NOBELPRIJS

De Nobelprijs voor de Literatuur werd 28 maal uitgereikt voor dichtwerk, een kwart van het totale aantal. In vijf gevallen ging het om een oeuvreprijs voor proza en poëzie. Een overzicht van de winnaars van deze prestigieuze Zweedse prijs, met citaten uit de juryrapporten.

1901 Sully Prudhomme (1837-1907, Frankrijk) 'Dichterschap geeft blijk van een verheven idealisme en artistieke volmaaktheid.'

1903 Bj⊘rnstjerne Marinus Bj⊘rnson (1832-1910, Noorwegen) 'Edel, prachtig en veelzijdig werk, gekenmerkt door zuiverheid van geest.'

1906 Giosue Carducci (1835-1907, Italië) 'Hulde aan de grote scheppingskracht en de spontane stijl.'

1913 Rabindranath Tagore (1861-1941, India) 'Maakt zijn poëtische gedachten met eigen Engelse woorden tot deel van de Westerse literatuur.'

1919 Carl Friedrich Georg Spitteler (1845-1924, Zwitserland) 'Voor zijn poëzie en proza van opmerkelijk niveau.'

1923 William Butler Yeats (1865-1939, Ierland) 'Geeft op inspirerende wijze vorm aan de geest van een heel volk.'

1931 Erik Axel Karlfeldt (1864-1931, Zweden) 'Voor zijn dichtkunst.'

1945 Gabriela Mistral (1877-1957, Chili) 'Poëzie die door machtige gevoelens is ingegeven en die haar naam tot een symbool voor de idealen van Latijns Amerika heeft gemaakt.'

1948 Thomas S. Eliot (1888-1965, Groot-Brittannië) 'Briljante, baanbrekende bijdrage aan de hedendaagse poëzie.'

1956 Juan Ramón Jiménez (1881-1958, Spanje) 'Lyrische poëzie en een voorbeeld van artistieke zuiverheid.'

1958 Boris Pasternak (1890-1968, Rusland) 'Levert een belangrijke bijdrage aan de grote Russische epische traditie.'

1959 Salvatore Quasimodo (1901-1968, Italië) 'Brengt met klassiek vuur de tragische levenservaringen van deze tijd tot uitdrukking.'

1960 Saint-John Perse (1887-1975, Frankrijk) 'Voor de scheppende fantasie die de verhoudingen in deze tijd weer- spiegelt.'

1963 Jórgos Seféris (1900-1971, Griekenland) 'Werk dat geïnspireerd is door een diep gevoel voor de Helleense beschaving.'

1966 Nelly Sachs (1891-1970, Duitsland, Zweden) 'Verklaart met indringende kracht het lot van Israel.'

1971 Pablo Neruda (1904-1973, Chili) 'Poëzie die als een natuurkracht het lot en de dromen van een werelddeel tot leven brengt.'

1974 Harry Edmund Martinson (1904-1978, Zweden) 'Werk dat de dauwdruppels vangt en de kosmos weerspiegelt.'

1975 Eugenio Montale (1896-1981, Italië) 'Verwoordt de menselijke waarden vanuit een illusie-vrije levensbeschouwing.'

1977 Vincente Aleixandre y Merlo (1898-1984, Spanje) 'Creatieve poëzie die de plaats van de mens in de kosmos en de maatschappij belicht.'

1979 Odysséas Elýtis (1911-1996, Griekenland) 'Sensuele kracht en intellectueel inzicht.'

1980 Czeslaw Milosz (1911, Polen, Verenigde Staten) 'Compromisloze scherpte.'

1984 Jaroslav Seifert (1901-1986, Tsjechoslowakije) 'Frisheid, gevoeligheid en rijke inventiviteit.'

1986 Wole Soyinka (1934, Nigeria) 'Geeft in een breed cultureel perspectief vorm aan het drama van het bestaan.'

1987 Joseph Brodsky (1940-1996, Rusland, VS) 'Poëtische intensiteit.'

1990 Octavio Paz (1914, Mexico) 'Gevoelige intelligentie en humanistische integriteit.'

1992 Derek Walcott (1930, St. Lucia, Caraïbisch gebied) 'Een historische visie en een multiculturele overtuiging. '

1995 Seamus Heaney (1939, Ierland) 'Lyrische schoonheid en ethische diepte (...) toont alledaagse wonderen en de klank van het verleden.'

1996 Wislawa Szymborska (1923, Polen) 'Haar werk is geestig, inventief en krachtig. Ze combineert een elegante schrijfstijl met een razernij zoals Beethoven die in zijn muziek legde.'