VERTALING

Bernlef en Eijkelboom, die veel werk van Richard Wilbur vertaalden, hebben beiden het gedicht Juggler (Jongleur) vertaald uit de bundel Ceremony and Other Poems (1950). Vanaf het derde woord al springen de verschillen in het oog. Het Amerikaans geeft: A ball will bounce. Bernlef vertaalt: Een bal stuitert en Eijkelboom geeft weer: Een bal zal stuiteren.

Vergelijking van de vertalingen geeft tal van verrassende gezichtspunten. Eijkelboom heeft vooral gelet op de klankrijkdom van het gedicht en Bernlef heeft de vitaliteit van de handeling, het aspect van de beweging, willen onderstrepen. Bernlef zegt het gedicht “naar zichzelf toegetrokken te hebben”, terwijl Eijkelboom dichterbij de tekst is gebleven. De beide dichters lezen het voor en het is een feest te bespeuren hoe in twee verschillende versies het beeld van de jongleur gestalte krijgt. Bernlef heeft steun gehad aan een herinnering van vroeger: in bioscoop Tuschinski was voor aanvang van de film vaak een jongleur in de weer. Opmerkelijk is dat de beide vertalingen zo compact mogelijk zijn gehouden.

Bernlef vindt dat een slechte vertaling te herkennen is aan een 'uitdijende woordenstroom'. “Het Nederlands is in vergelijking tot het Engels of Amerikaans toch altijd omslachtiger, maar in een slechte vertaling is dat uitdijen nog verder uitgedijd.” Het is intrigerend dat de beide betekenissen van gravity, namelijk zwaartekracht én zwaarwichtigheid, van geen van de vertalers in het Nederlands dezelfde dubbelzinnigheid heeft gekregen. Bernlef koos voor zwaarwichtigheid en Eijkelboom voor zwaartekracht. Wilburs subtiele spel met klanken is zo nauwkeurig mogelijk nagestreefd. Neem nu resents its own resilience in de tweede regel. Bernlefs oplossing ligt besloten in de herhaling van de 'e'-klanken: heeft een hekel aan veerkracht. Eijkelboom zoekt het bij de klankovereenkomsten tussen de wrijfklanken 'w' en 'v': is wars van eigen veerkracht.

Bernlef is enthousiast over de vondst van Eijkelboom door He reels that heaven in uit regel 16 te vertalen met: Haspelt hij die hemel naar zich toe. Het idee van 'haspelen' is ontleend aan een term uit de hengelsport. “Dat is mooi”, zegt Bernlef, “want haspelen geeft goed de bewegingen van de handen van de jongleur weer.” Zijn eigen vertaling: Haalt die hemel binnen.

Juggler

Richard Wilbur

A ball will bounce, but less and less. It's not

A light-hearted thing, resents its own resilience.

Falling is what it loves, and the earth falls

So in our hearts from brilliance

Settles and is forgot.

It takes a sky-blue juggler with five red balls

To shake our gravity up. Whee, in the air

The balls roll round, wheel on his wheeling hands.

Learning the ways of lightness, alter to spheres

Grazing his finger ends

Cling to their courses there

Swinging a small heaven about his ears.

But a heaven is easier made of nothing at all

Than the earth regained, and still and sole within

The spin of worlds, with a gesture sure and noble

He reels that heaven in

Landing it ball by ball

And trades it all for a broom, a plate, a table.

(...) If the juggler is tired now, if the broom stands

In the dust again, if the table starts to drop

Through the daily dark again, and though the plate

Lies flat on the tabel top

For him we batter our hands

Who has won for once over the world's weight.

Jongleur

Vertaling: Jan Eijkelboom

Een bal zal stuiteren, maar al minder en minder. 't Is geen

luchthartig ding, is wars van eigen veerkracht.

Vallen is waar hij van houdt, en de aarde valt

zo in ons hart van haar glans af

komt tot rust en is vergeten.

Er is een hemelsblauwe jongleur met vijf rode ballen

voor nodig om onze zwaartekracht te verbouwen. Tjee

in de lucht rollen de ballen rond, draaien op zijn draaiende

handen, leren manieren van lichtheid, veranderen in globes

die zijn vingertoppen schampen

klampen zich daar aan hun baan vast

slingeren een kleine hemel om zijn oren.

Maar een hemel wordt eerder gemaakt van niets niemendal

dan dat de aarde herwonnen wordt, en stil en alleen binnen

tollende werelden, met een gebaar trefzeker en nobel

haspelt hij die hemel naar zich toe

brengt hem bal voor bal op de kant

en ruilt dit alles in voor een bezem, een bord, een tafel.

(...) Al is de jongleur nu moe, al staat de bezem weer

in het stof, al begint de tafel weer door het dagelijkse

donker te vallen, en hoewel het bord

plat op het tafelblad ligt

wij slaan onze murw voor hem

die heel even opgewassen was tegen het gewicht van de wereld.

Jongleur

Vertaling: J. Bernlef

Een bal stuitert, maar steeds minder en minder. Is niet

Luchthartig, heeft een hekel aan veerkracht.

Vallen, daar houdt de bal van, en zo ook valt in ons

De aarde, glansrijk eens, stil

En raakt dan vergeten.

Een hemelsblauwe jongleur met vijf rode ballen

Is nodig om onze zwaarwichtigheid op te rollen. Tjee, de

Ballen vliegen door de lucht, draaien op zijn wiekende handen

Leren licht te bewegen; gaandeweg hemellichamen

Zijn vingertoppen rakelings toucherend

Blijven ze daar in banen ronddraaien

Als een hemeltje ter hoogte van zijn oren.

Maar eenvoudiger gewonnen een hemel uit helemaal niets

Dan de aarde hervonden, en helemaal alleen, te midden

Van tollende planeten, met een grootmoedig en kordaat gebaar

Haalt hij die hemel binnen

Plukkend bal voor bal

En verruilt dit alles voor een tafel, een bezem en een bord.

(...) Al is de jongleur nu vermoeid, al staat de bezem

Opnieuw in het stof, al begint de tafel weer te vallen

Door het dagelijkse duister, en ook al ligt het bord nu

Plat op het blad van de tafel

Het is voor hem dat wij onze handen stukklappen

Hem met even het gewicht van de wereld op zijn hand.