Paul Snoep laat 'kind' Grolsch toch los

Grolsch zoekt een nieuwe topman. Bestuursvoorzitter drs. P.P. Snoep vindt tien jaar lang genoeg. Hij bestrijdt dat hij Golsch verlaat op een moeilijk moment voor de bierbrouwer uit Enschede.

ROTTERDAM, 12 JUNI. Zodra zijn opvolger is gevonden, treedt de 58-jarige Paul Snoep af als bestuursvoorzitter van bierbrouwer Grolsch. Dat kan zijn op korte termijn, het kan ook nog een jaar duren. Over zijn opvolging doet Grolsch nog geen mededelingen. De raad van bestuur bestaat uit drie leden: Snoep, drs. P.M.M. Tromp en J.Th.P.M. Troch.

Grolsch had vorig jaar te lijden onder de slechte zomer. Na forse winststijgingen in de jaren 1994 en '95 daalde de winstgroei vorig jaar tot 1,8 procent. De nettowinst in 1996 was 59,9 miljoen bij een omzet van 676 miljoen. De beurs reageerde teleurgesteld op die cijfers en de koers van het aandeel daalde binnen twee uur met 12,50 tot 61,50 gulden. Voor dit jaar verwacht Snoep een winstdaling.

Snoep, geologisch ingenieur, werkte voor Shell, Heineken (1973-'84), Douwe Egberts en is sinds 1987 bestuursvoorzitter bij Grolsch.

Waarom treedt u af?

“Het is een zware baan. Grolsch was toch een beetje mijn kind, het laat je nooit los. En ook het reizen speelt mee. Laatst in drie dagen op en neer naar Australië, dat is slopend. Bij Grolsch hebben we het zo georganiseerd dat ik zowel verantwoordelijk ben voor de bestuurlijke kant - beurs, investeerders, en strategie - als voor de operationele kant. Als je dat tien jaar hebt gedaan, is het in het belang van de onderneming dat een jonge generatie het werk overneemt. Daarbij speelt niet mijn leeftijd de hoofdrol, maar hoe lang ik al in functie ben. Mijn besluit was misschien voor de buitenwereld een verrassing, niet voor mijn gezin en familie.”

Wat gaat u doen?

“Ik heb een paar commissariaten, bijvoorbeeld bij een groot ziekenhuis in Enschede. Maar ik zoek zeker geen nieuwe fulltime of deeltijdbaan. En ik blijf in Twente wonen.”

U verlaat Grolsch op een moeilijk moment. De winstgroei hapert, en ook de groei van de biermarkt stagneert.

“Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Groei is in de bier-business minder vanzelfsprekend dan in het verleden. Maar Grolsch maakt een jaarlijkse winst van 60 miljoen gulden. De waarde van de onderneming is de afgelopen tien jaar vertienvoudigd. En we hebben een top-CAO kunnen afsluiten. Dus de belangrijkste stake-holders in de onderneming zijn perfect bediend. Het ene jaar is het een tandje meer, het volgende jaar een tandje minder. Maar wat betreft de winst per hectoliter bier doen wij het beter dan de meeste van onze concurrenten.”

Wordt het door de stagnerende, of zelfs licht krimpende Europese biermarkt niet noodzakelijk om in de toekomst toch te diversificeren of een nieuw huismerk te brouwen voor de supermarkt?

“De kracht van Grolsch is concentratie op één merk, met daarnaast speciaalbieren. Daar hebben we ook veel mee bereikt. We zijn sterk gegroeid buiten ons schoorsteengebied, in het noorden, zuiden en westen van Nederland. Tien jaar geleden waren er in Amsterdam drie café's met Grolsch, nu tweehonderd.”

In Polen heeft Grolsch door deelnemingen een substantieel marktaandeel veroverd, maar in Duitsland heeft Grolsch meer problemen dan was verwacht.

“We zijn natuurlijk middelmaat in vergelijking met de grote brouwers, dus moeten we voor iedere hectoliter hard knokken. Voor de Verenigde Staten en Engeland hebben we distributie-overeenkomsten met sterke partners: Seagram en Bass. Duitsland is de moeilijkste biermarkt ter wereld. Onze distibutie-samenwerking met Brau und Brunnen is gestopt, ook omdat Brau und Brunnen zelf problemen heeft. Maar Duitsland ligt naast onze schoorsteen, we moeten daar wel actief zijn met export. Als de ene distributeur niet goed werkt, zoeken we een ander.”