BOELAT OKOEDZJAVA 1924-1997; Altijd doorzingen

Boelat Okoedzjava, winnaar van de Bookerprijs voor Russische literatuur, is gisteren in Frankrijk gestorven. Okoedzjava werd 73 jaar.

Met Aleksandr Rosenbaum was Okoedzjava een van de laatste nog levende zingende dichters in Rusland, die hun roem ontleenden aan de culturele 'jaren zestig' in de Sovjet-Unie. Zijn poëzie was, zeker nadat met de val van Chroesjtsjov in 1964 een voortijdig einde was gekomen aan de Russische 'jaren zestig', voor een paar generaties een aanwijzing hoe een fatsoenlijk mens onder de heersende omstandigheden kon leven. Zijn gedichten, die hij zelf op de gitaar begeleidde, waren nooit zuiver politiek. Maar de verzen gingen, verpakt in parabels of kleine geschiedenisjes, altijd over herkenbare thema's: de oorlog, het menselijk falen en een beetje hoop in een voor het overige hopeloze samenleving.

Boelat Sjalvovitsj Okoedzjava werd in 1924 in Moskou geboren als zoon van een Armeense moeder en een Georgische vader. Als achttienjarige meldde hij zich vrijwillig aan bij het Rode Leger. Na de oorlog studeerde hij filosofie in de Georgische hoofdstad Tbilisi en werd vervolgens leraar op een kleine dorpsschool in de provincie Kaloega. Daar verschenen zijn eerste bundels en werd hij ontdekt door de Moskouse culturele elite, die tijdens de dooi van Chroesjtsjov onder de informele leiding van de veertien jaar oudere dichter Aleksandr Tvardovski (hoofdredacteur van het literaire tijdschrift 'Nieuwe Wereld') stond.

Anders dan veel 'jaren zestigers', die na de komst van Leonid Brezjnev werden uitgerangeerd, bleef Okoedzjava in het openbare leven actief. Onversneden 'dissident' werd hij niet. Juist daarom wist de partijleiding nooit goed raad met hem, zoals ze ook moeite had met de in het buitenland veel bekendere bard-dichter Vladimir Vysotski (1938-1980). Okoedzjava hield zich verre van de macht, maar provoceerde niet. Hij tekende nooit petities voor of tegen, maar zong wel altijd door. Ook de zelfmoord van zijn zoon was voor veel Russen een herkenbaar lot. In die zin was Okoedzjava, meer nog dan de alcoholicus Vysotski, een voorbeeld voor de gewone Sovjetburger. Zoals in een simpel gedichtje uit 1968, dat elke Rus die ongeveer veertig is, kan meezingen: 'De eerste liefde, zij verbrandt het hart / en de tweede, die plakt tegen de eerste aan / maar de derde, dan trilt de sleutel in het slot / dan trilt de sleutel in het slot, koffer bij de hand''.

Hoewel Boelat Okoedzjava sinds de val van de Sovjet-Unie in 1991 minder actief was, werd hij in 1994 met terugwerkende kracht voor zijn hele oeuvre met de Russische 'Bookerprijs' bekroond en door president Boris Jeltsin benoemd in de papieren functie van 'cultureel adviseur'.

Zijn gezondheid was toen al slecht. Volgens zijn vrouw Olga is hij in Parijs gestorven aan de 'psychologische druk van de eenzaamheid'.