In innige omarming met een verkeersbord

Het Nederlandse verkeer is een nieuw fenomeen rijker: de skeeler. Het leren van schaatsen op wielen vergt oefening. Over rammelende vullingen, knipperende stoplichten en het Elfsteden-visioen.

Laatst heb ik skeelers gekocht. Vijfwielige schaatsen, qua slag vergelijkbaar met noren. En daar was het me om te doen. Want sinds mijn zwager met succes de Tocht der Tochten heeft uitgereden, voel ik ernstige aandrang om ook zo'n megaprestatie te leveren. Probleem: mijn schaatstechniek. Ik móet iets doen aan mijn techniek, om voorbereid te zijn op het volgende seizoen. Voor les op kunstijs is het te laat. En dus kom ik uit bij schaatsen op wieltjes. In mijn hoofd groeien de contouren van grootse prestaties. Met een beetje oefenen moet het lukken mijn zwager er bij de volgende Elfstedentocht uit te rijden.

Als ik kort daarna langs een speciaalzaak kom, is de aankoop in feite al gedaan voordat ik naar binnen ga. Een dagje skeelers huren lijkt me overbodig. Ik weet immers precies wat ik wil. In de lange winkel schaats ik voor de vorm een paar keer op en neer. “Snelheden van zo'n dertig kilometer per uur zijn mogelijk, mits getraind en op een goed (lees spiegelglad) wegdek”, houdt de verkoper me voor. De naam, Down hill racers, geeft de doorslag. Goedkoop zijn ze niet. Zo'n achthonderd gulden, inclusief polsbeschermers. Kniebeschermers zijn niet nodig voor iemand met mijn techniek, besluit ik in mijn overmoed.

Snel naar huis, oud kloffie aan en de straat op. Op de klinkers is het alsof de vullingen uit mijn kiezen trillen. Ook het fietspad met split, oud asfalt en het trottoir blijken een rechtstreekse aanslag op mijn gestel. “Verkeerde aankoop”, flitst het door me heen.

Na een aantal rustdagen - het regent en dat is slecht voor de lagers - vat ik weer moed. Ik besluit het dit keer serieus aan te pakken. Ik ga eerder weg van mijn werk om die middag nog een stevige tocht te kunnen maken. De basis voor de megaprestatie in Friesland zal deze dag gelegd worden.

Het blijkt lastig om met opgebroken wegen, niet werkende stoplichten en veel verkeer de stad uit te komen. Zeker als je niet kunt remmen. Mijn pogingen om wegen over te steken leiden tot grote vertwijfeling bij automobilisten. M'n schoenen klemmen. Elk takje op de weg leidt tot een bijna-valpartij. Ik begin te twijfelen of ik komende winter al zal kunnen deelnemen aan de Tocht der Tochten.

Maar dan komt de euforie: ik haal een fietser in, houd hem bij en laat hem achter me... De triomf duurt tot de helling van het eerste viaduct. Ik val onmiddellijk stil. Down hill racers, het zal wel, maar hoe kom je op skeelers in hemelsnaam boven? Omlaag gaat beter, iets te goed zelfs. Innig omarmd met een verkeersbord kom ik tot stilstand.

Er volgen andere tochten. Langzaam krijg ik de slag te pakken. Ik schaats eerst met één arm op mijn rug, dan met twee. Ik kan steeds langer blijven 'zitten' en krijg niet al na honderd meter pijn in de onderrug. Stoplichten en zijstraten vormen geen schier onoverkomelijke hindernissen meer. Mijn kiezen houden het en oneffenheden in het wegdek leiden niet meer tot koortsachtig zoeken naar evenwicht. Achthonderd gulden gedeeld door honderdvijftig gereden kilometers: die skeelers kosten me nog maar ƒ 5,30 per kilometer, rechtvaardig ik mijn aanschaf.

Tijd voor het grotere werk, bluf ik tegen mijn zwager als hij tijdens een bezoek bewonderend naar mijn stoere skeelers kijkt. Op weg naar huis stap ik in Bodegraven uit en skeeler terug naar Leiden. Wind tegen, slecht wegdek, vier viaducten, het mag allemaal niet deren: ik haal de eindstreep met glans. In Leiden besluit ik mezelf te belonen met een borrel in een café, bij wijze van voorschot op de Beerenburger die me straks in Friesland ten deel zal vallen. Als ik naar huis loop, blijk ik alleen maar te kunnen strompelen.

Ik krijg steeds grotere visioenen: op skeelers naar mijn werk - slechts zo'n vijftien kilometer. Of even naar Amsterdam en met de trein weer terug. En ik wilde altijd nog naar Santiago de Compostella...

Ik breek record na record. Op mijn vaste fietsroute van 28 kilometer - op een perfect fietspad met wind in de rug - lijk ik te vliegen. Bijna thuis kijk ik naar mijn eindtijd: een uur en veertig minuten. “Dertig kilometer per uur is haalbaar”, had de verkoper in de winkel gezegd.

Bijna thuis kan ik kiezen tussen een makkelijke, wat langere toegangsweg of een kort, steil aflopend paadje met bocht. “Het zou moeten lukken”, houd ik mezelf voor, mijn skeelers richting het steile pad sturend. “Ik skeeler immers al vier weken.” De anti-climax is groot. Onder luid gekraak beland ik in een zandhoop. Het gekraak blijkt afkomstig van mijn spijkerbroek, die soepel openscheurt als ik mij wijdbeens de bocht om begeef. Een dame - als zij daar niet had gelopen, had ik die bocht soepeltjes kunnen nemen - trekt aan mijn arm om me overeind te helpen. “Gaat het?”, wil zij weten. Ik neem de schade op. Het spijkerblauw van mijn gescheurde broek combineert fraai met opkomend rood. Mijn handpalmen mankeren niets, mijn polsbeschermers des te meer. “Gaat wel”, verzeker ik haar.

Een paar weken zijn verstreken en mijn knie is genezen. Ik houd geen stoere verhalen meer tegen mijn zwager. En ik heb kniebeschermers gekocht.

INFORMATIE

Er zijn twee termen voor skates: inline skates en skeelers. Inline skate is een verzamelnaam voor alle rolschaatsen waarvan de wielen op één lijn staan. De naam skeelers is een gedeponeerd handelsmerk van fabrikant Zandstra. Inline skates zijn overal verkrijgbaar, skeelers bij de betere schaatsspecialist.

Wie skates wil aanschaffen, dient zich zorgvuldig af te vragen wat hij of zij ermee wil doen. Crossen op een plein, stunten in een half pipe of lange tochten afleggen. Voor elk doel is een type rolschaatsen verkrijgbaar.

Alleerst is er de keuze tussen vier of vijf wielen. De vijfwielige skates zijn geliefd bij schaatsers die 's zomers hun conditie op peil willen houden. Ze zijn geschikt voor lange tochten op hoge snelheid. Met de vierwielige schaatsen kan men crossen, de half pipe in, 'ijshockeyen' of conditietrainen.

Belangrijk is het verschil in hardheid van de wielen en het formaat ervan. De wielen zijn van veerkrachtig en splijtvast kunststof. De hardheid varieert van zacht (code 74A) tot hard (88A of hoger). Zachtere wielen geven meer grip, maar rijden iets zwaarder en slijten harder. Harde wielen zijn sneller, maar geven minder grip en rijden minder comfortabel. De maat van de wielen wordt uitgedrukt in mm. Kleine wielen zijn voor het agressieve schaatsen, de grotere voor recreatie en de overzomerende marathonschaatsers. De meest gebruikte hardheid is 78A of 79A. Het meest voorkomende formaat is 72 mm voor vierwielige skates en 76 mm of zelfs 80 mm voor vijfwielige hardrijders.

Ook de lagers zijn belangrijk. De kwaliteit ervan wordt vaak aangeduid met de ABEC-code: ABEC 1, ABEC 3, ABEC 5 en ABEC 7. Hoe hoger de code, hoe soepeler de lagers, hoe lichter u schaatst en hoe hoger de prijs.

De prijzen van skates lopen sterk uiteen: van ƒ 200 tot ƒ 2000, afhankelijk van het aantal wielen en de kwaliteit van de lagers en de schoen. Voor een klapskeeler met leren schoen moet u rekenen op circa ƒ 1200. In grotere winkelketens zijn vierwielige skates te koop van ƒ 100 tot ƒ 500.

Tot slot: Ga nooit skaten bij regen (de lagers lopen vast) of als het wegdek nog nat en dus glad is. Blijf bovendien thuis als het donker wordt in verband met valgevaar. Een helm is aan te bevelen. Polsbeschermers zijn een must. (Bron: http://leden.tref.nl/fzomer/skeel.htm)