Controleurs houden markten niet bij

AMSTERDAM, 13 JUNI. De Amsterdamse effectenbeurs is in grootte de tiende ter wereld en ook een beetje de trots van de financiële toezichthouders. Maar als het om bestrijding van financiële criminaliteit gaat en om grotere transparantie op de financiële markten, schrikt Amsterdam - én politiek Den Haag - telkens terug voor de consequenties van almaar groeiende beleggersmarkten.

In een paar jaar tijd, en sneller dan menig beurscontroleur bevroedde, heeft het onderlinge toezicht van banken en effectenhuizen, dat voortbouwde op de oude praktijken van sociale controle op de beursvloer, plaatsgemaakt voor wettelijk geregelde, onafhankelijke controle naar Angelsaksische snit.

De twee grootste financiële markten ter wereld, die aan Wall Street en in de Londense City, zetten niet alleen de toon wat betreft handelsvolumes, financiële innovaties en dynamiek, maar ook in de controle op de uitwassen.

De verschuiving naar moderner toezicht, dat het groeiende legioen particuliere beleggers moet beschermen tegen malafide handelaren, vermogensbeheerders of andere financiële artiesten, is in Amsterdam afgedwongen door het eigen falen.

Het rumoer rond twee kleine effectenkantoren (Nusse Brink en Regio Effekt) die in 1993 bankroet gingen en schandalen in de top van enkele van de grootste financiële instellingen (ING, ABN Amro) maken duidelijk dat niet alleen in rokerige achterkamertjes, maar ook in de bestuurskamers financiële fraude op de loer ligt.

De reactie die de 'beurswaakhond' Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft geformuleerd laat niettemin de indruk achter dat Amsterdam zijn onschuld maar niet wil verliezen. Adequate actie ontbreekt, ondanks de analyse die STE-voorzitter jhr.mr. F. Loudon gisteren bij de presentatie van het STE-jaarverslag maakte. Groeiende financiële criminaliteit is onder ons, gezien het stijgend aantal gevallen van beurshandel met misbruik van voorkennis.

De financiële markten zijn grensoverschrijdender dan ooit. De dit jaar gefuseerde Amsterdamse beurzen ontpoppen zich als commerciële instellingen met een onverkapt winstoogmerk. “Commercialiteit leidt nog wel eens tot versoepeling van de regels om meer winst te maken”, zo schetste Loudon de ommekeer in denken en doen op de beursvloer.

Dit jaar krijgen de beurspartijen op hun beurt voor het eerst de rekening van de STE gepresenteerd. De toezichtskosten (het totale STE budget was vorig jaar 6 miljoen gulden) werden vroeger betaald uit de opbrengst van het reservefonds van de beurs. De beurspartijen moeten dit jaar individueel een heffing betalen voor het genoten toezicht. Hoe de verdeelsleutel luidt is nog niet uitgemaakt, maar de STE bereidt zich al voor op enig ongenoegen onder de marktpartijen.

Tegen de achtergrond van de explosief groeiende volumes (en aandelenkoersen) zoekt de STE het in meer mensen (een verdubbeling naar 58), een slagvaardiger organisatie en een directe bemoeienis van voorzitter Loudon zelf.

Toen hij vorig jaar benoemd werd, na een langdurige carrière bij zakenbank Pierson, Heldring & Pierson was het voorzitterschap nog een deeltijdbaan. Nu wordt hij in feite de nieuwe sterke man, die dagelijks aanwezig zal zijn, en krijgt huidig directeur-secretaris mr. E. Canneman meer een secretarisrol.

Een van de aanbevelingen in een kritisch rapport van accountants Coopers & Lybrand over de Nusse Brink- en Regio Effekt-debacles was de versterking van het management van de STE. Voor de hand ligt dan een ferme stap voorwaarts door de benoeming van een krachtige tweehoofdige directie, met een bestuur op enige afstand, als controleurs van beleid en organisatie en als buffer tegenover minister en politiek.

De STE ziet evenwel geen heil in de voorstellen van president-directeur drs. G. Möller van de beurs om medewerkers van banken, effectenhuizen en wellicht ook vermogensbeheerders op een of andere manier te toetsen op bekwaamheid, nu het aloude tuchtrecht op de beurzen is verdwenen. In Amerika en Engeland geldt op verschillende deelmarkten al een diploma- of registratieplicht, zodat medewerkers die zich hebben misdragen niet zomaar kunnen overstappen naar een concurrent om daar hun wandaden te vervolgen.

Als de leiding van een beurspartij in de ogen van de STE betrouwbaar en deskundig is, moet dat betekenen dat individuele medewerkers dat ook zijn. Blijkt dat niet het geval, dan moet, zoals nu gebruikelijk is, de schade van klanten worden vergoed. “Er zullen natuurlijk ongelukken gebeuren”, voorspelde Loudon, maar hij hoopt dat registratieplicht niet nodig zal zijn.

Datzelfde geldt voor de bundeling van krachten onder toezichthouders zelf in een reactie op de samenklontering van banken, verzekeraars, effectenhuizen en vermogensbeheerders. In Engeland heeft de nieuwe Labour-minister van Financiën, G. Brown, daartoe al de aanzet gegeven.

Loudon schudde moeiteloos een voorbeeld uit zijn mouw van een grijs toezichtsgebied tussen Verzekeringskamer en STE. Maar: “In Nederland is bundeling van toezicht nog absoluut niet aan de orde.”