Alleen een list kan zwalkend D66 nog redden

Het kan geen kwaad dat de kiezer nog even de helpende hand van Van Mierlo achter de nieuwe D66-lijsttrekker op het behang ziet, vindt Kees van der Malen. Maar een paar kwesties verder en de vraag rijst wat de statuur van Els Borst is. Wat is er aan de hand met D66?

Sinds Winnie Sorgdrager uit de carrousel rond het lijsttrekkerschap stapte, heeft ze de status van B-acteur gekregen

Het zijn bizarre tijden voor D66. Alsof men met z'n allen in een cakewalk zit, zo turbulent verlopen de gebeurtenissen. Met Els zweeft de partij omhoog; met Hans en Winnie gaat de club hard op haar gezicht. En dat alles in minder dan twee weken.

Borst incasseert in de opiniepeilingen de winst van aanhoudend zwijgen na haar aanwijzing als lijsttrekker. Sinds haar uitverkiezing heeft ze zich nog over geen enkele kwestie van formaat uitgelaten. Of het moet het leiderschap van de partij zijn: dat wil ze pas tegen de Kerst gaan uitoefenen, zei ze tegen de Volkskrant.

Wijers en Sorgdrager lopen op hetzelfde moment schade op door het achterwege laten van inspanningen om Nederlandse regels in Brussel aan te melden. De ene voelt zich als minister van Economische Zaken slechts verantwoordelijk als postbus, de ander is als minister van Justitie nog niet eens een postbus, zo wees het Kamerdebat uit. Pijnlijk en ontluisterend is nog het minste wat van hun optreden kan worden gezegd.

En intussen verschrompelt één van de kroonjuwelen van de partij, het referendum, in de Kamer tot iets dat ver afstaat van het D66-ideaal.

Is hier sprake van een conjuctuurbericht of is er elf maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen meer aan de hand voor D66? Het laatste lijkt het geval.

Eerst de personen: de ministersploeg bestaat uit een stevige lijsttrekker die echter weer niet de baas is. Het was niet Borst die deze week in de kwestie van het Securitel-arrest sturing probeerde te geven, maar Van Mierlo (vanuit het buitenland). Een tijdje kan het geen kwaad dat de kiezer de helpende hand van de meester achter de lijsttrekker op het behang ziet. Maar een paar kwesties verder en de vraag rijst allicht wat de statuur van Borst is. Macht hebben zonder die uit te oefenen kan snel averechts uitpakken.

En Hans van Mierlo zelf? Is hij in staat zijn favoriete haar leidende rol te gunnen of blijft hij de regisseur die iedere keer ook nog het volgende stuk op de planken wil zetten? De plek waar het snelst zal uitkristalliseren of de verhoudingen bij D66 helder zijn, is de Trêveszaal. Bij een beetje conflict in het kabinet zullen PvdA en VVD snel toeslaan als de hiërarchie bij de junior-partner niet goed is geregeld.

Blijven over Wijers en Sorgdrager. Wijers heeft een curieuze positie. Van een minister met een pré is hij inmiddels een gewoon minister geworden: één die geen lijsttrekker wil zijn, straks daarentegen wel weer minister, maar in ieder geval geen Kamerlid. Zijn soevereine nee-ja-nee zal bij de kiezer respect afdwingen zolang de zaken goed gaan. En daaraan ontbreekt het nu net.

En Sorgdrager: waar is zij eigenlijk gebleven? Haar furore was kort en hevig, manmoedig heeft ze daarna de IRT-affaire doorstaan, maar een overtuigend minister is ze niet geworden. Ze heeft de status van B-acteur gekregen sinds ze in de carrousel rond het lijsttrekkerschap als eerste uitstapte. En dan heeft het er ook nog eens de schijn van dat een voortzetting van haar ministerschap allerminst zeker is. Van zo iemand kan D66 de komende maanden niet te veel verwachten: ook een minister is maar een mens.

Een partij is meer dan een ministersploeg alleen. Hoe sterk is de andere machtsbasis? De Tweede-Kamerfractie wordt geleid door een gemankeerde fractievoorzitter. Wolffensperger heeft krediet als specialist op een reeks terreinen (van justitie tot media), maar mist overtuigingskracht en hardheid als fractieleider. “Gerrit Jan is geen politicus, maar een bestuurder”, zei Van Mierlo op het partijcongres van maart, in een poging de niet-uitverkiezing van Wolffensperger als zijn opvolger begrijpelijk te maken. Zelf had Wolffensperger toen al te lang het predikaat kroonprins moeten torsen.

Uitgerekend Wolffensperger legde de kwestbaarheid van D66 bloot. Niemand sprak er de afgelopen maanden publiekelijk over, maar intern hadden ze het er heel druk mee: hoe groot moet D66 zijn om nog mee te kunnen doen met een tweede paarse kabinet. Tien zetels verlies: van 24 naar 14, zoals volgens de opiniepeilingen al langere tijd het perspectief leek, was desastreus. Als mini-partner zou D66 niet meer nodig zijn voor de meerderheid.

Maar hoe zeg je dat tegen de kiezer? Wolffensperger zei het vorige week tegenover Het Parool zo: “D66 moet bij stemmingen nodig zijn voor het halen van een meerderheid.” En: “Wij willen een brugfunctie vervullen en dat lukt niet als de uitslag van de verkiezingen overeenkomt met de opiniepeilingen van nu.”

Een correcte analyse, maar in de top van de partij waren ze laaiend. “Zo stom moet je toch niet zijn, om dat hardop te zeggen”, recenseerde één van de D66-bewindslieden binnenskamers. Van Mierlo sprak direct verzoenende woorden alsdat de verkiezingen nog ver weg waren en Borst zweeg ook hier.

Was het onthechtheid van een fractieleider, die weet hij zijn langste tijd in deze functie heeft gehad of toonde Wolffensperger hier welsprekend dat hij geen politicus is? Zijn uitlatingen deden denken aan de mededeling van Bas de Gaay Fortman, die in de tweede helft van de jaren zeventig - nadat ARP en KVP braken met het progressieve kabinet-Den Uyl - verklaarde, dat de PPR niet meer met de confessionelen wilde samenwerken. VVD-leider Hans Wiegel had daar toen een bondige reactie op : “De PPR verlaat het speelveld. We zwaaien het ventje vriendelijk uit.”

“We moeten de kiezer niet waarschuwen dat we akelig klein zijn”, zou Van Mierlo zeggen. “We moeten de kiezer vragen weer van ons te houden”. Straks moeten de kiezers van Borst gaan houden en zonder het charisma van Van Mierlo is het nog maar de vraag of zij daar ook toe in staat zijn.

Resteert voor leidende Democraten de vraag hoe de partij zich een positie in een tweede paarse kabinet kan veroveren. Genoeg stemmen is één; een knappe list is twee. Een idee dat circuleert: de drie coalitiepartijen maken een samen-uit-samen-thuis-afspraak. Als één partij opstapt, stappen alle partijen op. Dat is zoiets als een gijzelings-afspraak voor vier jaar.

Veel is denkbaar in de politiek, maar logischer is dat PvdA en VVD samen verder gaan: waarschijnlijk niet voor lang, gezien de groeiende verschillen tussen beide partijen, maar in ieder geval in de wetenschap dat D66 hen niet zal afvallen. Oppositievoeren vóór het kabinet, noemde Van Mierlo dat in een eerdere periode waarin de partij buitenspel stond.

Zoveel is zeker: de duizelingwekkende rit in de cakewalk is voor D66 nog niet voorbij.