Bonn; Berlijn verder van Europa dan Bonn

BONN, 13 JUNI. Ontroerd stonden de christen-democraat Helmut Kohl en de sociaal-democraat Willy Brandt op 3 oktober 1990 op de trappen van de Rijksdag in Berlijn. Ze keken naar de zwart-rood-geelgestreepte vlag die werd gehesen. Bondskanselier Kohl was er met verve in geslaagd Duitsland te herenigen.

De euforie was ongekend. Wie had kunnen denken dat de last van de eenwording Kohl zeven jaar later zodanig in gevaar zou brengen dat vrijwel alle Duitse commentatoren zich tegen de 'eeuwige' kanselier zouden keren?

In 1999 verhuist de Duitse regering naar Berlijn en verschuift het centrum van de Bondsrepubliek naar het oosten. Is de Berlijnse republiek straks nog wel zo geïnteresseerd in Europa en de euro, de nieuwe eenheidsmunt waarmee elke Europeaan moet gaan betalen?

Kohls Europese project, de EMU, wordt toch al van alle kanten bedreigd. Bijna dreef de torenhoge binnenlandse schuldenberg de kanselier en zijn compaan Theo Waigel, minister van Financiën, tot een wanhoopsgreep in de schatkist van de Bundesbank. Ook in het buitenland groeit de twijfel over de Duitse kredietwaardigheid.

Jarenlang was het in Duitsland taboe de Economische en Monetaire Unie (EMU) ter discussie te stellen. Minister Waigel, tevens voorzitter van de Beierse Christelijk-Sociale Unie (CSU), had zijn partij zelfs een verbod opgelegd publiekelijk de risico's van de euro te bespreken. De kanselier hield er al helemaal niet van als er vraagtekens bij zijn europroject werden geplaatst.

Nu hebben Kohl en Waigel in hun jacht miljardentekorten te dichten om in de EMU te komen, de onvermijdelijke discussie over Europa op scherp gezet. Veel te laat, veel te onbeholpen en vooral ingegeven door paniek. Vriend en vijand dringen dezer dagen aan op uitstel van de muntunie.

De liberale coalitiepartner FDP wil op tijd beginnen en een zwakke euro op de koop toe nemen. De CSU vreest bij de komende deelstaatverkiezingen aanhangers kwijt te raken en eist dagelijks dat de euro zo hard wordt als de mark.

De sociaal-democratische Gerhard Schröder, premier van Nedersaksen, wil met de leus 'uitstel van de EMU' de komende verkiezingen ingaan, als het van zijn partij tenminste mag. De Duitsers hebben andere problemen aan hun hoofd zoals de werkloosheid en de opbouw van het oosten, zegt Schröder die in alle opiniepeilingen royaal van Kohl wint. Zeker driekwart van de bevolking stemt tegen de muntunie, blijkt uit enquêtes. In de nieuwe deelstaten, die in 1990 tot de Bondsrepubliek toetraden, is de Europese munt al helemaal geen thema. De kroon op de Europese integratie zit diep in problemen. Dat brengt de Duitsers in verwarring. Zij zijn immers fervente Europeanen; dat moest ook van de vroegere Amerikaanse bezetter.

Duitsland kan niet bestaan zonder Europa. Na de 'catastrofe' van de laatste oorlog, is het Duitse lot verbonden aan dat van Europa. De Westbindung vormt al ruim veertig jaar de constante pijler onder de buitenlandse politiek. De Duitsers en de Amerikanen wilden dat het land in een grotere Europese eenheid zou worden 'ingebonden' zodat een herhaling van oorlogen werd voorkomen.

De eerste naoorlogse kanselier, Konrad Adenauer (CDU), besloot daarom het westwaarts gerichte Bonn hoofdstad van West-Duitsland te maken. Toen Adenauer in de jaren twintig als afgevaardigde in het Pruisische parlement met de trein naar Berlijn reisde, trok hij de gordijntjes dicht zodra ze de Elbe overstaken. De wereld aan de andere kant van de rivier was voor hem een 'Aziatische steppe'.

Na de oorlog kozen de Duitsers voor een bescheiden rol. Ze verwerkten hun geschiedenis door zich op de economische opbouw van hun land te storten en brachten een Wirtschaftswunder tot stand dat respect afdwong. Hoewel actief in de Europese Gemeenschap, waakte Bonn ervoor zich te exponeren op het wereldtoneel. De Duitsers leken maar één wens te hebben: geen beslissingen nemen en met rust te worden gelaten.

Na de val van de Muur in 1989 werd alles anders. De Bonner republiek bleek in veel opzichten een overgangssituatie. Er ontstond één nationale staat die alleen al door zijn omvang Europa uit balans bracht. Daarom leek de euro zo'n goed idee. De hereniging vroeg om 'compensatie'. Bevrijd van de naoorlogse ketenen, zou Duitsland spoedig de Nummer Een zijn in Europa.

Wat was logischer dan 'het' symbool van de Duitse macht - de D-mark - gemeenschappelijk bezit te maken en te vervangen door de euro. De euro moest Europa concurrerender maken tegen de macht van Japan en Amerika. De muntunie zou groei en banen opleveren. Het lijkt alsof de huidige politici - blind geworden door de verafgoding van criteria - deze doelen uit het oog zijn verloren.

De EMU is het beste middel om de werkloosheid te bestrijden, schrijft de vroegere bondskanselier Helmut Schmidt deze week in Die Zeit. “Uitstel zal hoogstwaarschijnlijk afstel van de Europese muntunie betekenen en tot de zwaarste crisis in de Europese integratie leiden”, meent Schmidt. Daarom zet ook Schmidts opvolger als bondskanselier, Kohl, alles op alles en vecht hij - eenzamer dan voorheen - voor de euro.

Als het waar is dat Duitsland het einde van de 'Ära-Kohl' beleeft, wat Groene-leider Fischer vorige week in de Bondsdag suggereerde ('avanti dilettanti'), is het onzeker of in Berlijn nog eenzelfde vurige voorvechter van Europese integratie zal regeren als Helmut de Standvastige.

Zeven jaar geleden bood Kohl Duitsland de vervulling van een nationale droom. Nu veroorzaakt hij onzekerheid en vraagt hij opofferingen voor een visioen, dat de harten van zijn burgers niet meer kan veroveren.