Allemaal in het bovenste bed

Vijf lekke banden, één slag in een wiel, een afgebroken tand, regen; tijdens de allerlaatste schoolreis van groep acht van basisschool De Speelhoeve ging van alles mis.

Onderweg op de fiets naar de kampeerboerderij in St. Anthonis haakten de handremmen van Susanne en haar vriendin in elkaar. Aswin, die achter hen reed, stoof met een noodgang de berm in en viel ook. En toen ze eindelijk aankwamen, kon Eelke alleen nog maar piepen. Hij was helemaal schor van het zingen van het trotse lied: 'Overal waar we heen gaan/ vragen de mensen/ wie wij zijn/-/ dan zeggen wij/ we komen uit Wychen/ knettergekke Wychen/ en als ze ons niet verstaan/ dan doen we het wat luider/ Overal waar we heen gaan...' (enzovoort).

Tijdens de boswandeling 's avonds was de juf doodsbang voor Schotse Hooglanders, wilde koeien die in het natuurgebied vrij mogen grazen. Geduldig moesten de kinderen haar gerust stellen. Anco vond het juist helemaal niet spannend. 'We liepen langzaam. Het was nog veels te licht. Bij scouting mogen we tenminste echt 's nachts naar buiten. Maar ja, ooit is er iemand kwijtgeraakt tijdens een schoolreis, zeggen ze.'

Reyhan glimlacht; zij heeft dus weinig gemist. Elke avond kwam haar vader haar ophalen en 's ochtends, nog voor het ontbijt, bracht hij haar weer terug. Haar ouders willen niet dat ze met jongens in een boerderij slaapt. Een ander meisje mocht helemaal niet mee op schoolreis. Zij had in de klas teveel geklierd. De anderen vinden dat 'rottig en wel zielig' voor haar, ook al pest ze veel.

Jongens en meisjes sliepen apart in twee tegenover elkaar liggende gebouwen, die te smal waren om kussengevechten te houden. Wel kon je stiekem door de nooduitgang sluipen om bij elkaar op bezoek te gaan. Roy: 'De juf kwam eraan. Iedereen rende weg, de deur sloeg dicht! En ik lag te stikken onder een meisjesbed.' Douchen bleek gevaarlijk: Suzanne had haar hele hoofd ingezeept, toen het warme water ineens op was. Tot in de vroege ochtend bleef de douche ijskoud. Bij de jongens vond een overstroming plaats. De douche was verstopt, water sijpelde onder de deur door. Ze hadden niets in de gaten tot er sokken voorbij kwamen drijven. Snel moesten de tassen bovenop de stapelbedden worden gehesen.

Sjoerd demonstreert hoe streng meester Piet Hein door de slaapzaal paradeerde. Met zijn neus omhoog, de armen over elkaar gluurde hij door zijn wimpers. Toen hij eindelijk weg was, deed iedereen alsof hij moest hoesten. Tot Piet Hein binnen kwam stuiven. Doodse stilte heerste er ineens, maar Pieter moest echt hoesten. Er was één avond dat keten mocht. Anco vond dat maar niets: 'Ze hadden dan beter kunnen doen alsof het verboden was. Nu was er niets aan.'

Piet Hein was vooral geschikt als uitsmijter, vinden de kinderen. Tijdens de casino-avond, waar roulette, Triviant en 'getallen raden' werd gespeeld, stond hij in de deuropening op te letten. Was iedereen wel keurig zwart-wit gekleed? Pieter mocht bijna niet naar binnen, met zijn clownsstrik.

De disco duurde veel te kort, want de boer en boerin van de kampeerboederij hielden van stilte. Roy begon net warm te worden ('heet', grinniken zijn vrienden) van het housen en het 'hakkûh', toen ze alweer naar bed moesten. Eelke wilde net flink gaan schuifelen, slijpen en slowen, toen het licht aanging.

Marc en Aswin verdronken tijdens het bezoek aan een pretpark bijna in de roeivijver. Annelous en Sjoerd werden verkouden van het zwemmen in een koude vijver en anderen raakten misselijk tijdens het 'pleeduiker-corvee'. Maar hoe was de schoolreis nou eigenlijk? 'Keigoed!', vinden ze allemaal, ondanks alle rampen. Alleen al omdat iedereen in het bovenste bed kon slapen; zoveel stapelbedden waren er in St. Anthonis.