LUIK: Miskende stad van Corneille en Simenon

Sommige steden en streken kennen we omdat we er op weg naar ons vakantiedoel doorheen moeten. Zo is Luik vooral bekend als grauwe toegangspoort tot het Zuiden. Snel doorheen rijden en vooral niet stoppen is het uitgangspunt van de gemiddelde toerist. Ten onrechte.

Wie Luik alleen kent van een doortocht naar het zuiden, heeft ongetwijfeld het beeld van een stad in verval. Troosteloze buitenwijken, met smalle huizen aangevreten door fabrieksrook, een centrum verminkt door een enorme bouwput op de plaats waar ooit een kathedraal stond. De stad heeft haar imago niet mee: ze staat bekend als Palermo aan de Maas, het centrum van de Europese wapenhandel, waar de socialistische voorman André Cools in koelen bloede werd vermoord. Dat Georges Simenon, de geestelijke vader van commissaris Maigret, er werd geboren draagt nog eens bij aan de 'crimi'-reputatie.

Maar er is ook een ander Luik. Het centrum kent schilderachtige steegjes en terrasjes, een levendig uitgaansleven en een winkelbuurt in autovrije straten die volgens de Luikse VVV het grootste voetgangersgebied van Europa vormen. Niet voor niets komen Maastrichtenaren, die tenslotte maar op een half uurtje rijden wonen, naar Luik om te winkelen, de opera te bezoeken of om uit te gaan in cafés die geen sluitingstijd kennen. Het nachtleven van de universiteitsstad werd al beschreven door Simenon, die vooral le Carré roemde: de straatjes tussen opera en kathedraal. Outremeuse, een volksbuurt aan de rechteroever van de Maas, kent eveneens een bruisend uitgaanscentrum rond de Rue Roture. Ook Rue Souverain-Pont is 'in', met de vrolijke galerie-bar Couleur Café of het drukbezochte Planète Interdite.

Financieel is er de laatste jaren in Luik sprake van enige opleving. Na een periode waarin de schulden zich opstapelden door economische crisis en financieel wanbeheer, pakken bestuur van stad en Waals gewest met succes de tekorten aan. Een renaissance voltrekt zich ook op de Place Saint-Lambert, de spreekwoordelijke bouwput voor het voormalig prinsbisschoppelijk paleis. De Sint-Lambertuskathedraal die hier stond werd eind achttiende eeuw, in de nasleep van de Franse Revolutie, steen voor steen afgebroken. Eigenlijk hadden de Luikenaren het gemunt op de laatste prinsbisschop, maar die was op tijd gevlucht. Daarom koelden ze hun revolutionaire woede op de kathedraal, hèt symbool van het prinsbisdom. Een definitieve oplossing voor het zo ontstane litteken in het stadshart werd nooit gevonden - tot enige tijd geleden werd begonnen met de aanleg van een plein. Overigens liep Luik, bijgenaamd de 'vurige stede', niet alleen voorop bij revolutie, maar in deze eeuw ook bij betogingen en stakingen.

De prinsbisschop mag eeuwen geleden zijn gevlucht, van Luikenaren wordt nog altijd gezegd dat ze zich gedragen als 'principautairen' die er van uitgaan dat Wallonië bestaat uit Luik et le reste. Meer dan duizend jaar oud is hun Waalse stad aan de Maas, die in de Middeleeuwen glorieerde als hoofdstad van een machtig prinsbisdom dat ruim de helft van het huidige Wallonië en een deel van Vlaanderen en Nederland omvatte. Uit die tijd dateert het prinsbisschoppelijk paleis, dat nu paleis van justitie is. Mos groeit tegen de gotische, zwart uitgeslagen muren. “Nergens heb ik een merkwaardiger, somberder en prachtiger bouwkundig geheel gezien”, aldus Victor Hugo.

De eerste van de twee binnenplaatsen van het paleis is open voor publiek. Het plein is beroemd om de galerijen met zestig verschillende zuilen, maar inmiddels ook wegens de talloze televisiebeelden van magistraten en verdachten in het onderzoek naar de moord op Cools. In het paleis van justitie ontplofte enkele jaren geleden een bom, bestemd voor de toenmalige minister van Justitie en bij een ontsnappingspoging werden er een advocaat en een verdachte dood geschoten. “Maar verder is het een gerechtshof als ieder ander”, verzekerde een doorgewinterde rechtbank-journalist die me rondleidde.

Verrassend rustig en mooi is een wandeling door het oude deel van Luik, aan de voet van de citadel. In een van de oudste straten, Féronstrée, zaten vroeger ijzersmeden (ferroniers) en nu vooral antiekzaken - chique antiquairs als La Mesangerie die alleen op afspraak open is of brocantwinkeltjes als Frusques dat kitscherige sieraden en glazen verkoopt. Ook de straat Hors-Château dateert uit de elfde eeuw. De doodlopende zijsteegjes verbergen brokkelige binnenplaatsen vol klimop en geraniums. In de collegiale Sint-Bartholomeuskerk staat een doopvont, dat één van de zeven wonderen van België wordt genoemd. Het twaalfde-eeuwse koperen vat, gedragen door tien mini-ossen, wordt beschouwd als een hoogtepunt van Maaslandse kunst.

Via de 373 treden van de Montagne de Bueren kom je bij de citadel. Her en der op de eindeloze trap staan bankjes, om bij te komen van de klim. Spannender is het om vóór de trap links af te slaan naar de Impasse des Ursulines. Door een poort aan de linkerkant van de Impasse kom je op Le Sentier des Côteaux, een heuvelpad langs trappen en binnentuinen. Op de stille treden heb je voortdurend het gevoel dat je verboden terrein betreedt. Achter elke hoek doemt weer een stenen trapje op, tot je plots in een park staat. Geluiden uit de stad klinken hier heel gedempt, hoewel je nog vlakbij het centrum bent. Voorbij het Ursulinenklooster, aan de andere kant van het park, kom je in de Rue des Pierreuse, die weer naar beneden leidt. 'Vivre libre ou mourir' meldt strijdlustig een uithangbord aan een van de smalle huizen. Verderop verkoopt café/boekhandel Barricade rebelse literatuur. Even waan je je terug in de tijd: betogers zwaaien met rode vlaggen en scanderen revolutionaire leuzen.

Links van het paleis van justitie is de levendige Place du Marché met terrasjes, zeventiende-eeuwse woningen en Le Perron, een zuil die de gemeentelijke vrijheden symboliseert. De bruine cafés rond het marktplein zijn het leukst als ze hun stoelen buiten zetten. Tenzij je van wat morsige kroegen houdt. “Ik hield van die kleine cafeetjes rondom die naar jenever roken en het trefpunt waren van plaatselijke dichters en theaterartiesten”, schreef Simenon in Maigret en het lijk aan de kerkdeur.

Luik staat bekend als industriestad, met staalbedrijven als Cockerill-Sambre, maar het is ook de culturele hoofdstad van Wallonië. Om geruzie te vermijden, werd bij de federalisering van België in 1993 het wat provinciale Namen bestempeld tot politieke hoofdstad van het Waalse gewest en kregen de rivalen Charleroi en Luik respectievelijk economie en cultuur toebedeeld. De stad wijst er met trots op dat het de bakermat was van de wereldberoemde Ecole de Violon de Liège en geboorteplaats van de componisten André Grétry (1741-1813) en César Franck (1822-1890) en van de schilder Corneille (1922). Het huidige culturele leven wordt bepaald door onder meer een operagezelschap, een tiental theaters, jazzkelders, een jazzfestival, een museum voor hedendaagse en moderne en een museum voor Waalse kunst.

Elke zondagochtend verandert de Luikse kade langs de Maas in een langgerekte markt: La Batte, Waals voor kaai. In de zestiende eeuw al werden hier vee, groente en fruit verkocht. Tegenwoordig zijn er kippen te koop, konijnen, bloemen, Luikse wafels, speculoos uit Hasselt, geperste kop en pikant ondergoed. Twee dames achter een tafeltje vlechten je haar in een knot, een man verkoopt dozen speelgoed per opbod, een ander reinigt een pikzwart Perzisch tapijtje met een wondermiddel. Het leuke van deze markt is dat de onvermijdelijke stands met kleding niet de overhand hebben gekregen. Vooral Italiaanse specialiteiten worden er verkocht, want er wonen veel Italianen in het Luikse, na de Tweede Wereldoorlog geïmmigreerd om in de mijnen te werken. Er zijn stands gespecialiseerd in salami, andere verkopen hompen Siciliaanse peccorini of petjes van Juventus en AC Milan. In de dubbeldekbus Dino Dino zijn beneden levensmiddelen uitgestald, terwijl boven pizza of gnocchi kan worden gegeten. Op de zonovergoten markt, waar in luid Italiaans waren worden aangeprezen, krijgt Palermo aan de Maas opeens een zeer positieve betekenis.

INFORMATIE

Originele manieren om een stukje Luik te zien, geeft het boekje Liège ni vu ni connu 1996-1997. Het beschrijft een tochtje 'Luik in bouwplaatsen', 'Van steenkool en ijzer' en 'Luikse schandalen', te beginnen in de Rue de l'Observatoire waar de politicus André Cools in 1991 werd neergeschoten. Daarnaast bevat het gidsje, dat 350 frank kost, namen van restaurants, cafés en winkels.

Het VVV-kantoor geeft een Simenon wandelroute uit, die onder meer voert langs een vroegere boekwinkel waar de schrijver na een maand werd ontslagen “wegens gebrek aan respect voor de baas” en over de Pont des Arches, waarnaar Simenon in 1921 zijn eerste roman (over Luikse zeden) noemde. Het VVV-kantoor organiseert de eerste en de derde zondag van de maand 2,5 uur durende wandelingen door een deel van de stad. Office du Tourisme, Féronstrée 92, tel: 00324 2219221.

Bloedworst, niertjes met jeneverbessen, gefrituurde gehaktballen in stroopsaus en pékèt (graanjenever) zijn Luikse specialiteiten. Een meer Frans georiënteerde keuken heeft restaurant Le Dejeuner sur l'Herbe, dat aan een rustige binnentuin ligt. Rue des Begards 2, tel: 00324 2235402.

Luik telt veel Italiaanse restaurants, zoals Alla Grappa-Pizza dat adverteert met zestien soorten op houtvuur gebakken pizza. Rue de la Madeleine 14, tel: 00324 2221636. Het eveneens Italiaanse Asti bestaat ruim veertig jaar en houdt in het weekeinde de keuken open tot half twee 's ochtends. Rue de la Madeleine 22, tel: 00324 2232989.

Net geopend is Carpe Diem, met fris geel interieur en mediterrane keuken. Niet goed geld terug, belooft de eigenaar. Rue St. Jean-en-Isle 3, tel: 00324 2221854. Krokodil, springbok en stekelvarken zijn specialiteiten van het Kongolese restaurant Aux Delices Tropicales. Rue Surlet 57-61, tel: 00324 3425005.

Cybercafés doen het de laatste tijd goed in Luik. De oudste is Cyber Café au Lait, met veel planten, muurschilderingen en Mariabeelden, waar je een uurtje achter een computer kunt zitten voor 250 frank. Rue Soeurs de Hasque 9, tel: 00324 2212652. info@potaulait.be.

Aan de Maaskade ligt hotel Bedford, met ontbijtzaal in een zeventiende-eeuws klooster. Prijs: 2.950 voor twee personen in het weekeinde, 7.950 frank door de week. Quai Saint-Léonard 36, tel: 00324 2288111. Elf verschillende kamers telt hotel Simenon. Prijzen variëren van 2.000 frank voor een gewone twee-persoonskamer tot 4.500 voor de suite. Boulevard de l'Est 16, tel: 00324 3428690. Sinds kort heeft Luik een jeugdherberg, Auberge de jeunesse Simenon. Van 450 tot 660 frank per nacht. Rue Georges Simenon 2, tel: 00324 3445689.

Hoe Luikse herenhuizen er twee eeuwen geleden uitzagen, toont het mooie museumpje d'Ansembourg: een achttiende-eeuws huis dat is ingericht met meubels in Régence Liégoisestijl, alsof de oorspronkelijke bewoners even de deur uit zijn. Féronstrée 114. Maaslandse kunst is te zien in het Curtius-museum, in een patriciërshuis rond 1600 gebouwd door de Luikse zakenman Curtius, specialist in kanonnen en munitie. Quai de Maestricht 13. Het Wapenmuseum herbergt meer dan 13.000 wapens van vroeger en nu. Quai de Maestricht 8.

Het geboortehuis van de componist Grétry is te bezichtigen en bevat persoonlijke documenten en spullen. Rue des Récollets 34. In het Parc de la Boverie ligt het Museum voor moderne en hedendaagse kunst, gehuisvest in een paleis van de wereldtentoonstelling van 1905. Parc de la Boverie 3. Het Museum voor Waalse kunst geeft een overzicht van kunst uit Franstalig België van Renaissance tot nu. Féronstrée 86.

Iedere zondag is er Marché de la Batte op de linker Maasoever, van de brug La Paserelle tot de Pont Maghin, van ongeveer 8 tot 14.00 uur. Ook op zondag: Luiks marionettentheater Al Botroûle. Rue Hocheport 3, tel: 00324 2230576.

Enkele activiteiten in de komende maanden:

20 tot 22 juni: Fête de la musique. Inl: 00324 2219321.

5 tot 14 juli: Le Village gaulois. Inl: 00324 3442202.

14 juli: vuurwerk in Luik, 'het kleine Frankrijk aan de Maas', ter ere van Quatorze Juillet

14 en 15 augustus: Fête du 15 août in Outremeuse. Inl: 00324 3427575.

4 tot 7 september: Fête des Fous. Inl: 00324 2263785