Chic voor iedereen; Filmnet wordt Canal+

Het Franse Canal+ heeft Filmnet overgenomen. De Franse abonneezender is geen doorgeefluik voor Hollywood-krakers, maar brengt ook de betere Europese film, documentaires, sport en de succesrijke Franse variant op 'Spitting Image'. “Als je gaat uitzenden wat elders kosteloos beschikbaar is, kun je meteen ophouden”.

Filmnet1 en Filmnet2/Supersport (die dus Canal+ gaan heten) alsmede (waar beschikbaar) Hallmark Entertainment Channel kosten 44,95 gulden per maand plus decoderhuur. Inlichtingen over dealeradressen enz. 030-6086611.

Eigenlijk schaam ik me er een beetje voor dat ik laatst weer een abonnement op Filmnet, de Nederlandse abonnee-televisiezender, heb genomen. Bij een Filmnet-abonnee zweeft me een beeld voor ogen, waarmee ik ongaarne geassocieerd wordt: iemand voor wie de gang naar de videotheek nog te veel moeite is. Die gewoon voor zestig gulden per maand 24 uur per dag over twee kanalen (Filmnet1 en Filmnet2, in sommige plaatsen nog aangevuld met een kanaal met Amerikaanse tv-films) met bewegend beeld wil worden volgepompt, en na middernacht verlichting vindt bij porno.

Dus geef ik aan het bezit van het kastje dat de gecodeerde Filmnet-signalen van het kabelnet vertaalt, zo min mogelijk ruchtbaarheid. Dat kastje is trouwens foeilelijk - een plastic gevalletje. Bijna alles aan Filmnet is lelijk: van de logo's in beeld (een cinemascoopschermpje voorstellend) tot de irritante ondertitels en het feit dat de film veelal op het formaat 4:3 wordt geprojecteerd, in plaats van op de oorspronkelijke breedte.

En dan is er nog de programmering, die behalve uit bioscoopfilms ook uit kinderuitzendingen en sportuitzendingen bestaat. Een blik op de programma-overzichten leert, dat er op Filmnet af en toe wel degelijk redelijke films te zien zijn: Crooklyn van Spike Lee bijvoorbeeld, of A Bronx Tale met Robert De Niro. Of een opvallend groot aantal Australische films, waar ik wel nieuwsgierig naar ben. Het filmaanbod is, sinds ik een jaar of negen geleden mijn abonnement opzegde omdat Filmnet het in zijn programmakrantje niet eens nodig vond de regisseurs van de uitgezonden rotzooi te vermelden, duidelijk verbeterd. Met sponsoring van filmfestivals heeft de directie ook naarstig geprobeerd het imago te verbeteren.

Maar het is of de duvel ermee speelt: als ik in de weer ga met de weerbarstige afstandsbediening die het mogelijk maakt van Filmnet1 naar Filmnet2 over te schakelen, is er altijd net een derderangs Hollywood-product te zien. Of erger nog: een van die foute 'filmmagazines' die Amerikaanse filmmaatschappijen kennelijk meeleveren met hun films, en waarin sterren en regisseurs net doen alsof ze persoonlijk geraakt zijn door de onbenulligste wanproducten waaraan ze hun medewerking hebben verleend, of alsof die als maatschappij-kritiek serieus moeten worden genomen.

Het filmaanbod van zenders van SBS6 en Veronica, waarvan ik nochtans geen groot bewonderaar ben, is weliswaar gedateerder dan dat op Filmnet, maar kan zich in kwaliteit redelijk meten met dat van de abonneezender. Begrijpelijk dus dat in al die jaren dat Filmnet bestaat - het station werd in de jaren tachtig opgericht door de Nederlandse producent Rob Houwer - nimmer meer dan 200.000 Nederlandse huishoudens tegelijkertijd een abonnement hadden. De Nederlander is - zie de wederwaardigheden van Sport7 - nog steeds massaal van mening dat televisie hem zonder abonnement en via de kabelaansluiting moet worden aangeleverd, tegen geringe vergoeding.

Maar er gloort hoop: de Franse onderneming Canal+ (uit te spreken als 'kanal pluus'), groot geworden met de Franse abonneezender van dezelfde naam, heeft het Nederlandse Filmnet en andere Europese delen van het Nethold-concern overgenomen. Vaarwel Filmnet, met je lelijke logo's en ouderwetse beeldgrafiek. Al in augustus, zegt men, zul je ook 'Canal+' gaan heten.

Het imago van Canal+ heeft in de landen waar de onderneming tot nu toe abonneekanalen is begonnen (Frankrijk, Wallonië, Spanje en Polen) in het geheel niets armoedigs. Integendeel: Canal+ staat voor de betere film, en de perfect in beeld gebrachte sportwedstrijd. En voor alternatief en oneerbiedig televisiemaken, waar geen publieke zender of commercieel televisiestation die streeft naar hoge kijkcijfers aan kan tippen. Canal+ is alles behalve een doorgeefluik voor het Hollywood-product: 678 miljoen frank (zo'n 226 miljoen gulden) stak de onderneming vorig jaar in 107 speelfilms, voornamelijk Franse en andere Europese. In dat bedrag zijn de investeringen in documentaires en animatie-films dan nog niet inbegrepen.

Filmkranen

In Parijs is men vastbesloten deze zegeningen uit te breiden tot de landen waar men begin dit jaar kwakkelende abonneezenders heeft overgenomen: Nederland, Vlaanderen, de Scandinavische landen en Italië. “Ik wil niets onaardigs zeggen over de andere Europese abonneezenders”, aldus Marc-André Feffer, tweede man bij Canal+, “maar het zijn vooral filmkranen: je zet ze open en er komen films uit”. Dat hebben ze bij de oprichting van Canal+ in Frankrijk in 1984 van meet af aan anders gedaan. Een volledige televisiezender met sport en actualiteit wil Canal+ zijn, zonder het bedenkelijke vulsel waaraan gratis zenders lijden. “Als je gaat uitzenden wat elders kosteloos beschikbaar is, kun je meteen ophouden”, zegt Feffer.

Dertien jaar na de oprichting heeft Canal+ in Frankrijk meer dan vier miljoen abonnee's, twee miljoen meer dan de onderneming bij de start voor het hoogst bereikbare had gehouden. In Spanje zijn er 1,4 miljoen abonnees. En in het kleine Wallonië nog altijd zo'n 350.000. Ook al is het een abonneezender, toch maakt Canal+ in deze landen integraal deel uit van het audiovisuele landschap: dagbladen publiceren de programmaschema's naast die van de vrij toegankelijke publieke- en commerciële zenders. Canal+ gaat door voor een betaalde, maar ook betere en sympathiekere televisiezender - een perceptie waarop de reclame van Canal+ in Frankrijk vorig jaar inhaakte met de slagzin: “als je naar Canal+ kijkt, hang je tenminste niet voor de televisie”.

De succesvol gebleken formule is niet louter het resultaat van visionair denken bij de oprichting, maar vooral van overheidsdwang. Toen de oprichters in 1984 in Amerika gingen kijken hoe je dat nu eigenlijk moest aanpakken, abonneetelevisie, waren de voorbeelden allemaal 'filmkranen': HBO, First Choice, Show Time. De Franse overheid is echter traditioneel geneigd tot regelgeving op cultureel gebied en liet sterk de oren hangen naar de filmlobby, die teruggang in bioscoopbezoek vreesde.

Canal+ mocht maar de helft van zijn programmering vullen met films, waarvan ook nog eens vijftig procent van oorsprong franstalig moest zijn - dat laatste voorschrift is inmiddels 'verzacht' tot veertig procent, binnen een voorgeschreven zestig procent films van Europese herkomst. Op vrijdag- en zaterdagavond en op zondagmiddag, mochten helemaal geen films worden vertoond, en bovendien moest Canal+ een aantal uren per dag ongecodeerd en dus voor iedereen zichtbaar zijn. Die eis had ten doel, de overheid in te dekken tegen het verwijt een landelijk zendernet ter beschikking te stellen van een 'televisie voor de rijken'.

Dat is Canal+ nooit geworden. “In het begin hadden we misschien zelf wel dat idee, maar het bleek al vlug dat rijken in verhouding minder televisie kijken en dus ook minder de neiging hebben een abonnement te nemen”, zegt Feffer. Het imago van het station is allesbehalve elitair. De beperking van het aantal films noopte vanaf de begintijd tot het ontwikkelen van een alternatieve programmering van meer populaire aard: sport en documentaires voor een groot publiek.

Sport - met name voetbal - bleek al spoedig een enorm verkoopargument: Canal+ bezit tegenwoordig zelfs een eigen club, Paris Saint Germain. Andere sporten, en ook documentaires trekken wat minder publiek, maar voor een abonneezender is dat niet erg, legt Feffer uit. “Als degenen die ernaar kijken, maar voldoende enthousiast zijn en het gevoel hebben dat Canal+ de zaken beter doet dan welk ander televisiestation dan ook”.

Hollywood-krakers

Zo ligt dat ook bij films: ook bij de Franse kijker-abonnee zijn de grote Hollywood-krakers favoriet, maar dat wil nog niet zeggen dat je die dure producten maar de hele tijd moet laten zien, laat staan dat je op andere uren je toevlucht moet nemen tot het tweederangs Amerikaans product. Dankzij de investeringen in de Franse- en Europese film kan een abonnee erop vertrouwen, dat hij bijna alle belangrijke films uit deze gebieden kan zien, een jaar nadat ze in de bioscoop zijn verschenen - ook wanneer ze niet bij voorbaat voor een groot publiek zijn bestemd.

Dat werkt zo goed dat Canal+, dat aanvankelijk dacht ook in de Amerikaanse filmindustrie te moeten investeren om krakers veilig te stellen, daarop inmiddels is teruggekomen. De Franse filmbazen zijn allang niet meer bang voor Canal+: eerder geldt de zender, met name door zijn investeringsbeleid, als de redding voor de Franse filmindustrie, die sinds 1984 met een gestaag afkalvend marktaandeel in de bioscopen kampt.

De verplichting enkele uren per dag ongecodeerd uit te zenden, heeft Canal+ in Frankrijk eveneens in zijn voordeel weten om te buigen. Omdat het natuurlijk niet in de bedoeling ligt, niet-betalende kijkers met films of sport te verwennen werd hiervoor een formule ontwikkeld die Nulle part ailleurs ('Nergens anders') heet: een vast panel behandelt in hoog tempo, en op consequent oneerbiedige toon een veelheid aan maatschappelijke en culturele onderwerpen.

Hoogtepunt, in kijkcijfers, vormt Les guignols de l'info, een quasi-journaal met poppen in de stijl van het Britse Spitting Image. Zo dodelijk is de humor van Les guignols, dat de directie van Canal+ hen tijdens de jongste verkiezingscampagne had verboden over politiek te spreken - uit angst voor kiezersbeïnvloeding. Maar sindsdien heeft president Chirac het weer zwaar te verduren - uit schaamte voor de verkiezingsnederlaag zakt hij bij elk optreden door zijn stoel. Les guignols en Nulle part ailleurs zorgen ervoor, dat Canal+ zelfs een uitstekende naam heeft bij degenen die er niet aan zouden denken een abonnement te nemen.

Canal+ is in Parijs gevestigd in een fraai en licht gebouw van de Amerikaanse architect Richard Meier, chic en toch niet protserig, net als de zender zelf. Om mijn bezorgde vraag of de formule van Canal+, die zich tot nu toe vooral in Frankrijk en Spanje bewezen heeft, niet is toegesneden op latijnse landen, moet Feffer lachen: “Waarom? In Polen gaat het nu ook al goed. We zien hoogstens een verschil tussen sterk bekabelde landen en weinig bekabelde landen, zoals Frankrijk en Spanje, waar Canal+ met een gewone antenne kan worden ontvangen”.

Canal+ Nederland zal in ieder geval een nationale versie van de abonneezender worden. Er komt geen uniform Canal+ voor heel Europa, met verschillende geluids- en ondertitelingsversies voor de verschillende landen - de formule van sommige Amerikaanse betaaltelevisiestations op de Europese markt, zoals Discovery of TNT. “Wij zoeken juist de aansluiting bij de nationale gevoelens en gewoonten”, zegt Feffer. “Een pan-Europees Canal+ zou ook niet kunnen, omdat het kijkgedrag in verschillende delen van Europa heel anders is. In België verlangt men de belangrijkste film van de avond om acht uur, in Frankrijk om negen uur, en in Spanje pas om half elf”.

En nu maar hopen dat het Franse bedrijf Canal+ erin slaagt Filmnet, toevluchtsoord van de dwangmatige kijker, om te bouwen tot Canal+, begeerlijk kanaal vol verfrissende televisie en cultuur. Gegeven de soms heftige afkeer in Nederland van betaaltelevisie is daar vermoedelijk heel wat voor nodig. Maar zou het niet prachtig zijn, als er - net als in Frankrijk - vanuit de abonneetelevisie een nieuwe kapitaalstroom op gang zou komen, waaruit hoogwaardige Nederlandse films en documentaires kunnen worden gefinancierd?

Alleen zo'n flitsende uitzending als Nulle part ailleurs - dat zie ik hier in Nederland nog niet zo gauw ontstaan, om nog maar te zwijgen over poppen die elke avond de draak steken met premier Kok of koningin Beatrix. Ze moeten het vooral proberen. Dat decodeerkastje van Filmnet zal voorlopig nog wel lelijk blijven - maar ik vertrouw erop dat het in de naaste toekomst mooiere dingen ontcijfert.