Parkeerkaart achteraf tonen toch ongeldig

AMSTERDAM, 12 JUNI. Een inwoner uit Tilburg heeft terecht een boete moeten betalen omdat hij niet aannemelijk heeft kunnen maken dat zich in zijn auto een geldig parkeerkaartje bevond toen controleurs daarnaar zochten. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

De man toonde achteraf zijn parkeerkaartje en zei dat de controleur zijn werk niet naar behoren had gedaan. Die stelde op zijn beurt dat hij de auto nauwgezet had gecontroleerd maar nergens een kaartje had gezien. De Hoge Raad nam deze lezing over.

Begin dit jaar oordeelde de Hoge Raad in een door een Amsterdamse automobilist aangespannen zaak echter dat een parkeerkaartje dat achteraf wordt overgelegd, als bewijs geldt dat parkeerbelasting is betaald. De man kreeg na de uitspraak zijn geld terug.

Bij de dienst lagen begin dit jaar tweeduizend bezwaarschriften van automobilisten die wel betaald hadden maar wier parkeerkaartje onzichtbaar bleek voor de controleurs. Na de uitspraak van de Hoge Raad zijn zij op een enkele uitzondering na, gegrond verklaard.

De dienst overziet de gevolgen van deze uitspraak van de Hoge Raad nog niet. “Wij moeten de uitspraak nog bestuderen. Het kan een verschil in argumentatie zijn geweest waardoor de Hoge Raad nu deze uitspraak heeft gedaan.”