Melkert en Kamer ruziën over OR-wet

DEN HAAG, 12 JUNI. De Tweede Kamer en minister Melkert (Sociale Zaken) hebben een conflict over het wetsvoorstel waarmee de ondernemingsraad wordt gemoderniseerd. Melkert weigerde gisteren het debat daarover voort te zetten, totdat hij met het kabinet heeft kunnen overleggen.

De onenigheid draait om een wijzigingsvoorstellen op de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) die de coalitiefracties hebben ingediend. Doordat Melkert deze amendementen in het kabinet wil bespreken, zal het debat over de wet op de ondernemingsraden pas na 25 augustus worden voortgezet.

Melkert is vooral verbolgen over het handhaven van een amendement van de Kamerleden Schimmel (D66) en Middel (PvdA) waarmee de ondernemingsraad de leiding van een onderneming kan adviseren hoe de winst van een bedrijf moet worden besteed. De minister gaat deze bevoegdheid veel te ver. Bovendien is het volgens hem strijdig met het vennootschapsrecht waarin de zeggenschap over de winst bij de raad van commissarissen en de aandeelhoudersvergadering ligt.

De bewindsman vindt in zijn verzet tegen het D66-PvdA-amendement de Tweede-Kamerfracties van de VVD en het CDA aan zijn zijde. Het Kamerlid Van Rooy (CDA) dreigde tegen het hele moeizaam tot stand gekomen wetsvoorstel te stemmen als het 'winst-bestedingsamendement' wordt aangenomen. De VVD bleek zover niet te willen gaan, maar VVD-woordvoerder Van der Stoel riep D66 en PvdA nadrukkelijk op het wijzigingsvoorstel in te trekken. “Dan zien we wel verder als we weer een regeerakkoord sluiten”, aldus Van der Stoel.

Middel kondigde inderdaad aan dat de PvdA het amendement, indien weggestemd, bij de onderhandelingen over het nieuwe regeerakkoord nadrukkelijk zou inbrengen. Complicatie daarbij is dat het naar verwachting Melkert zal zijn die op sociaal terrein de eventuele onderhandelingen zal voeren. De bewindsman is fel tegenstander van een dergelijke verregaande vorm van medezeggenschap. “Het betere is de vijand van het goede”, is zijn steeds terugkerende karakterisering van het amendement.

“Wij hangen zeer sterk aan het wijzigingsvoorstel”, zei Middel gisteren. Winst kan in zijn ogen immers in een bedrijf worden geïnvesteerd en aldus effecten hebben op voor werknemers relevante zaken als werkgelegenheid en productie. “Voor de PvdA heeft het adviseren over de winstbestemming dan ook een bijna symbolische betekenis als het gaat om medezeggenschap.”

Deze mededeling kwam voor de PvdA-minister als een verrassing. Hij had juist van zijn partijgenoten begrepen dat het amendement, dat hem al geruime tijd een doorn in het oog is, gisteren zou worden ingetrokken. Het is onduidelijk of het wijzigingsvoorstel op een (krappe) Kamermeerderheid kan rekenen. Dit hangt met name af van de standpunten van de ouderenpartijen die samen goed voor zeven zetels zijn. Gisteren deden alleen vertegenwoordigers van de vier grootste partijen mee aan het debat. Allen waren ten onrechte in de veronderstelling dat het de laatste keer zou zijn dat over de WOR gesproken zou worden.

Het amendement over de winstbestemming is niet het enige wijzigingsvoorstel van D66 en PvdA waar Melkert fel op tegen is. Ook ziet hij niets in de door deze fracties bepleite landelijke verkiezingen voor ondernemingsraden. Verder noemde hij de manier waarop de Kamer de inspraak van uitzendkrachten wil regelen “ondoordacht”.

Het voorstel van PvdA, D66 en CDA om bedrijven met minimaal vijftig werknemers te verplichten tot het hebben van een ondernemingsraad met volledige bevoegdheden, geniet wel de instemming van de bewindsman. Aanvankelijk lag deze grens op 35 werknemers, maar daar werden tijdelijke krachten en part-timers niet toe gerekend.

Nog kleinere bedrijven, tussen de twintig en vijftig werknemers, krijgen in plaats van een ondernemingsraad een personeelsvertegenwoordiging met bevoegdheden op het gebied van arbeidstijden, arbeidsomstandigheden en ontslagbescherming.