Alles over de evangelies

Gérard Mordillat en Jérôme Prieur: Corpus Christi, Enquête sur l'écriture des évangiles. (Cassette met vijf boekjes van elk ongeveer zestig pagina's) Éditions Mille et une nuits / Arte Éditions, ƒ 21,50

Corpus Christi bestaat ook als serie van vijf Franstalige video's, Arte Vidéo, ca. ƒ 200,- (In het Franse kleurensysteem Secam).

Eén van de geruchtmakendste televisieuitzendingen van het afgelopen seizoen in Frankrijk was een serie van vijf uur, waarin bijna uitsluitend pratende hoofden waren te zien. In Corpus Christi, een programma van de Frans-Duitse zender Arte, hield een keur van bijbelkenners, archeologen, historici en theologen de tekst van de vier evangeliën inzake Christus' veroordeling en kruisiging onder de loep.

Alle vier de evangelie-teksten zijn lang na Christus' dood geschreven, ongeveer tussen 60 en 150 en in alle gevallen buiten Palestina - waarbij moet worden aangetekend dat de overleverde manuscripten van die teksten dan nog weer veel jonger zijn.

Ze vormen de enige historische bron over Christus' leven en dood. Hoewel sinds het einde van de vorige eeuw de archeologische en historische kennis over de geschiedenis van Palestina zeer is toegenomen, is er nooit een bevestiging gevonden van Christus' historisch bestaan. De geleerden uit verschillende landen die in Corpus Christi aan het woord komen, zijn van een soort dat zich gewoonlijk slechts uit in gespecialiseerde publicaties voor een klein publiek. Zij hebben gemeen dat ze proberen om - taalkundig of historisch - de tekst van de vier evangeliën tegen het licht te houden, zonder acht te slaan op de bijna twintig eeuwen christelijke interpretatie en beeldvorming die op het schrijven van deze teksten zijn gevolgd.

Een van de interessantste onderdelen van het onderzoek in deze boekjes betreft de rechtsgang die zou hebben geleid tot Christus' kruisiging. Onze hedendaagse voorstelling daarvan lijkt betrekkelijk eenduidig: Jezus is op initiatief van de Joodse Senhadrin (het hoogste joodse college) gekruisigd, onder auspiciën van de Romeinse bezettingsautoriteiten. De morele verantwoordelijkheid voor deze gang van zaken ligt eigenlijk meer bij de joden dan bij de Romeinen. De Romeinse bestuurder over Palestina, Pontius Pilatus, betoont zich immers in het geheel niet overtuigd van Christus' schuld en doet eigenlijk niet veel meer dan toegeven aan de verbetenheid van de Senhadrin.

Deze voorstelling van zaken houdt geen stand onder de geleerde benadering. Dat is al het geval bij een taalkundige analyse van de passages, waaruit zou moeten blijken dat Pilatus na zijn verhoor van Christus de verdachte weer aan de joden zou hebben uitgeleverd.

Deze lectuur houdt vermoedelijk verband met de vurige wens de joden schuldig te verklaren aan Christus' executie, en niet de Romeinen. De wortels hiervan moeten worden gezocht bij de eerste propagandisten van het christendom binnen het Romeinse rijk. Het alternatief - dat Christus als een vijand van het Romeinse bestuur over Palestina terecht was gesteld - zou natuurlijk niet echt een handig propaganda-instrument geweest zijn in het streven van het christendom de Romeinse staatsgodsdient te maken. Toch is deze dubieuze lectuur van de evangeliën de basis voor eeuwen antisemitisme geworden.

Het wordt bij nauwkeurige lectuur van de evangeliën trouwens steeds duisterder wat Christus nu eigenlijk voor strafbaars voor de voeten wordt geworpen. De lankmoedigheid van Pontius Pilatus, en zijn aarzeling om geweld toe te passen zijn onwaarschijnlijk tegen het licht van wat er nog meer over deze figuur bekend is - want in tegenstelling tot Christus' bestaan kan dat van deze Romeinse gouverneur wel historisch en archeologisch worden bevestigd. Het is mogelijk dat hij in het jaar 39 juist naar Rome is teruggeroepen omdat hij te makkelijk geweld gebruikte, bijvoorbeeld in het geval van een bloedige, maar weinig succesvolle repressie van een opstand onder Samaritanen.

Misschien werkt een serie als Corpus Christi wat sensationeler in een van oorsprong katholiek land als Frankrijk - waar de kerk tot in de zeventiende eeuw alle vormen van tekstkritiek verbood en vervolgde - dan in een door het calvinisme beïnvloede cultuur als de onze, met haar traditie van schriftonderzoek. Desondanks zijn deze boekjes goed voor menige verrassing: 'Jezus van Nazareth' zegt de schrift bijvoorbeeld. Maar de archeologie heeft aangetoond, dat er voor de tweede eeuw helemaal geen Nazareth bestond.