In polonaise voorbijdrijvende zwemmertjes

Nu een aantal scholen het schoolzwemmen van de begroting heeft geschrapt, dreigen kinderen uit armere gezinnen de dupe te worden. Op zwarte scholen heerst een geringere zwemcultuur dan op witte.

UTRECHT, 12 JUNI. Zelf heeft Mehmet Atçeken nooit leren zwemmen, maar hij neemt zijn zoon Tayfun (5) wel elk weekend mee naar aquacenter Den Hommel in Utrecht. Vader en zoon delen een bord frites op de plastic stoelen bij de 'wildwaterkreek', waar kinderen met zwemvleugels in polonaise voorbijdrijven. Atçeken vindt het belangrijk dat zijn zoon op school leert zwemmen. Maar ook nu vermaken de twee zich wel in het tropische binnenbad met zijn fonteinen, snackbar en televisiehoek.

“Minstens een keer per maand” komt Els Blom met haar zoon Reinier en dochter Vera naar hetzelfde zwembad. Ook al is het er broeierig en ruikt het naar patat, wat Blom “onhygiënisch” vindt. Ze wil dat haar kinderen (4 en 6 jaar) zo vroeg mogelijk leren zwemmen. “Zwemmen, fietsen en zindelijk worden”, zo vat ze de “typisch Nederlandse” opvoeding samen. Haar dochter heeft anderhalf jaar zwemles achter de rug, haar zoon zal na de zomervakantie beginnen. Zelf heeft Blom vijf diploma's en bracht ze vroeger een groot deel van de zomer in het water door.

Nederlandse ouders sturen hun kinderen steeds vroeger naar zwemles, zo blijkt uit een onlangs verschenen onderzoek van de Stichting ter Bevordering van het Bad- en Zwemwezen (SBBZ). “Eerst zwemmen, dan blokfluit of voetbal. Dat hoor ik van bijna iedereen”, bevestigt Blom. Dit betekent dat de meeste kinderen bij aankomst in groep 5 of 6, op veel scholen het tijdstip dat het schoolzwemmen begint, al kunnen zwemmen. Verscheidene scholen en gemeenten hebben besloten het schoolzwemmen daarom van de begroting te schrappen. Uit het rapport blijkt dat het aantal gemeenten met schoolzwemmen de afgelopen vijf jaar is gedaald van 90 tot 83 procent.

Kinderen uit armere gezinnen dreigen hiervan het slachtoffer te worden, stelt het rapport. Privélessen (ongeveer zes gulden per half uur) zijn voor hen vaak te duur. Migrantenkinderen hebben een anderhalf tot tweemaal zo grote kans op overlijden als Nederlandse kinderen, aldus een ander recent rapport, vooral doordat ze niet kunnen zwemmen.

Op zogenoemde 'witte scholen' beschikt volgens het SBBZ-rapport gemiddeld 83 procent van de leerlingen bij het verlaten van de school over een B-diploma of meer, terwijl dat percentage op 'zwarte scholen' slechts 49 bedraagt. Alleen een A-diploma is volgens directeur T. Gericke van de Nationale Raad Diploma's onvoldoende garantie tegen verdrinking “als kinderen echt willen deelnemen aan de zwembadcultuur met al zijn grappen en grollen”.

In Rotterdam en Den Haag heeft 45 procent van de achtjarigen geen enkel diploma. Toch hebben juist de grote steden het schoolzwemmen wel gehandhaafd. Kennelijk is het aanbod onvoldoende, zegt Gericke. “Scholen in de grote steden hebben te maken met veel kinderen die nog nooit in een zwembad zijn geweest, nog nooit in het water hebben gepoedeld. Dan duurt het halen van een diploma veel langer.” Sommige steden houden hier rekening mee. Amsterdam organiseert 's zomers 'watergewenningsprojecten' om kinderen voor te bereiden op het schoolzwemmen. Den Bosch biedt kinderen die aan het begin van groep 5 nog geen diploma hebben, zestig gratis extra lessen. De voorlopige resultaten hiervan vallen overigens tegen. Lang niet alle ouders maken van de gratis lessen gebruik.

M. Ameziane staat gelaten toe dat zijn zoon Driss (6) een plastic amfoor leeggiet boven zijn hoofd. Alleen in het voorjaar, als het mooi weer wordt, komen volgens een badmeester veel allochtone ouders met hun kinderen naar Den Hommel. Driss kan niet zwemmen en hangt in het water om zijn vaders nek. Zijn broer Aziz (12) heeft op school zijn A-diploma gehaald en scharrelt elders rond met vriendjes. “Als ik tijd heb, neem ik ze mee naar het zwembad”, zegt Ameziane, die ruim twintig jaar geleden uit Marokko naar Nederland kwam. Hij heeft twee banen en geen auto. Dat beperkt het zwembadbezoek. Zijn oudste dochter, die het schoolzwemmen inmiddels achter de rug heeft, kan nog altijd niet zwemmen.

Ook bij jongeren is Den Hommel populair, vooral op vrijdagavond en weekendmiddagen. Erdal Fidam (18) en Durmus Can (16) komen minder om te zwemmen dan voor de gezelligheid, zeggen ze vanuit een bubbelbad. Beiden hebben wel twee diploma's gehaald op school. Hartsvriendinnen Claudia Hoefakker (14) en Desirée Kanhai (15) staan in felgekleurde badpakken te smoezen bij de zonnebanken, omgeven door een stuk of zes tengere Marokkaanse jongens. Zij komen wel om te zwemmen, zeggen ze. Een badmeester kijkt met argusogen toe, maar niet vanwege het verdrinkingsgevaar. Een van zijn voornaamste bezigheden is het bestrijden van ongewenste intimiteit onder de jeugd. “Als zo'n jongetje een meisje bij de borsten pakt, moet je ingrijpen, anders doen ze het straks allemaal.” Sommige Nederlandse meisjes lokken het uit. Onlangs nog is twee van hen wegens onzedelijk gedrag de toegang tot Den Hommel ontzegd.