De intellectuelen van de dierenwereld; Waarom apen moorden en verkrachten

Aan apen en mannen zit een steekje los. Nog niet zo lang geleden dacht men dat alleen mensen elkaar doelgericht om zeep helpen. In de dierenwereld zouden de beesten er alleen op uit zijn zich hun soortgenoten van het lijf te houden. Een misverstand. Ook mannetjes-apen gaan er soms op uit om niets anders te doen dan elkaar te doden. Zelfs aan verkrachten en kindermoord gaan ze zich te buiten. Er is maar één trekje uniek menselijk: martelen.

Richard Wrangham en Dale Peterson: Demonic Males. Apes and the origins of human violence. Bloomsburry (Londen). 350 blz. ƒ 63,35

Het is dat mensapen bij taalexperimenten meestal lievige woordjes als 'appel' en 'vogel' voorgelegd krijgen. Maar anders zouden mannelijke chimpansees, gorilla's en orang-oetans misschien op een versje komen dat ooit binnen het leger van de VS in zwang was: 'Two, four, six, eight; rape, kill, mutilate'.Iedere mensaap heeft zijn eigen gewelddadige tactieken in de omgang met vreemden - de eeuwige 'anderen'. En net als in het Amerikaanse leger, dat sinds de toetreding van vrouwen onder verkrachtingszaken gebukt gaat, slaat bij deze dieren de strijd tussen de seksen regelmatig een gewelddadig pad in. Aan mannelijke mensapen en mensen zit een steekje los, zou je haast zeggen. Maar gevreesd moet worden dat er nu juist sprake is van een degelijk evolutionair breiwerkje waarin meedogenloos, doelgericht geweld een belangrijk patroon vormt. In zijn nu nog vaak aangehaalde standaardwerk Over agressie kon de etholoog Konrad Lorenz nog betogen dat doelgerichte, moorddadige agressie een uniek trekje van de mens was. Natuurlijk, iedereen wist dat veel diersoorten prooien doden, maar de strijd tussen soortgenoten stopt doorgaans keurig op het moment dat een mededinger opgeeft. Wetenschappers dachten dat alleen mensen doelgericht soortgenoten opzochten om hen te doden.

Halverwege de jaren zeventig veranderde het beeld ingrijpend. Chimpansee-onderzoek in Afrika beleefde een première: moord. Stilletjes in de randzone van hun gebied patrouillerende groepjes mannelijke chimpansees blijken er niet voor terug te deinzen om een alleen rondtrekkend mannetje van een naburige groep te doden. Sterker nog: ze zijn er op uit. Sluipend gaan ze op verdacht geluid af. Stuiten ze op een eenling, dan gaan ze die te lijf. Eén dier kan daarbij de taak op zich nemen, armen of benen van de tegenstander vast te houden en die zo een machteloos doelwit te maken voor het slaan, vertrappen, bijten en ledematen breken door de andere aanvallers. Het effect is, zij het soms pas na een paar dagen, dodelijk.

Zoiets hoorde niet plaats te vinden onder niet-mensen. Maar het aantal waargenomen fatale overvallen door chimpansees groeide. Herhaalde overvallen kunnen binnen enkele jaren het mannelijke deel van de naburige populatie uitmoorden. De talrijke patrouilles en overvallen buiten eigen gebied die nu zijn waargenomen, geven aan: dit is oorlog. Kleinschaliger dan wij het inmiddels gewend zijn, maar vergelijkbaar. Er was dus minstens één tweede soort die doelbewust overging tot moordacties. En die ene andere soort was nu net de chimpansee, nauwer aan ons verwant dan welke diersoort ook. We hadden nog maar net ontdekt hoe intelligent en zorgzaam ze konden zijn, hoe solidair en hoe handig in werktuiggebruik. Nu bleek dat ze diezelfde intelligentie gebruiken bij het risicoloos en doelbewust doden van anderen.

Ook bleek dat de strijd tussen de seksen binnen mensaap-soorten door mannen weinig fijnzinnig wordt gevoerd. Zo is verkrachting onder mensapen en mensen een veel vaker optredend verschijnsel dan onder andere dieren.

Waarom die rare trekjes in de lijn van de mensen en mensapen? Waarom de vijand verminken of doden, in plaats van hem alleen maar te verdrijven? Waarom verkrachting? Waarom zien we die terugkerende patronen in de dierenwereld vooral bij onszelf en mensapen? Over die vragen gaat Demonic males, van Richard Wrangham en Dale Peterson. Wrangham is evolutionair bioloog en hoogleraar antropologie aan de universiteit van Harvard en deed ruim dertig jaar onderzoek naar het gedrag van chimpansees en andere zoogdieren in Afrika. Peterson is een in primatologie gespecialiseerd publicist. Hun boek gaat degelijk en met vlotte vaart die vragen te lijf, gevestigde inzichten weergevend en af en toe strooiend met fascinerende nieuwe hypotheses over gedrag van mensen en dieren.

Kindermoord

Fatale vijandige invallen zijn niet de enige gewelddadige aspecten van chimpansee-gedrag die in resterend Afrikaans regenwoud worden onderzocht. De strijd tussen de seksen is een ander. Onder chimpansees vinden verkrachtingen minstens zo vaak plaats als onder onderzochte menselijke populaties. Wat seksuele partners betreft, is een vrouwelijke chimpansee niet al te kieskeurig. Maar waar zij zelf een lijn trekt, wordt die maar al te vaak overschreden. Bruut geweld - mannelijke chimpansees zijn groter en sterker dan vrouwelijke - zorgt ervoor dat de paring toch plaatsvindt. Vluchten en verweer helpen niet. Toch zijn mannelijke chimpansees eerder stelselmatige vrouwenmishandelaars dan verkrachters. Naast al hun verfijnde vreedzame en vriendschappelijke gedrag voeren ze binnen hun groep een perfide beleid van mishandeling - om ontzag in te boezemen. Zo verzekeren ze zich ervan dat wanneer het erop aankomt, in de vruchtbare periode, een vrouwtje hun een paring niet zal weigeren.

Dat mannelijke orang-oetans, de roodharige mensapen van Indonesië, regelmatig verkrachten is een goed bewaard geheim. De eenzelvig rondtrekkende orang-oetans kunnen met volledige instemming van beide kanten paren, vriendelijk en genotzuchtig. Maar er zijn ook mannen die zich in verkrachting gespecialiseerd hebben. Ze onttrekken zich aan de sociale strubbelingen tussen hun grotere sekse-genoten. Zij richten zich alleen op rondtrekkende vrouwelijke dieren. Resulterende paringen mogen onmiskenbaar verkrachtingen genoemd worden - met een vrouwelijk dier dat wil ontsnappen, protesteert en gilt, maar door slagen en beten eronder gehouden wordt. Onder de verder zo innemende orang-oetans maken verkrachtingen eenderde tot meer dan de helft van de paringen uit. Het is een vrij gewoon onderdeel van hun gedrag - de implicatie daarvan is dat daarbij sprake is van een evolutionaire aanpassing.

De ene mensaapman is de andere niet. De Afrikaanse gorilla's en dwergchimpansees tonen dat verkrachting niet een onvermijdelijk verschijnsel is onder mensapen. Vrouwelijke gorilla's leven in groepen die beschermd worden door de mannelijke leider, de imposante zilverrug-man. Die laat het tijdstip van paring aan de vrouwelijke groepsleden over, die soms nadrukkelijk solliciteren naar zijn seksuele diensten. Omdat er in deze beschermde situatie geen rivalen zijn die illegaal kunnen paren, is aan verkrachting in dit geval geen evolutionair voordeel verbonden.

Gorilla-mannen verkrachten niet. Maar zij doden doeltreffend vreemde jongen. De ontdekking van infanticide in de dierenwereld, heeft ondubbelzinnig aangetoond dat dieren het niet te doen is om het edele 'behoud van hun soort', maar om behoud en vermenigvuldiging van het hoogst eigen erfelijke materiaal. Net als leeuwenmannen, die ook zo aardig met hun eigen nakomelingen kunnen spelen, doden de doorgaans zo laconieke gorilla-mannen jongen van concurrenten wanneer ze de kans krijgen. Een onverhoedse inval in een naburige harem, of het even achtervolgen van een van haar groep afgedwaald moederdier - en met enkele snelle beten is het met zo'n jong gedaan.

Het achterliggend evolutionaire rekenwerk, dat natuurlijk niet noodzakelijk bewust wordt uitgevoerd, is simpel. Het genetisch belang van de dader is gediend met infanticide, omdat hij zo de genen van een concurrent verwijdert. Een tweede voordeel tikt ook stevig aan. Vrouwen waarvan de jongen gedood zijn, die niets meer te zogen en op te voeden hebben, worden eerder weer vruchtbaar. En al snel nadat hun jong gedood is, voegen ze zich uit eigen beweging bij de groep van de moordenaar. Dat druist in tegen al onze ideeën over emotioneel verlies en wraak, maar is evolutionair gezien wel verstandig. Dit sterke, doortastende mannetje zal op zijn beurt ongetwijfeld wel een goede beschermer zijn voor een volgend jong, slimmer en sterker dan de ex die tekort schoot. Met de keuze tussen minstens een half dozijn naburige gorilla-groepen in de directe omgeving, kiest een door verlies van haar jong zwaar ontdaan vrouwtje nu juist die van de kindermoordenaar. Het is de logica van het geweld. Een succesvol moordenaar kan heel aantrekkelijk zijn.

Kortom, bij drie mensapen, naaste verwanten die grotendeels hetzelfde evolutionaire traject afleggen, munten mannen uit in geweld. In de oorlog tussen de seksen mishandelt de ene soort mensaap-man stelselmatig, verkracht de ander met grote regelmaat en doodt de derde jongen die niet van hem zijn. En dat is geen raar, primitief karaktertrekje van een verre voorouder dat is blijven hangen: iedere soort past een vorm van geweld toe die in zijn ecologische en sociale situatie vruchten afwerpt. Ook in een ander opzicht is er niets 'primitiefs' aan: al dat complexe gedrag is er niet ondanks de hoge mentale ontwikkeling, maar dankzij die ontwikkeling. Mensapen zijn de intellectuelen van de dierenwereld. Zij hebben het vermogen individuele soortgenoten te kennen en te manipuleren en complexe sociale netwerken met geweld bij te sturen.

Wortels

Zo'n vijf miljoen jaar geleden gingen wat de huidige chimpansees en de huidige mensen zouden worden uit elkaar. Sappige en voedzame plantenwortels bleken niet alleen in bijzondere stukken Afrikaans regenwoud voor te komen, maar ook daarbuiten. Het bleken hoogst draagbare provisiekastjes, zeker als je op twee benen gaat lopen. Specialisatie in gezamenlijke jacht was een volgende stap. De hersenen van onze voorouders begonnen 1,8 miljoen jaar geleden naar de mensenmaat te groeien, in een verbazingwekkende ontwikkeling die een half miljoen jaar geleden stopte. Het vervolg is bekend: tienduizend jaar geleden vonden mensen de landbouw uit, zo'n duizend jaar geleden het buskruit, en honderd jaar geleden auto's. Het regenwoud hadden de meeste individuen van de soort lang en breed achter zich gelaten.

Ondanks alle veranderingen, bleven er constanten. Werktuiggebruik heeft stammentwisten bij mensen, die elkaar vooral graag de hersens inslaan, van aanzien doen veranderen - en de mens zelf ook. De verrassend snelle toename van de dikte van de hersenpan duidt op toegenomen vaardigheid bij het elkaar bewerken. Daarnaast is er de taal, die de dimensies van menselijke oorlogsvoering verdiepte. Toegenomen denkvermogen en taalvermogen leverde ook een bijdrage. De huidige Yanomamö indianen van Zuid-Amerika voeren geniepige overvallen op elkaar uit volgens het chimpansee-procédé. Maar ze willen een naburige groep ook weleens uitnodigen voor een feestmaal. Ze behandelen hun gasten zo goed dat die zich uiteindelijk volledig ontspannen in hangmatten te ruste leggen. Op dat moment trekken de feestgevers hun bijlen, knuppels en pijlen tevoorschijn. De mannen worden afgeslacht, de vrouwen en meisjes gevangen genomen en ingelijfd. 'Je vraagt je af waarom iemand ooit naar een feestje in een ander dorp zou gaan' concluderen de schrijvers. Het genetisch succes van de betere krijgers is overduidelijk: ze hebben bijna drie maal zoveel vrouwen en meer dan driemaal zoveel kinderen. Evolutionair gezien is fout gedrag een slimme strategie.

Om aan al het idealistische wensdenken over mensen maar meteen een eind te maken, geven Wrangham en Peterson een gedetailleerd overzicht waaruit blijkt dat de moderne mens geen paradijselijke leven in de nu verlaten natuur achter de rug heeft. Sinds de ontmaskering van Margaret Mead als fantaste weten we dat zelfs het leven op Zuidzee-eiland Samoa geen pretje was en is. Aan een haar al snel op handen dragend westers publiek verkondigde de antropologe dat de volken van Samoa de meest vreedzame ter wereld waren: cultuur, en niet de natuur van de mens, was allesbepalend. Nu weten we dat, ook in de periode dat Mead haar onderzoek deed, lijfelijk geweld en moord op het eiland de misdaadstatistieken van de Verenigde Staten op die van een nonnenklooster doen lijken. En de door Mead bezongen idyllische omgang tussen de geslachten, met seks als volledig probleemloze inzet? Gewelddadige verkrachting, obsessie met maagdelijkheid en het wreed afstraffen van vrouwelijk overspel zijn ook Samoanen absoluut niet vreemd.

Fokbeleid

Paradijselijke mensen-gemeenschappen zijn ingebeeld. Die kunnen we beter in de toekomst zoeken. Maar daarvoor moet de mens wel zijn eigen drijfveren begrijpen. De suggestie dat chimpansees en mensen vergelijkbare patronen van geweld hebben, berust op meer dan de makkelijk te bewijzen universele menselijke gewelddadigheid. Ze berust op iets specifiekers: het idee dat in het bijzonder mannen systematisch gewelddadig zijn. Vergelijking van misdaadcijfers doet vrouwen ware engeltjes lijken. Dat dit komt door culturele indoctrinatie in een toevallig scheefgegroeide maatschappij is onwaarschijnlijk. Voorzover de statistieken reiken, van Schotland tot Oeganda, van dertiende eeuws Engeland tot negentiende eeuws Noord-Amerika: moorden tussen sekse-genoten, waarbij sekse-verschillen in lichaamskracht dus geen rol spelen, werden en worden voor negentig tot honderd procent door mannen gepleegd.

Net zo min als diergedrag louter emotioneel is, is dat van de mens louter rationeel. Ook mensenmannen zijn niet doorlopend bewust evolutionair verantwoorde rekensommetjes aan het maken om strategieën uit te stippelen. Ook hun hersenen werken doorgaans op de kortere termijn en zoeken simpelweg status, macht en nog eens macht. In ieder geval tot voor kort kwam het genetisch succes dan vanzelf wel.

Wat aan die mannen te doen? Tja, je zou een gericht fokbeleid kunnen voeren om ongewenste eigenschappen eruit te selecteren, maar de auteurs laten die optie snel varen. Ze zien meer in solidariteit onder vrouwen als effectief tegenwapen. Dat wordt immers met succes toegepast door bonobo's - nauwelijks agressieve mensapen die hun dagen louter vullen met vriendschap en seks. Dat is helaas grotendeels terug te voeren op een bijzonder voedselaanbod dat niet van toepassing was op het evolutionaire traject van de mens. Ook stellen zij 'feminisering' voor van de internationale politiek, die nu gedomineerd wordt door kopstukken die allen hun mannetje willen staan. Institutionalisering van de maatschappij, waardoor macht niet persoonsgebonden wordt uitgedragen, voorkomt ook veel onheil - en wat dat betreft zijn mensen al ver gevorderd met uitschakeling van persoonlijke belangenstrijd.

Met soepelheid en tact sturen de auteurs hun betoog door een gevoelig mijnenveld. Verkrachting kun je als biologisch verschijnsel zien en analyseren, zonder ook maar in de verste verte te suggereren dat zulk gedrag 'natuurlijk' en te rechtvaardigen zou zijn. Tegelijkertijd richten ze zich tegen sommige feministische wetenschappers die vrouwenmishandeling uitsluitend als culturele aberratie wensen te beschouwen, waaraan met de juiste maatschappelijke bijstellingen, definitief een eind kan worden gemaakt.

Juist door die helderheid op dat vlak is er in ander opzicht een flinke tegenvaller. De keerzijde van de medaille waarop de demonische man prijkt, wordt nauwelijks belicht. Wat betreft de rol en neigingen van vrouwen zijn de auteurs heel omzichtig en laten ze het maar bij een paar, wat versluierende alinea's. De vrouw die onlangs in een Nederlands praatprogramma vertelde tien jaar lang vrijwel dagelijks door haar echtgenoot te zijn mishandeld, is helaas geen verbijsterende uitzondering. Loyaliteit aan mishandelende mannen en solidariteit met het eigen groepje, het eigen gezin, leidt vaker tot voor buitenstaanders onbegrijpelijk volgehouden slachtofferschap. Kracht en botheid van 'foute' mannen, worden nogal eens aantrekkelijk gevonden, ook door vrouwen die daar met het eigen verstand eigenlijk niet bij kunnen. Hoe om te gaan met die rare biologische tendensen waarmee we behept zijn? Maar ja, er moest al zoveel meer behandeld worden in dit verder veelzijdige boek.

Door weglating van alle jargon kan een breed publiek over de schouders van de ervaren veldwerker Wrangham meekijken naar leeuwen, chimpansees en gorilla's. En naar zichzelf. En passant belichten de auteurs een wel degelijk uniek menselijk trekje: doelbewust martelen. Met voorbeelden van nauwgezet uitgevoerde lynchpartijen die je doen wensen je zo snel mogelijk te kunnen inschrijven als lid van een andere diersoort.