STE meldde drie voorkenniszaken

AMSTERDAM, 12 JUNI. De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de 'waakhond' van de Nederlandse financiële markten, heeft vorig jaar in drie zaken van effectenhandel met misbruik van voorkennis aangifte gedaan bij justitie. In totaal heeft de STE in 1996 naar misbruik van voorkennis veertien onderzoeken gehouden na “signalen en tips” over verdachte koersbewegingen op de Amsterdamse effectenbeurs.

Dat schrijft de STE in het jaarverslag over 1996, dat vanmiddag is gepresenteerd. In 1995 deed de STE zeventien onderzoeken naar beurshandel met misbruik van voorkennis, waarbij het dossier in één geval werd doorgegeven aan het Openbaar Ministerie.

De taken van de STE zijn dit jaar verzwaard doordat de toezichthouder ook de controle-activiteiten heeft overgenomen van de Vereniging voor de Effectenhandel die tot 1 januari de Amsterdamse effectenbeurs instandhield.

Sinds de fusie van de effectenbeurs en de Optiebeurs is de STE ook verantwoordelijk voor de vergunningen aan partijen die op de beurzen actief zijn. Verder controleert de STE vermogensbeheerders en ziet zij toe op een snel groeiende aantal partijen dat niet zelf handelt, maar slechts cliënten aanbrengt bij beurspartijen.

De STE kwam eerder dit jaar onder vuur naar aanleiding van een kritisch rapport van het accountantskantoor Coopers & Lybrand over de ondergang in 1993 van de twee kleine effectenbedrijven, Nusse Brink en Regio Effekt. De STE had in overleg met het ministerie van Financiën, politiek verantwoordelijk voor het beurzentoezicht, opdracht tot het rapport gegeven.

In het vanmiddag verschenen jaarverslag waarschuwt de STE banken en effectenhuizen dat zij mede bepalen of het toezicht op hun reilen en zeilen verder moet worden aangescherpt. De financiële bedrijfstak, waaronder de beursorganisatie, heeft zelf “een belangrijke taak” in de controle, ook al is het beleid van zelfregulering met ingang van dit jaar vervangen door onafhankelijk wettelijk toezicht. Eerder dit jaar werd al duidelijk dat de STE haar personeelsaantal verdubbelt naar zo'n vijftig medewerkers.

Als het toezicht verder wordt uitgebreid, “zullen de kosten van de naleving een veelvoud zijn van de directe kosten van het toezicht in de vorm van apparaatskosten van de toezichthouder”, zo schrijft de STE in het verslag.

“Deze kosten moeten via heffingen worden betaald. De bedrijfstak draagt dus niet alleen een verantwoordelijkheid, maar heeft ook een eigen belang om een dergelijke ontwikkeling te voorkomen.”

De STE had vorig jaar een budget van bijna 6 miljoen gulden.