Wapperende manen op de 47ste Biennale

Na veel problemen tijdens de voorbereiding gaat komend weekeinde de tweejaarlijkse Biennale van Venetië open.

VENETIË, 12 JUNI. Het café heet Paradiso en twintig van de 24 maanden is het stil en verlaten. Maar vier maanden is het druk bevolkt, rennen obers heen en weer met broodjes en drank en zijn de tafeltjes zo vol dat iedereen op de trappen gaat zitten. Dan doet Paradiso zijn naam eer aan: een paradijs voor kunstenaars. Zo kon je gisteren de Duitse beeldend kunstenaar Julian Schnabel, de Italiaanse schilder Enzo Cucchi en de Franse conceptualist Daniel Buren aan een tafeltje zien zitten drinken. Daar wandelt de oude leeuw Mario Merz tussen de bomen, zijn haren wapperend in de wind. Even later zie je popart kunstenaar Claes Oldenburg een kopje koffie drinken van zijn 'sponsor' Illy-cafè. De Biennale van Venetië is weer begonnen.

De 47ste Biennale, die officieel dit weekeinde in de Giardini di Castello opengaat, had een aanloop van horten en stoten. Tot eind vorig jaar was nog niet duidelijk of de tweejaarlijkse kunstmanifestatie zou doorgaan. Er was te weinig geld, binnen het bestuur heerste onenigheid over de aan te stellen curator en verschillende bestuurders vroegen zich af of de Biennale wel moest samenvallen met de Documenta, die andere monstertentoonstelling, die over anderhalve week in het Duitse Kassel wordt geopend.

Uiteindelijk werd in januari toch een curator aangesteld: Germano Celant, conservator van het Museum of Modern Art in New York en criticus, bekend van zijn voorliefde voor arte povera. Als er kritiek is op zijn Biennale verdedigt hij zichzelf graag door te wijzen op Catherine David, curator van de Documenta. Zij had vier jaar de tijd voor de organisatie van de tentoonstelling, hij slechts vier maanden.

In tegenstelling tot David heeft Celant geen ingewikkeld tentoonstellingsconcept bedacht. De hoofdtentoonstelling, traditioneel samengesteld door de curator, heeft als titel Future, present, past en pretendeert niet veel meer dan een overzicht te bieden van de na-oorlogse kunstgeschiedenis. En dus zijn veel hedendaagse 'grote namen' aanwezig, zoals pop-art kunstenaar Roy Lichtenstein en Claes Oldenburg, arte-povera-tycoon Mario Merz en sterren als Luciano Fabro, Gerhard Richter en Edward Ruscha.

Als kroon op hun carrière kregen de 85-jarige Agnes Martin en de 78-jarige Emilio Vedova een Gouden Leeuw uitgereikt voor hun 'bijdrage aan de moderne kunst'.

Maar ook 'jongeren' als Francesco Clemente, Julian Schnabel, Douglas Gordon, Jason Rhoades zijn op Future, present, past aanwezig, net als twee Nederlandse kunstenaars. Jan Dibbets toont twee 'ramen' tegen een zachtgele achtergrond, Rineke Dijkstra exposeert een reeks portretfoto's aan de stranden van Kolobrzeg, Brighton, Jalta en Long Island.

Pagina 11: Een Nederlands kunsthokBiennale

De hoofdmoot van de Biennale wordt echter traditioneel gevormd door de paviljoens die 28 landen op de Giardini di Castello hebben ingericht. Het Nederlandse door Gerrit Rietveld ontworpen paviljoen wordt dit jaar gevuld door Aernout Mik en Willem Oorebeek, die hun werk in elkaar hebben laten overlopen. Oorebeek vulde de wanden, Mik bouwde midden in de ruimte een anderhalve meter hoog 'hok' waarbinnen zijn beelden en videoprojecties zijn te zien. Net zoals Oorebeek en Mik voor veel buitenlanders geen bekende namen zijn, komen ook de meeste andere landen met kunstenaars die buiten hun grenzen nog weinig faam genieten. Het opvallendste is daarbij de keuze van Amerika die haar paviljoen liet vullen door de 71-jarige schilder Robert Colescott. Het Russische paviljoen is dit keer overgedragen aan Georgië en wordt gevuld door Gia Edzgeradze, die er een merkwaardige sculptuur van rijst en worteltjes heeft neergelegd. Bekendere namen op deze Biennale zijn Thierry de Cordier (België) Rachel Whiteread (Engeland), Helmut Federle (Zwitserland) en Gerhard Merz en Katharina Sieverding (Duitsland), waarbij Germano Celant het nimmer nalaat op te merken dat Merz de enige kunstenaar is die zowel op de Documenta als de Biennale is vertegenwoordigd.

Zoals gebruikelijk worden er in het spoor van de Biennale door de hele stad weer tentoonstellingen georganiseerd. Zweden toont zijn jonge kunstenaars in een aparte ruimte, Anselm Kiefer exposeert twintig schilderijen in het Museo Correr. Vlak daarnaast, in een hoekje van het Piazza San Marco wordt Europarte gehouden, een tentoonstelling van vijf jongere kunstenaars, waaraan ook de Nederlandse schilder en installatie-kunstenaar Avery Preesman meedoet. Hij zal daar in het gezelschap verkeren van de Russische kunstenaar Oleg Kulik, die vorige zomer, tijdens de Manifesta in Rotterdam, nogal wat opzien baarde door ruim een maand als hond te leven. De hondenbrokkengrappen zijn voorlopig dan ook niet uit de lucht in Venetië; en onschuldige toeristen op het Piazza San Marco dienen hun benen de komende maanden in de gaten te houden.