Sociale vaardigheid vrouw komt van vader

ROTTERDAM, 12 JUNI. Vrouwen hebben gemiddeld minder taalproblemen en minder stoornissen in hun sociale vaardigheden dan mannen. Volgens een theorie in het vandaag verschenen wetenschappelijke tijdschrift Nature hebben vrouwen die sociale vaardigheden te danken aan het X-chromosoom dat zij van hun vader hebben gekregen.

Er bestaan in de biologische en sociale wetenschappen voor dit feit al veel genetische en maatschappelijke verklaringen.

Het gaat in Nature om onderzoek door D.H. Skuse van het Londonse Institute of Child Health van 80 vrouwen tussen de 6 en 25 jaar die lijden aan het Syndroom van Turner waardoor ze maar één X-chromosoom hebben. Het syndroom uit zich in een gedrongen postuur, misvorming van de onderarm en hartproblemen. Gewoonlijk hebben vrouwen twee X-chromosomen, een van hun vader en een van hun moeder.

Onder de Turner-vrouwen bleken de 25 vrouwen die hun X-chromosoom van hun vader hadden gekregen significant betere sociale vaardigheden te hebben dan de andere 55, met hogere capaciteiten op het gebied van taal en doelmatig handelen. Onder de 55 Turner-vrouwen met een X-chromosoom van hun moeder kwamen drie autisten voor, 3,75 procent tegen een normale verwachting van minder dan 0,01 procent. Volgens de onderzoekers was de selectie ten opzichte van autisme volkomen onbevooroordeeld. De 'Turner-vrouwen' met een X-chromosoom van hun moeder hadden ook significant grotere leerproblemen.

Skuse en zijn negen mede-auteurs verklaren deze verschillen tussen de vrouwen uit het principe van de genomic imprinting: het feit dat de werking van sommige genen afhankelijk is van het feit of ze van vaders- of van moederszijde zijn overgeërfd. De een of meer genen op het X-chromosoom die invloed hebben op de sociale vaardigheden worden alleen actief als een individu dat X-chromosoom van vaderszijde heeft gekregen. Bij mannen zijn die genen dus per definitie niet actief omdat mannen alleen een X-chromosoom van hun moeder krijgen. Van hun vader krijgen ze een Y-chromosoom, dat hun geslacht bepaalt.

Het idee van genomic inprinting past in toenemende aandacht voor genetische (deel)verklaringen voor gedrags- en intelligentieverschillen tussen mannen en vrouwen. Vorig jaar concludeerde de Australische genetica G. Turner uit “toenemende epidemiologische en moleculaire bewijzen” dat zich op het X-chromosoom, waar iedere man er maar één van bezit, tientallen genen bevinden die invloed hebben op intelligentie en mentale handicaps.