Besmet voer vrijwel zeker oorzaak BSE

DEN HAAG, 13 JUNI. De twee Nederlandse koeien die leden aan de gekke-koeienziekte (BSE) hebben deze ziekte vrijwel zeker opgelopen via besmet veevoer. Dit heeft minister Van Aartsen (Landbouw) de Tweede Kamer meegedeeld.

In maart werd bij een veehouder in het Gelderse Wilp het eerste geval van gekke-koeienziekte geconstateerd. Enkele weken later werd een tweede geval van besmetting bekend bij een koe in het Friese plaatsje Kollum. Het gevaar bestaat dat mensen die met BSE besmet vlees eten de dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jacob krijgen.

Het is lange tijd onduidelijk gebleven hoe de Nederlandse dieren de ziekte, die in Groot-Brittannië al heeft geleid tot het afmaken van meer dan twee miljoen runderen, hebben kunnen oplopen. Uit onderzoeken van het onderzoeksinstituut ID-DLO in Lelystad is nu gebleken dat de dieren door het eten van besmet die ziekte moeten hebben gekregen. Het is waarschijnlijk dat het daarbij gaat om veevoer uit Groot-Brittannië dat via een andere lidstaat van de Europese Unie Nederland binnen is gekomen.

De BSE-ziekteverwekker, een zogeheten prion, komt vooral voor in hersenen, ogen en ruggenmerg van met gekke-koeienziekte besmette dieren. Van Aartsen heeft nu aangekondigd voortaan die risicovolle organen van runderen ouder dan één jaar verboden te verklaren voor de menselijke consumptie. Deze organen zullen in ovens worden verbrand.

Het is daarbij waarschijnlijk nodig om hele koeienkoppen te vernietigen, omdat het technisch zeer moeilijk is om hersenen apart te verwijderen uit de kop van een koe. Als de slachterijen echter een methode weten te bedenken waarbij dat wel mogelijk is zal de minister alsnog bekijken of daar toestemming voor kan worden gegeven.

Het bedrijfsleven vindt de maatregelen van de minister “volstrekt overdreven”. De vleessector is verbolgen over het voorgestelde verbod omdat nu delen van koeienkoppen verwerkt worden in bijvoorbeeld frikadellen. Dat zogeheten kopvlees gaat nu verloren. Daarnaast moeten de slachterijen extra voorzieningen treffen om de hoofden te verwerken.

De produktschappen voor Vee, Vlees en Eieren willen zelfs onderzoeken of er juridische mogelijkheden zijn om het vernietigen van de koeienkoppen tegen te houden.