Zwemtrainer bij 15 graden onder nul

Ruud Veldman is één van Nederlands beste zwemtrainers. Vorig jaar vertrok hij vol ambities voor vier jaar naar IJsland. In juli keert hij terug. 'Het einde van de wereld' kan hem niet bekoren.

In de aanloop naar de Olympische Spelen van vorig jaar klopte Marianne Muis weer bij Veldman aan. Hij ging met haar aan de slag omdat hij meende dat ze in Atlanta ver kon komen op de 100 meter vrijeslag. Maar ook omdat hij hoopte dat hij haar dan op de Spelen zou kunnen begeleiden - al jaren was het zijn grote droom om zelf een keer een olympisch toernooi mee te maken. Die droom viel in duigen toen Muis zich bij de nationale selectiewedstrijden niet voor de 100 vrij kwalificeerde en genoegen moest nemen met een plaats in de estafette.

Dat de inmiddels gestopte Muis zich niet voor het individuele nummer plaatste, noemt Veldman de grootste teleurstelling uit zijn loopbaan. Dagenlang was hij er ziek van. Toen kwamen ook de vragen: wat moet ik nu, wat wil in nu? Zijn conclusie was dat hij weg wilde, naar een club in een ander land. Niet als vlucht, maar als nieuwe uitdaging. Hij hoorde dat er een vacature was bij een vereniging in IJsland. Odinn was na zijn reactie meteen geïnteresseerd en liet hem kostenloos een weekje overkomen om kennis te maken met de club.

Akureyri in augustus. “Het was zomer, echt zomer. Net de Canarische eilanden, maar zonder toeristen. Alles was prachtig groen, behalve de toppen van de bergen. Daar lag nog sneeuw. En de mensen van de club deden alles voor me. Als ik me maar even verveelde, werd er meteen iets leuks voor me georganiseerd. Het was geweldig”, herinnert Veldman zich.

Niet veel later woonde de topcoach met gezin in een land dat op zwemgebied een marginale rol speelt. Daar verandering in brengen, dat was zijn grote uitdaging. Naar de Spelen van Sydney met een zwemmer van Odinn, dat was zijn grote droom.

Het zou niet onmogelijk zijn geweest, zegt Veldman aan de rand van het zwembad. Hij wijst naar een jonge zwemster die haar baantjes trekt. Volgens hem heeft ze enorme mogelijkheden. “Sinds ik hier ben is ze op de 200 meter rugslag al achttien seconden vooruit gegaan.” Veldman is warm aangekleed, de kraag van zijn winddichte jack reikt tot over z'n kin. Het smalle 30-meterbad is een buitenbad, zoals de meeste zwembaden in IJsland. De temperatuur is echter aangenaam omdat het water afkomstig is uit warme bronnen.

De Nederlander geeft zijn pupillen aanwijzingen in het IJslands, een enkele keer in het Engels. Afgelopen winter ging dat een stuk moeilijker, zegt hij lachend. “Soms sneeuwde het zo erg dat ik nog geen hand voor ogen kon zien. Dan had ik geen flauw idee wat ze uitvoerden.” Over de temperatuur toen doet hij niet moeilijk: “Min vijftien. Daar kun je je op kleden.”

Veldman vindt dat hij door zijn verblijf in IJsland een wijzer man is geworden. De andere gewoontes hebben grote indruk op hem gemaakt. Vooral hoe het niet moet. Hij noemt het gebrek aan discipline bij zijn pupillen toen hij hier net was. Trots vertelt hij dat het aantal jeugdleden van Odinn sinds zijn komst is gestegen. “Kinderen zijn hier de baas in huis, ouders hebben geen vat op ze. Het verhaal dat ze naar mij wel luisteren en nog plezier hebben ook, heeft de ronde gedaan. Ooit zei een moeder me verbaasd: Mijn zoon doet wat jij zegt!' Het is te gek voor woorden.”

Veldman weet dat zijn werkwijze werkt, wat betreft de progressie in de tijden van zijn zwemmers maar ook wat betreft hun persoonsvorming. “Want daar werk ik altijd in de eerste plaats aan.”

Waar hij die werkwijze bij terugkeer in Nederland gaat toepassen, weet hij niet. Wat zijn maatschappelijke carrière betreft, weet hij maar één ding: in juli zit zijn avontuur in wat IJslanders 'de hoofdstad van het noorden' noemen er op. Veldman noemt Akureyri “het einde van de wereld”.