Postmodernisme onder de Hoogovens

Hotel; Hotel De Wijck, Van Ogtropweg 12 1949, BA Wijk aan Zee, Tel 0251-374350

Het moet de merkwaardige ligging zijn, op een hoekje van het terrein van de Hoogovens, die Wijk aan Zee heeft behoed voor de expansiedrift van ambitieuze wethouders en projectontwikkelaars. De badplaats, geplooid rond een grote, groene weide, heeft daardoor haar dorpse karakter behouden. Zowel het mondaine badleven als het ordinaire massatoerisme is eraan voorbijgegaan, hoewel het betrekkelijk grote aanbod aan horeca in het lagere marktsegment op meer aanloop wijst dan wij er op een zeer zonnige doordeweekse voorjaarsdag aantreffen.

Hotel De Wijck is, net als de badplaats zelf, pretentieloos. De villa uit 1880 ligt met de rug tegen een duin, daarachter strekken zich de Hoogovens, de noorderpier en de haven van IJmuiden uit. Badgasten die op de Guide Michelin afgaan zullen het hotel niet vinden, maar in de hotelgids van de ANWB neemt De Wijck als een van de winnaars van de gelijknamige hoteltrofee een prominente plaats in. Een plakboek bij de receptie, tevens bar, getuigt van de eer die het hotel ten deel is gevallen, met het rapport van de jury (de vriendelijke en attente service was doorslaggevend), foto's van de prijsuitreiking en krantenknipsels (een journalist spelt alle namen verkeerd en toont zich teleurgesteld over de eenvoud van het bekroonde hotel). Hotel De Wijck heeft volgens de Benelux Hotelclassificatie twee sterren op een schaal van één tot vijf.

Die sterren zeggen niet alles. Dat blijkt weer eens op onze pas opgeknapte kamer (twee personen ƒ 120, één persoon ƒ 75 per nacht) die in dezelfde materialen en in dezelfde lichtbruine, bordeauxrode, groene en crème tinten is ingericht als de kamer in een aanzienlijk 'beter' hotel, waar we een paar maanden geleden bijna twee keer zo duur overnachtten. Het sanitair, een wastafel op de kamer en een aparte douchecel met toilet, is een stuk eenvoudiger, maar net zo schoon en de bedden zijn perfect.

Zowel binnen als aan de buitenzijde van het hotel zijn de sporen van opeenvolgende verbouwingen en opknapbeurten zichtbaar. Aan die verbouwingen heeft zeker geen masterplan ten grondslag gelegen. De inrichting van de benedenverdieping is waarlijk van alle tijden, een onbevangen combinatie van een dorpsrestaurant uit de jaren vijftig, ooit deels onder architectuur verbouwd, en een rustieke bar, met attributen als hoefijzers, design uit de jaren zeventig, een opgezette vos, een zelf getimmerd sleutelbord, zwarte lakstoelen, een antiek-ogende nieuwe klok, koperen luchters, oude foto's en nieuwe gordijnen in romantische stijl. Een weinig stijlvast geheel, maar ware het nu zo geconcipieerd dan heette het post-modern.

Op de kaart, die we onder de vertrouwde klanken van Procol Harum bestuderen, prijken gerechten als garnalencocktail, biefstuk stroganoff, kipfilet met kerriesaus, geflambeerde tournedos en scholfilets Picasso. Als dan ook nog eens stokbrood met kruidenboter op tafel verschijnt, wanen we ons, in culinair opzicht, zeker vijfentwintig jaar terug in de tijd. Bij het omvangrijke garnituur met vier verschillende groenten, sla, frites en gebakken aardappelen verbleekt de faam van Van der Valk. De prijzen zijn niet die van vijfentwintig jaar geleden, maar toch heel schappelijk. De gemiddelde prijs van de hoofdgerechten is ƒ 27,50. De bereiding is correct, maar mist elk raffinement.

Na het eten verkennen we de omgeving. De informatie op de hotelkamer beveelt onder meer het prachtige duingebied aan de noordzijde, de haven en visafslag van IJmuiden en in Beverwijk de Oosterse markt en Nederlands grootste meubelboulevard als bezienswaardigheden aan. Wij houden het op een avondwandeling langs het strand en door het stille dorp. De gebouwen van de Hoogovens zijn vaak kunstig weggewerkt achter bosschages en duinen. De huidige strenge milieuregels maken dat ook van geluid en stank niets te merken is. Soms doemt er tussen twee duinen of boven de bomen een fabrieksgebouw op. We beschouwen het als een buitententoonstelling ingericht door Rudi Fuchs en we bezien de installaties als een ode aan de industriële samenleving door de Griekse kunstenaar Kounellis. En dan zijn het intrigerende beelden.