Acteur Henk Votel gaat na 43 jaar in de VUT

Henk Votel (58) neemt morgen, na de allerlaatste Driestuiversopera, afscheid van Toneelgroep De Appel. Hij gaat dan in de VUT. Dat betekent voor het gezelschap het verlies van een markante acteur. Wij echter zullen hem zo nu en dan wel op andere podia zien opduiken, want Votel heeft tijd nodig om af te kicken van zijn theaterverslaving.

SCHEVENINGEN, 13 JUNI. Geliefd bij het publiek is Henk Votel niet alleen vanwege zijn geringe lengte maar ook door zijn intense spel. Van kleine rollen wist hij bij De Appel steeds iets groots te maken. In De toneelmaker van Thomas Bernhard had hij maar een handvol regels tekst, en toch was het alsof hij een complete dialoog met zijn tegenspeler voerde. De gevoelens en gedachten van zijn personage las je zonder moeite van zijn gelaat af, ondanks de minimale mimiek. Terecht kreeg hij voor zijn rol als door het leven getekende waard de Arlecchino, een onderscheiding voor de beste mannelijke bijrol.

Een jaar geleden was dat. Henk Votel bepaalt al 21 jaar lang mede het gezicht van Toneelgroep De Appel. En bijna moeten we dat werkwoord in de verleden tijd zetten want Votel gaat De Appel verlaten. Morgenavond zal hij worden uitgewuifd, na de laatste Driestuiversopera in het Scheveningse theater waar hij zo'n beetje gewóónd heeft.

Twee dagen voor zijn vertrek nestelt hij zich nog eens behaaglijk in een stoel achter zijn grimeertafel. “Mijn eigen plekje”, zegt hij liefkozend, terwijl hij de ronde lampjes boven de spiegel aanknipt. “Die accordeon neem ik mee en dat Mariabeeld. De kleine spullen gaan in een grote doos.”

Hij praat gretig, met de energieke charme van iemand die gewend is aan luisteraars. Als een technicus de kleedkamer binnenwandelt zegt hij: “Ja, ook Henry zal ik missen. En Rinus van de bar. Rinus, die je altijd helpt als je in de problemen zit.”

Elkaar helpen, dingen samen doen: die waarden leerde Henk Votel in het circus. Zijn vader ('klein van stuk, heel ondeugend, hij had steeds lekkere wijfies om zich heen') was acrobaat bij 'De Votelli's', en het welslagen van diens halsbrekende capriolen hing helemaal af van de samenwerking tussen de mannen op de grond en hun collega's hoog in de lucht.

Toen hij elf was ervoer Henkie persoonlijk hoe alert een artiest in de piste moet zijn: “In een hondennummer gaf ik ringen aan; daar sprongen van die schattige witte poedeltjes doorheen. Met m'n ene oog moest ik die beesten in de gaten houden en met het andere oog de baas.”

Ook bij De Appel speelt Votel (spreek uit: Votèl) dikwijs de aangever. In Koltès' Erfenis was hij een onbetrouwbare knecht, in Brechts Moeder Courage een kok en in Shakespeares Koning Lear een nar, dé nar. “Die nar, dat was geen klein rolletje hoor. Ik was de geest van de koning, ik zat in zijn kop en ik waarschuwde hem voor die afschuwelijke dochters van 'm. Een erg emotionerende rol.” Kleine rollen, beweert hij, bestaan niet, netzomin als grote: 'Je doet het met elkáár.' Maar als wij per se aan het onderscheid vast willen houden kan hij wel zeggen dat het neerzetten van zo'n... bijrol verdomde moeilijk is.

“Een hoofdrolspeler komt langzaam op gang, hij heeft van de intro tot en met de slotscène de tijd. Een bijrolspeler heeft geen tijd; zodra hij opkomt moet hij er, patsboem, stáán.” Na meer dan zestig opvoeringen geniet hij nog steeds van zijn opkomst in de Driestuiversopera: “De entree van die dominee op een bruiloft is een prachtige act. Zoals ik uit die taart spring en meteen een lied aanhef, dat is gewoon een feest!”

Niettemin vraagt hij zich af, nu Het Grote Terugblikken is begonnen, waarom hij wel de nar in Koning Lear mocht spelen maar niet de koning zelf. Waarom hij in Hamlet wel doodgraver zijn mocht maar niet de titelfiguur. “Wellicht”, peinst hij, “hebben de regisseurs het nooit aangedurfd om een drie turven hoog ventje een hooggeplaatst man te laten uitbeelden. Dat ziet er algauw komisch uit. Maar omgekeerd: de waard in De toneelmaker had net zo goed door een grote acteur kunnen worden gespeeld. En toen ík het toevallig deed maakte ik er toch geen klucht van! Een diep vernederd man was ik met een tijdbommetje in z'n buik!”

Ja, in deze regie van Aus Greidanus deed hij 'briljante dingen', net zoals weleens bij Erik Vos. Zijn omgang met Vos, tot voor kort De Appels artistiek leider, omschrijft hij als een 'gezond gevecht': “Af en toe haatten wij mekaar. 't Is een moeilijke man, in z'n werk. Maar dankzij hem durf ik meer te improviseren.” En, niet onbelangrijk: “Vosje was een circusfreak, de toeschouwers zette hij bij voorkeur in een cirkel om ons spelers heen. We hebben allebei de behoefte om het publiek erbij te betrekken. Ik wacht het voor aanvang van een voorstelling al op, dan maak ik een praatje, dan bouw ik een sfeertje.”

Wanneer je Henk Votel zo enthousiast hoort vertellen begrijp je niet waarom hij heeft besloten een punt achter het toneelspelen te zetten. “Wacht even”, roept hij geschrokken uit, “ik stóp niet! Ik ga alleen weg bij De Appel. Ik ben nu 58 en al 43 jaar acteur, in het ambulante toneel ben ik begonnen. Bovendien gaat De Appel veranderen. Erik Vos is weggegaan, Aus Greidanus en Aram Adriaanse nemen het roer van hem over. Zij zijn net als ik van mening dat De Appel een injectie van jong talent nodig heeft.

Als ik straks het veld ruim is de VUT een uitkomst. Dan kan ik meewerken aan projecten die ik leuk vind, maar niets hóeft. Ik ga een opera regisseren voor kinderen en daarna ga ik lekker bij het Noord Nederlands Toneel tekeer in Les liaisons dangereuses. En over een jaar of drie stop ik écht. Ik wil dan heel veel gaan fietsen.''

Aarzelend strijkt hij het grijze haar uit zijn ogen en ineens laat hij een foto zien uit 1986. “Kijk, een rij tot aan de Doornstraat, 't leek wel een concert van de Stones. Faust onder leiding van Hans Croiset was een happening!” Thuis, dat wil zeggen in zijn Amsterdamse woning, zal hij de foto in de doos stoppen, tezamen met al die andere dierbare herinneringen.