De vooruitgang

Rudy Kousbroek heeft mijn werk slordig gelezen, blijkt in CS van 6-6-97, waarin hij Gerry van der List en vooral mij uitvoerig bekritiseert. Hij heeft mijn standpunten over moderne kunst, vooruitgang, doodstraf, immigratie, massa en democratie ernstig 'verminkt' weergegeven. Laat mij iets rechtzetten:

(1) Ik meen allerminst dat vooruitgang en de waarde van kunst of van morele standpunten - bijvoorbeeld over immigratie of de doodstraf - een kwestie vormen van het oordeel van de massa of van democratische meerderheidsbeslissingen.

(2) Wél stelde ik dit:

Het blijkt dat velen - onder 'de massa' én onder intellectuelen - negatief oordelen over veel moderne kunst of de omvang van de immigratie, en positief over de doodstraf, maar dat men dat oordeel niet of nauwelijks tot uiting ziet komen in media en Volksvertegenwoordiging. Dat vond ik merkwaardig, en wijzend op taboes, op een soort - ondemocratische - censuur.

(3) Kousbroek schrijft: “Maar voor Rietdijk houdt het dus een ontkenning van de wetenschappelijke en technische vooruitgang in, wanneer iemand van mening is dat het leven zinloos is”.

Dit citaat staat mijlenver van mijn opvatting: die vooruitgang bestaat objectief, los van hoe W.F. Hermans of Wim T. Schippers (of C.W. Rietdijk) over de zin van het leven denken.

(4) Ik stelde daarentegen meermalen: Velen beweren dat er geen vooruitgang bestaat, en evenmin objectieve waarheid en een objectieve moraal. Zij menen in het bijzonder dat vooruitgang - bijvoorbeeld inzake geluk en andere levensproblemen - niet via wetenschap, rede en/of morele kwaliteit kan worden bereikt. Ik noemde die opvatting conservatief: in het belang van de status quo en van de machtigen. Immers, ze stempelt elk pogen van de mens om via intelligent handelen (via rede en moraal) zijn lot te verbeteren, tot vergeefse moeite. Wittgenstein is zo'n conservatief (“levensproblemen onoplosbaar via de wetenschap”). (Is hij ook dáárdoor in de mode?)

(5) Tenslotte: ben je 'mistycus' als je - zoals ik - grondig onderzoek voorstaat inzake het paranormale, iets waarvan twee derden van alle Amerikaanse hoogleraren meent dat het bestaat?

Kousbroek moest mijn Wetenschap als bevrijding maar eens lezen.