de verklaring overstapt, schrijft dus met een 'theologische ondertoon' en blijft eigenlijk nog gevangen in het middeleeuwse denkraam. Goudsblom vindt dat 'makkelijk' en plaatst zich op een veel grotere afstand van de toenmalige beleving.

De zachtgele omslag van de verzorgd uitgegeven paperback is aangenaam en opwekkend. Goudsbloms wereld is helder en transparant, een overzichtelijk geheel van stadia en processen, eigenlijk een 'verrassend eenvoudig schema' zoals hij ergens opmerkt. De zonnige manier waarop hij de geschiedenis begrijpelijk maakt, heeft iets aantrekkelijks, zijn schematische werkwijze verleent het boek een eenheid van benadering en leidt nu en dan tot interessante observaties, maar hij neemt wel een zo grote afstand tot de empirie dat zijn betogen soms volstrekt speculatief worden. Bij voorkeur beschrijft hij tijden die zo ver weg liggen of zo veel omvatten dat de empirie amper voorhanden is of de status van betrekkelijk willekeurige illustratie krijgt. Alles klopt. Misschien is het uiteindelijk een kwestie van smaak of esthetica. Goudsblom geniet van simpele volmaaktheid en wie hem daarin wil volgen, zal het boek met genoegen lezen.