Ruhrgas vreest dominantie door Gasunie

KOPENHAGEN, 12 JUNI. Ruhrgas, het grootste gasbedrijf in Duitsland, heeft gisteren de Nederlandse Gasunie beschuldigd van een poging tot marktbeheersing.

In een gesprek met de pers zei de vice-voorzitter van de raad van bestuur van Ruhrgas, Burckhard Bergman, dat het “strategische contract” van Gasunie met het Russische Gazprom, “niet anders begrepen kan worden dan als een poging tot marktbeheersing.” Bergman doelt op de overeenkomst waarbij Nederland vanaf het jaar 2000 4 miljard kubieke meter aardgas uit Rusland importeert om de reserves aan te vullen. Dat contract loopt twintig jaar (in totaal 80 miljard kubieke meter) en kan verder verruimd worden.

Op zichzelf vindt Bergman het 'slim' van Gasunie-directeur Verberg dat hij goedkoper Russisch gas inkoopt om het ondergronds op te slaan en er handel mee te drijven. “De service die Gasunie zo kan bieden, door het gas te mengen en onder druk op te slaan, waardoor het tijdens een piekvraag in de winter snel geleverd kan worden, vind ik goed”, zegt Bergman. “Dat kunnen de Hollanders veel beter en goedkoper dan wij.”

Zijn bezwaar is echter dat het contract met Gazprom op den duur kan leiden tot een makelaarsfunctie voor Russisch gas in Europa, en een beheersing van dat deel van de markt.

Gasunie wil over een jaar of tien, als het overschot aan aardgas in het Verenigd Koninkrijk omslaat in een tekort, 's winters Russisch gas aan de Britten leveren. Door de ondergrondse opslag in Nederland is de levering ook in koude perioden verzekerd. Daarom kan het bedrijf een hogere prijs in rekening brengen.

“Marktbeheersing”, zoals de Ruhrgas-topman het noemt, is in de zich liberaliserende Europese energiemarkt als vloeken in de kerk. Het verwijt komt dubbel hard aan nu Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt en minister Wijers hard gewerkt heeft om een compromis over een Europese richtlijn voor de vrije gasmarkt op tafel te krijgen.

De Gasunie heeft met soortgelijke kritiek te maken gehad bij de onderhandelingen over een leveringscontract met Tsjechië. De Tsjechen willen niet alleen afhankelijk zijn van Rusland voor hun gasvoorziening, en zochten een tweede partner. Dat contract is naar Noorwegen gegaan omdat Tsjechië het vreemd vond dat het via Nederland ook Russisch gas zou kunnen ontvangen. “Waarom zouden wij voor hetzelfde gas meer moeten betalen?”, was hun commentaar. Aan extra leveringszekerheid tilden de Tsjechen minder zwaar; ze vertrouwen erop dat de gasstroom uit Noorwegen ook in koude perioden wel op gang blijft.

Toch reageert Gasunie-woordvoerder Ben Warner kwaad op de Duitse kritiek: “Onzin. Bij ons contract met Gazprom gaat het slechts om één procent van de Europese markt.”