Schrikeffecten

DE AFFAIRE van het Europese Securitel-arrest en zijn gevolgen voor de Nederlandse wetgeving heeft bizarre kanten. Dat is er niet minder op geworden door het plenaire debat dat de Tweede Kamer aan deze kwestie heeft gewijd. Terecht heeft de Kamer de zaak niet afgehandeld in een commissievergadering. De uitslag van het Kamerdebat was overigens voorspelbaar. Het kabinet hoefde niet bang te zijn voor politieke averij.

Het effect daarvan zou niet beperkt blijven tot D66-minister Wijers (Economische Zaken), de eerste woordvoerder namens het kabinet over de mogelijk ernstige gevolgen van het niet aanmelden van allerlei technische voorschriften in Brussel. Ook D66-minister Sorgdrager (Justitie) valt op deze omissie aan te spreken wegens haar dubbele verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de wetgeving en de ontstane onrust over snelheidscontroles en ademtests in het verkeer. Last but not least is het departement van Buitenlandse Zaken - bewindsman: D66-leider Van Mierlo - betrokken, want daaronder ressorteert het Europa-beleid, zij het met een eigen VVD-staatssecretaris.

VAN MIERLO HAD aan de vooravond van het debat duidelijk laten weten dat de deelname van de junior-partner in de coalitie op het spel stond. Het was een overbodige en ook overtrokken actie. Want ook zonder de waarschuwende woorden van Van Mierlo zouden de regeringsfracties wel om de belaagde bewindslieden zijn gaan staan na de omstandige excuses voor de ontstane chaos. De gedeelde verantwoordelijkheid bleek ook nu weer uitkomst te bieden om echte politieke schade te voorkomen.

Wijers erkende dat er flink wat mis was met de organisatie van de reddingsoperatie en dat het tempo wel wat hoger had kunnen liggen. Hij bestreed overigens de Kamer onvoldoende of te laat te hebben ingelicht. Het verschil tussen treuzelen en gebrek aan openheid zal menige betrokkene in dit geval ontgaan, maar coalitiepolitiek leeft van dergelijke subtiele nuances.

Hoe het nu precies zit met de taakverdeling tussen de drie betrokken departementen is nog steeds niet opgehelderd. Economische Zaken en Buitenlandse Zaken hebben al tijdens verschillende kabinetsformaties gesteggeld over de precieze Haagse taakverdeling voor de Brusselse betrekkingen. Maar het is ook een goede vraag of Brusselse normen als de notificatieverplichting niet onderdeel behoren uit te maken van de toetsing van wet- en regelgeving door de minister van Justitie. Het probleem van Sorgdrager is dat ieder departement primair zelf verantwoordelijk is voor de eigen regelgeving, maar deze omstandigheid was nu net de reden een wetgevingstoets door Justitie in te stellen.

HET KABINET ZAL zich nu bezinnen op het inrichten van een centraal meldpunt met coördinerende bevoegdheden. Dat dit nodig is betekent niet in de laatste plaats een ontnuchterende kanttekening bij de met zoveel ophef uitgevoerde operatie herijking buitenlands beleid. Deze moest op dit gebied juist leiden tot ontschotting, het opheffen van contraproductieve departementale kokers. Maar de coördinatie van de Brusselse betrekkingen werd daarvoor toch weer een te gevoelig onderwerp geacht, zo blijkt nu. Het organogram van Buitenlandse Zaken heeft inmiddels een hele serie nieuwe afkortingen, maar daarvoor koopt men weinig wanneer men met een niet aangemeld technisch voorschrift zit.

Een bizar aspect van de Securitel-affaire is de omvang van de verwarring. Deze is ook wel een beetje in de hand gewerkt door het kabinet zelf. In allerijl wordt een moratorium op allerlei strafzaken afgekondigd om dat na enkele dagen weer gedeeltelijk op te heffen. Dat maakt niet direct een bezonnen indruk. Het Nederlandse paniekvoetbal neemt niet weg dat ook het Europese Hof van Justitie weinig subtiel heeft geopereerd. Luxemburg kan via de binnenlijn wel laten weten dat het nooit de bedoeling was strafrechtelijke onderzoeken op losse schroeven te zetten, maar noch de Richtlijn 83/186 noch het Securitel-arrest zelf geven afdoende uitsluitsel. Dat zou eigenlijk toch niet moeten voorkomen.

HET EUROPESE HOF geldt als motor van de Europese eenwording. Het viel niet te verwachten dat het veel geduld zou hebben met de minimalistische uitleg van de notificatierichtlijn die onder meer door de Nederlandse regering nog tijdens de behandeling van de Securitel-zaak werd bepleit. Maar de manier waarop dan vervolgens het kleed wordt weggetrokken onder grote delen van de technische regelgeving, zonder bijvoorbeeld ambtshalve een beperking in de tijd te geven, wijst niet op een evenwichtig rechtssysteem. De grens tussen heilzame schok en contraproductieve schrikeffecten luistert nauw.