Brood van vlees

Paté is Frans voor gebakken gemalen vlees. Met kruiden of iets anders erdoor dat er extra smaak aan geeft. Je snijdt er een plak af en die eet je op. Met brood.

Nederlanders hebben geleerd dat ze hun brood altijd ergens onder moeten eten. Franse moeders vinden dat ernaast veel lekkerder is. Amerikanen willen hun brood het liefst ergens omheen. Dat is prettiger vasthouden. Daarom eten ze graag hamburgers. Een ander woord voor Amerika is De Nieuwe Wereld. Misschien omdat ze daar heel veel nieuws hebben uitgevonden. Ook zelfs Amerikaanse paté. Dat is vlees, niet met brood eronder, niet ernaast, zelfs niet er omheen maar erin. Want ze noemen het meatloaf. Meat is Engels voor vlees, loaf betekent brood. Vlees in de vorm van een brood.

Bij de slager 500 gram gehakt kopen, half rundvlees en half varken, en 100 gram bacon. Verse kruiden. Bij de groenteman kun je takjes verse kruiden krijgen die in de supermarkt in zakjes zitten. Allebei goed. Thijm en roosmarijn en salie en marjolein. Maar munt en dragon mag ook.

Die verse kruiden fijnhakken (of knippen) en samen met een heel ei en drie eetlepels oude (of nieuwe) broodkruimels door het vlees mengen. Ook peper en zout niet overslaan.

Daar een soort brood van vormen en dat bedekken met de plakken bacon. Op aluminiumfolie leggen en een half uur in de voorverwarmde oven zetten. Op stand 8. Wanneer je het er weer uithaalt lijkt het eigenlijk helemaal niet op een brood. Meer op een vreemd dier, een konijn met schubben zonder oren. Een vleesbroodkonijn.

Een plak daarvan leg je onder je boterham. Beetje de omgekeerde wereld, maar als je zo slim bent je boterham om te draaien komt ook dat weer goed.