Turkije erkent: aanslag geen uiting racisme

ROTTERDAM, 12 JUNI. De Turkse regering erkent dat bij de aanslag op een familie in de Haagse Schilderswijk racisme geen rol heeft gespeeld. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ankara heeft dit via de Turkse ambassade in Den Haag bekendgemaakt.

De reactie volgt op de bekentenis in het afgelopen weekeinde van een neef van de familie Kösedag, dat hij de brand heeft aangestoken.

Bij de aanslag in de Frans Halsstraat op 26 maart kwamen de moeder en vijf kinderen van dit gezin om het leven. N.K., een neef van de vader van het getroffen gezin, heeft de brandstichting bekend. Hij zou naar eigen zeggen buiten zinnen zijn geraakt door “beledigingen en vernederingen” van zijn oom en andere familieleden. De vader van de verdachte meent dat zijn zoon geestelijk niet in orde is.

Bij de brandstichtingen met molotovcocktails op twee Turkse culturele centra in Den Haag op 25 maart 1997 was evenmin sprake van racisme, zo wordt in de Turkse verklaring toegegeven. Hiervoor worden vier verdachten vastgehouden.

Het PvdA-Kamerlid M. van Traa heeft vandaag als voorzitter van de Tweede-Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken een brief geschreven aan de Turkse minister Esengün (Mensenrechten). Van Traa vraagt Esengün hierin afstand te nemen van de suggestie dat de de brand in de Schilderwijk uit racistische motieven werd gesticht. “Voor het samen optrekken van Turken, Koerden en Nederlanders zou het goed zijn dat ook de Turkse regering erkent dat racisme geen rol speelde in de Schilderswijk”, aldus Van Traa. CDA en VVD vinden dat Van Traa eerst overleg had moeten plegen alvorens de brief te versturen. “In het vervolg moet hij tot zeven tellen; nu is hij bij drie gestopt”, aldus het VVD-Kamerlid Weisglas.

Esengün heeft eerder bij een bezoek aan Nederland verklaard dat racisme wel degelijk een rol had gespeeld. Van Traa ontving de Turkse delegatie destijds. Esengün herhaalde zijn kritiek voor de Turkse televisie.

Van Traa noemde de reactie uit Turkije vanmorgen “op zichzelf positief. Maar ik had de brief geschreven aan de minister van Mensenrechten. Van hem verwacht ik nog een reactie.”

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken spreekt in de verklaring zijn waardering uit voor “de grote inzet van de Nederlandse autoriteiten, waardoor de daders voor de rechter kunnen worden gebracht”.