Canal+ breekt met ideeën van oude Nethold

Na de overname van mediabedrijf Nethold door Canal+ gaat het roer om. Geen ruzie meer met kabelbedrijven, misschien wel samenwerken met Studio Sport, zegt directeur Joop Daalmeijer.

HILVERSUM, 13 JUNI. De vrede is weergekeerd in het land van betaal-tv. Waar satelliettelevisie-aanbieder Nethold, het bedrijf achter FilmNet, jarenlang op ramkoers lag met het monopolie van de Nederlandse kabelmaatschappijen, heeft Frans kapitaal voor pacificatie gezorgd. Nethold is overgenomen door Canal+ en samenwerking met kabelmaatschappijen is het parool van de nieuwe directeur van Canal+ Nederland, Joop Daalmeijer.

De keuze van de Fransen voor Daalmeijer als topman is veelzeggend. De oud-presentator van Vara's Achter het Nieuws en ex-directeur van Veronica en FilmNet is een 'programmaman', net als zijn Franse mededirecteur J. Paris, oud-hoofdredacteur van het TF1-nieuws. Canal+ in Nederland moet het vooral hebben van goede programma's, en veel minder van de beheersing van de infrastructuur die Nethold nastreefde. “Op vergaderingen van Nethold was punt één van de vergadering altijd hoe de configuratie producttechnisch functioneerde. Nu met de Fransen wordt altijd als eerste naar de programmaschema's gevraagd”, zegt Daalmeijer.

De ambities van Nethold waren groot, te groot: opgebouwd met kapitaal van de Zuid-Afrikaanse mediabaron Johan Rupert moest het een dominante, mondiale aanbieder van satelliet-tv worden. In Hoofddorp werd een pretentieus internationaal hoofdkantoor neergezet, en de van de STER afkomstige Benelux-directeur Paul Kennick koos de aanval. Nethold ontwikkelde een eigen digitale standaard en lanceerde vorig jaar net als Leo Kirch in Duitsland een 'digitaal boeket' met tientallen satellietzenders die met een speciale decoder werden ontsleuteld. De signalen waren te ontvangen met een speciale schotelantenne, maar dat was niet genoeg: ook de kabelwereld moest om.

Kenninck sloot een verbond met Philips en KPN (beiden met grote belangen in de kabelwereld) om digitale tv in Nederland te lanceren. Beide concerns kregen in ruil elk 10 procent in Nethold. De Nethold-technologie met haar tv-kanalen moest zo bij de kabelabonnee worden gebracht. De praktijk bleek weerbarstig. Kabelbedrijven vreesden dat ze, als ze Nethold binnenhaalden, de controle over de infrastructuur voor betaal-tv zouden verspelen. Casema, met 1,2 miljoen aansluitingen de grootste kabelmaatschappij van Nederland, weerstond de forse druk van grootaandeelhouder KPN om overstag te gaan. De directie van Casema moest daarvoor wel met haar portefeuille zwaaien.

Nu liggen de kaarten anders. KPN en Philips hebben hun bekomst van de media- en kabelsector. Ook Rupert kreeg genoeg van zwaar verliesgevende Nethold en verkocht het aan het veel grotere Canal+, in Frankrijk en Spanje uiterst succesvol in betaal-tv. Kenninck ging naar voedingsmiddelenbedrijf CSM, naar eigen zegen omdat hij niet als “zetbaas van de Fransen” wenste te functioneren.

Deze week werden de werknemers van het nieuwe Canal+ Nederland geïnformeerd over de gevolgen: het hoofdkantoor in Hoofddorp wordt definitief gesloten, de bijna opgeleverde nieuwbouw moet aan een ander worden verhuurd. Op het Hilversumse Media Park of in de omgeving van Hilversum verrijst een nieuw gebouw waarin Canal+ al haar Nederlandse activiteiten onderbrengt. De Nederlandse werkmaatschappijen FilmNet (abonneezenders) en Multichoice (verkoop van het digitale boeket) worden in elkaar geschoven, waarbij tien van de 183 werknemers hun baan verliezen.

Canal+ zet het mes in het digitale tv-boeket dat het vorig jaar met veel tamtam lanceerde en waarop zich 70.000 huishoudens abonneerden. “Maar het blijkt dat bijna iedereen dat heeft gedaan om RTL4, Veronica en SBS6 te kunnen ontvangen”, zegt Daalmeijer. Die kijkers moesten wel een abonnement nemen omdat ze veelal wonen op het platteland en geen kabelaansluiting hebben. Oude, analoge ontvangstapparatuur was waardeloos geworden omdat de commerciële zenders vorig jaar overgingen op digitale techniek.

Voor het 'pluspakket' met zenders als Bloomberg TV, CNBC, EBN, Performance blijkt hoegenaamd geen belangstelling: “Een zender als Bet on Jazz heeft een kijkdichtheid van 0,0 procent.” Met de aanbieders wordt nog onderhandeld over beëindiging van de contracten, maar de slecht bekeken zenders gaan waarschijnlijk uit. Over moet blijven een basispakket met Nederlandse commerciële zenders, waarschijnlijk de drie publieke omroepen en twee abonneezenders die vroeger FilmNet heetten, maar voortaan als Canal+ door het leven zullen gaan. In de toekomst kunnen daar nog wel themazenders aan worden toegevoegd, maar alleen als ze Nederlands zijn of ondertiteld kunnen worden.

Daalmeijer: “Nethold dacht heel sterk aan het multichannel concept dat in alle Europese landen kon worden gebruikt. Dat was gebaseerd op successen in Engelstalige landen. In Nederland wordt de actieve kennis van het Engels zwaar overschat. In de VS heeft Direct TV honderden kanalen in de lucht. Iedereen kan dat daar verstaan. In Europa zijn zoveel verschillende talen, zoveel verschillende culturen. Er is zelfs al een verschil tussen programmeren in Vlaanderen en in Nederland. Dat is onvoldoende onderkend. Men dacht bij Nethold: de kabel heeft zoveel kanalen, dat willen wij ook.”

Daarbij speelt ook een bedrijfseconomisch argument. Nu Nethold is ontmanteld en internationaal uit elkaar is gevallen, wordt het veel te duur al die zenders via de satelliet alleen op Nederland te richten. “Door Nethold werd bijvoorbeeld NBC Super Channel vanuit dezelfde satellietpositie naar Nederland, Scandinavië en Polen gestuurd. Dat is efficiënt want je deelt dan de kosten.” In de filosofie van de nieuwe Franse eigenaars mag er lokaal geprogrammeerd worden. Hoeveel Daalmeijer mag investeren wil hij niet zeggen: “veel.”

Ook op het gebied van programmaschema's heeft Canal+ andere ideeën dan het oude Nethold. FilmNet kocht in de Nethold-tijd bijvoorbeeld de rechten om een bepaalde film in een jaar tien keer te mogen vertonen. Vervolgens werd die film verspreid over een jaar uitgezonden. De Fransen spelen volgens Daalmeijer alle tien keer in de eerste drie maanden weg. Dan kan de kijker zijn meest geschikte tijdstip uitkiezen, is de vertoning zo snel mogelijk na de bioscooprelease en voelt de abonnee zich niet bekocht omdat hij vlak na de laatste voorstelling bij FilmNet dezelfde film al bij RTL4 kan zien. Met de kabelmaatschappijen in Nederland moet een vergelijk mogelijk zijn, vindt Daalmeijer. Daarvoor wil hij best wat eisen uit het verleden intrekken. Ruimte voor Canal+ als zelfstandige concurrent van de kabel via de satelliet is er volgens hem niet. De kleine Nederlandse markt biedt ruimte voor ten hoogste 150.000 satellietontvangers, te weinig om echt rendabel te zijn. Canal+ wil met de kabelmaatschappijen decoders op de markt brengen, mogelijk met gezamenlijke financiering. Daarover zijn volgens Daalmeijer gesprekken gaande. Een monopoliepositie waarbij Nethold programmering kan weigeren, wat in het verleden gebeurde en de kabelaars bruskeerde, zal niet meer in de onderhandelingen worden ingebracht. “Wij moeten gewoon zorgen dat we goed worden in inhoud. Dat is onze belangrijkste opdracht.”

Als Canal+ een sportkanaal gaat maken, mag een kabelmaatschappij daar best Eurosport naast programmeren. Ook pay-per-view (kanalen waarbij de kijker per film betaalt) wil Canal+ samen met de kabelmaatschappijen ontwikkelen en exploiteren. “Waarom zou je met een heel leger inkopers naar LA gaan als je dat ook met één man of vrouw kunt doen?”

Wat sportrechten betreft is Canal+ zelf al een eind op weg. Onderhandelingen met de NV Eredivisie zijn op een haar na rond. Canal+ betaalt in vijf jaar naar verluidt 150 miljoen gulden voor rechtstreekse uitzending van tachtig voetbalwedstrijden uit de eredivisie, een bedrag “waar de Fransen niet van schrikken”. Daalmeijer wil niets hebben van wijzigingen van uitzendtijden of beperking van samenvattingen om NOS' Studio Sport op het open net dwars te zitten. “Er bestaat ook nog zoiets als maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Als het aan hem ligt, gaat Canal+ zelfs nauw samenwerken met de NOS. Dat moet trouwens wel, om te voorkomen dat twee cameraploegen naar dezelfde wedstrijd gaan. Heimelijk droomt Daalmeijer van een gezamenlijke onderneming van publieke omroep en Canal+, waarin ook Studio Sport en het uitgebreide archief van de NOS ondergebracht worden. Met dat archief kunnen complete themakanalen worden gevuld: kinderprogrammering, documentaires of cultuur.

Ook het gezamenlijk produceren van documentaires behoort wat Daalmeijer betreft tot de mogelijkheden. Dergelijke ideeën liggen erg gevoelig bij de publieke omroep, maar Daalmeijer heeft ze in Hilversum toch al voorzichtig ter sprake gebracht.