Overheid moet tekort verlagen tot 1 procent

DEN HAAG, 12 JUNI. Het tekort van de overheid moet in een volgende kabinetsperiode dalen naar één procent van het bruto binnenlands produkt. “Op termijn” moet de begroting in evenwicht worden gebracht. Dat schrijft de Studiegroep Begrotingsruimte in een advies aan het kabinet.

Volgende week wordt het rapport aangeboden aan minister Zalm (Financiën).

Het tekort van de overheid komt volgens prognoses van het Centraal Planbureau dit jaar uit op 2,2 procent van het bruto binnenlands produkt. Met een reductie van het tekort naar één procent is ongeveer zes à zeven miljard gulden gemoeid.

De Studiegroep Begrotingsruimte bestaat uit topambtenaren van diverse ministeries, aangevuld met enkele externe deskundigen (De Nederlandsche Bank, Centraal Planbureau). De Nederlandsche Bank had het volgende kabinet graag een ambitieuzer advies willen geven. Een evenwicht op de overheidsbegroting zou in de volgende kabinetsperiode al gerealiseerd moeten worden. DNB baseert zich op het zogenoemde stabiliteitspact. In Dublin spraken de Europese regeringsleiders vorig jaar af dat de deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) het tekort terugbrengen naar nul.

Eens in de vier jaar brengt de studiegroep een advies uit over het financieel-economisch beleid. Dit jaar gaat het advies ook over de financiering van de vergrijzing. De studiegroep van ambtenaren vindt het “acceptabel” wanneer volgend jaar een begin wordt gemaakt met de vorming van een AOW-fonds. Het idee, afkomstig van D66, is een paar jaar geleden nieuw leven ingeblazen door het Tweede-Kamerlid Van Zijl. Een AOW-fonds is een spaarpot die kan worden gebruikt wanneer de kosten van de vergrijzing begin volgende eeuw snel stijgen omdat dan de na-oorlogse generatie (de zogenoemde baby-boomers) met pensioen gaan.

De nieuwe president van De Nederlandsche Bank, Wellink, gaat ervan uit dat het volgende kabinet al in 2001 op een financieringstekort van nul kan uitkomen. Bij voortzetting van het huidige beleid moet “het toch mogelijk zijn om in ongeveer één kabinetsperiode begrotingsevenwicht te bereiken”, aldus Wellink gisteravond in Amsterdam.

Gecorrigeerd voor inflatie moeten de collectieve uitgaven (rijk en sociale zekerheid) grosso modo constant worden gehouden.

Een positief saldo of een tekort dichtbij nul voor de totale overheid (ook lagere overheden) geeft een EU-lidstaat speelruimte om bij conjuncturele tegenwind het begrotingsbeleid aan te passen en daarbij toch onder de norm van drie procent van het bruto binnenlands product te blijven als maximum voor het overheidstekort. De afspraak die de lidstaten van de Europese Unie in Dublin maakten om op middellange termijn een financieringssaldo van dicht bij evenwicht of zelfs een overschot te bereiken is volgens Wellink niet voor niets gemaakt.