Albert Einstein: Über die spezielle und die allgemeine Relativitätstheorie, gemeinverständlich, 1916

Albert Einstein: Über die spezielle und die allgemeine Relativitätstheorie, gemeinverständlich. Fridr. Vieweg & Sohn, 1916.

Mijn theorie. Het Spectrum, ƒ 19,90

Over de relativiteitstheorie en andere essays. Elmar, ƒ 29,90

'Zufrieden, aber ziemlich kaputt.' Aldus omschreef Albert Einstein in een brief aan zijn vriend Michèle Besso op 10 december 1915 zijn gemoedstoestand nadat hij met grootse denkkracht de Algemene Relativiteitstheorie had weten te voltooien. Het was een zware bevalling geweest - waarvoor hij weldra de fysieke tol zou betalen. Tegelijk was de theorie de kroon op zijn wetenschappelijke carrière die Einsteins faam voor eeuwig zou vestigen.

De doorbraak naar een groot publiek gebeurde op 7 november 1919. Zojuist had de Royal Society in Londen bekendgemaakt dat een zonsverduisteringsexpeditie onder leiding van Sir Arthur Eddington had vastgesteld dat sterlicht dat langs de zon scheert wordt afgebogen in een mate die overeenstemt met de Algemene Relativiteitstheorie - en niet met de gravitatiewet van Newton. 'Revolution in Science', kopte de Times en: 'New Theory of the Universe, Newtonian Ideas Overthrown'. Drie dagen later - de Nieuwe Rotterdamsche Courant was toen al geweest - gooide de New York Times er nog een schepje bovenop: 'Lights all Askew in the Heavens, Einstein Theory Triumphs, Stars Not Where They Seemed or Were Calculated to be, but Nobody Need Worry'.

Nu bestond aan dat laatste weinig behoefte. Na de barbarij van de Eerste Wereldoorlog overheerste een gevoel van onzekerheid over de toekomst, gevoed door politieke chaos en economische malaise. In die atmosfeer kon een natuurkundig genie dat op kosmische schaal een nieuwe orde predikte op een warme belangstelling rekenen. Dat 'gekromde ruimte' een (te) hoog gegrepen begrip is, deerde de leek niet: vertrouwd als hij was met 'ruimte' en met 'gekromd', waande hij zich ingewijde in een esotherisch geheim. 'Ik weet zeker dat juist het raadsel van het onbegrijpelijke zo'n grote aantrekkingskracht uitoefent', zei Einstein op 4 juli 1921 tegen de NRC. 'Men is ervan onder de indruk, het heeft de smaak en de verlokking van het raadselachtige (...) de mensen worden daardoor enthousiast en raken opgewonden.'

Moeilijk was de Algemene Relativiteitstheorie zeker. Wie is de derde? vroeg Eddington toen in een lezing werd geopperd dat ze in Duitsland door drie fysici werd begrepen. Einsteins nieuwe theorie betekende een uitbreiding van de Speciale Relativiteitstheorie van 1905. Die steunde op twee postulaten: de natuurwetten zijn voor alle waarnemers die met constante snelheid ten opzichte van elkaar bewegen gelijk, en de snelheid van het licht is constant - ook al reis je het tegemoet. Het gevolg is dat bij hoge snelheid meetlatten krimpen en klokken trager lopen. Einstein had scherpe kritiek verwacht, maar pas toen Minkowski in 1908 de vorm van de theorie vereenvoudigde kregen zijn denkbeelden aandacht. De pers deed er al helemaal het zwijgen toe en ook E=mc, in 1905 in de Annalen der Physik gepubliceerd, bleef vele jaren onopgemerkt.

In 1907 zag Einstein in dat iemand die een vrije val maakt geen zwaartekracht ervaart: 'de gelukkigste gedachte in mijn leven'. Anders gesteld: in een lift is niet te onderscheiden of je gewicht hebt of dat de lift versneld beweegt. Dit idee voerde via een kronkelpad vol Irrwegen en een jarenlange intellectuele strijd naar een gewijzigde theorie van de zwaartekracht, de Algemene Relativiteitstheorie. Om het eerste postulaat van de Speciale theorie voor waarnemers die willekeurig ten opzichte van elkaar bewegen te 'redden', riep Einstein een gekromde ruimte in het leven. Deze kromming is des te sterker naarnate de massa groter is. Aldus bepaalt de materie de vorm van de ruimte. Om de gedachten te bepalen: een voorbeeld van een tweedimensionale gekromde ruimte is een bol - waarmee direct duidelijk is hoe ruimte onbegrensd kan zijn en tegelijk eindig.

Spelen met theorie is leuk, maar serieus wordt het pas wanneer er toetsbare voorspellingen op tafel komen omtrent de waarneembare werkelijkheid. De Algemene Relativiteitstheorie had in 1915 drie pijlen op haar boog: een afwijking in de baan om de zon van de planeet Mercurius, de buiging van het licht onder invloed van de zwaartekracht en het verkleuren van sterlicht dat uit een sterk zwaartekrachtsveld ontsnapt (de roodverschuiving). Het eerste effect kon Einstein eind 1915 verklaren - waar de gravitatietheorie van Newton in gebreke bleef. De expeditie van Eddington betekende in 1919 een nieuwe triomf en ook de roodverschuiving gedroeg zich in 1954 zoals de theorie dat wilde. Latere voorspellingen, zoals het bestaan van gravitatiegolven, zijn inmiddels (indirect) experimenteel bevestigd.

Terwijl Einstein op de voltooiïng van zijn theorie van de zwaartekracht zwoegde, probeerden zijn vrienden Lorentz en Ehrenfest in Nederland wanhopig zijn gedachten te volgen. Januari 1916 schreef Lorentz zijn opvolger in Leiden dat hij 'Einstein met zijn briljante resultaat had gefeliciteerd'. Ehrenfest antwoordde dat Lorentz' gelukwens hem deed denken aan 'de ene Vrijmetselaar die de ander een geheim teken van herkenning geeft'. Einstein schreef Lorentz dat hij blij was met het eindresultaat maar dat hij zijn afleidingen 'afgrijselijk' vond: wilde Lorentz ze niet polijsten? Maar deze hield de boot vaderlijk af en Einstein kweet zich toen zelf maar van de taak. Maart 1916 publiceerde hij in de Annalen een synopsis. Die werd in vakkringen zo goed ontvangen dat hij als separaat boekje werd herdrukt en in het Engels vertaald.

Het succes inspireerde Einstein tot het schrijven - nog altijd in 1916, zijn energie kende geen grenzen - van het populair-wetenschappelijke Über die spezielle und die allgemeine Relativitätstheorie, gemeinverständlich. Na een bescheiden start was er na de zonsverduistering van 1919 geen houden meer aan. Het boek werd in vele talen vertaald en onlangs verscheen bij Het Spectrum de vierde Nederlandstalige druk onder de titel Einstein: mijn theorie. 'Vereist is slechts een middelbare-schoolniveau', schreef de auteur in zijn voorwoord, 'en - ondanks de beknoptheid van het boekje - vrij veel geduld en wilskracht van de kant van de lezer.' Tegenwoordig zou een uitgever zo'n bekentenis annex waarschuwing onmiddellijk schrappen, zijnde dodelijk voor de verkoop. Elegantie streefde Einstein in de presentatie van zijn theorie niet na, dat was iets voor kleermakers.

Sinds 1919 is Einstein de beroemdste fysicus aller tijden. Al eerder ventileerde hij ideeën over pacifisme, zionisme en internationalisme, maar na zijn werelddoorbraak was alles wat hij zei nieuws. Met groot gemak tekende hij het ene na de andere politieke manifest. De keerzijde van de roem was dat Einstein een prominent doelwit werd van antisemitische uitlatingen. Zo belegde de Arbeitsgemeinschaft deutscher Naturforscher zur Erhaltung reiner Wissenschaft op 24 augustus 1920 in Berlijn een bijeenkomst waarop de relativiteit en de 'smakeloze propaganda' van de bedenker van de theorie aan de kaak werden gesteld. Het was de eerste in een niet-aflatende reeks aantijgingen.

In Nederland betekenden Einsteins relativiteitstheorie in het interbellum een impuls voor politieke en onderwijskundige vernieuwing, zoals onlangs beschreven in het proefschrift De relativiteitstheorie in Nederland van H.A. Klomp. Vooral de natuurkundige en pedagoog Kohnstamm liet zich in zijn ideeën over democratisch onderwijs door Einsteins denkbeelden inspireren. Dit tot verdriet van iemand als Dijksterhuis, die een autoritair onderwezen wiskunde voorstond in de geest van Euclides.

De Einstein die wij kennen - wilde haren, slordige sweaters, verstrooid geleerde - is in de eerste plaats een product van de reclame. Bierbrouwers, nylonkousfabrikanten, de universiteit van Amsterdam: alle misbruiken ze zijn beeltenis om maar slim bij de consument over te komen. Ook de kunst heeft in Einstein een gewild icoon. Friedrich Dürrenmatt stopte Einstein in zijn toneelstuk Die Physiker in een inrichting, Nicholas Roeg liet de meester in zijn film Insignificance de relativiteit uitleggen aan Marolyn Monroe en Philip Glass' bekendste opera heet Einstein on the beach. Dat het niet altijd goed gaat bewees Mrs. Einstein op het jongste Songfestival.

Met alle misbruik van zijn naam is het goed te beseffen dat Einstein ook voorbij het hoogtepunt van zijn creativiteit alleen de natuurkunde serieus nam, de rest was bijzaak. Begin jaren twintig, toen hij werd gecanoniseerd, was van een fotogeniek voorkomen geen sprake. De veertiger Einstein oogde als een brave burgerman, mede door toedoen van zijn tweede vrouw Elsa - de burgerlijkheid zelve. Niet om zijn uiterlijk werd Einstein beroemd en ook niet om zijn politiek, het geheim was zijn natuurkunde.