Gered door de kleine p

Hoe zou minister Wijers van Economische Zaken, toch nog steeds een beetje de 'wonderboy' van D66, het debat in de Tweede Kamer van gisteravond en vannacht over de Securitel-zaak nu weer hebben ervaren? Als een demonstratie van teamwork, wat hij zo graag wil, of als de zoveelste uiting van 'politiek met een kleine p' waar hij zo'n hekel aan heeft?

Echt moeilijk heeft de grote meerderheid van de Tweede Kamer het hem in elk geval niet gemaakt. Maar ja, wat moet je ook als parlement wanneer een minister niet alleen zijn excuses maakt aan de Kamer maar aan de complete Nederlandse bevolking als het gaat om de slechte organisatie van het overheidsapparaat ten aanzien van Europese regelgeving.

Het zat er in dat het debat zo zou verlopen. Natuurlijk moest de Kamer op strenge toon om opheldering vragen, natuurlijk moesten de ministers iets van een boetekleed aantrekken waarna vervolgens Kamer en ministers eensgezind naar de toekomst konden kijken. Dan zou het toch allemaal beter moeten worden geregeld. En de verantwoordelijkheid? Daar praten we niet meer over. Er is gigantisch gefaald bij het verwerken van Europese richtlijnen in het nationale beleid. Maar omdat de kwestie eigenlijk al zo lang speelt en er dus diverse regeringen bij betrokken zijn, kon al weer snel worden teruggevallen op de vertrouwde Nederlandse toverformule van de collectieve schuld.

De minister vroeg begrip en kreeg het. Nee, pas werkelijk schuld had degene die het had bestaan om te lekken naar de pers. Die was pas echt onverantwoordelijk bezig geweest. Wijers kon het gisteravond met droge ogen en nauwelijks weersproken in de Kamer beweren. Vroeger wilde een dergelijke houding nog wel eens arrogantie van de macht genoemd worden, tegenwoordig wordt dat blijkbaar beschouwd als verfrissend paars.

In datzelfde licht moet waarschijnlijk het optreden van vice-premier en D66-leider Van Mierlo worden gezien. Nog voordat het debat zelfs maar was begonnen waarschuwde hij dat wie aan de D66-ministers Wijers en Sorgdrager kwam, aan het hele kabinet kwam. Met andere woorden: of de Kamer zich maar even koest wilde houden. Een veel gehoorde klacht in D66-kring was tot voor kort dat de partij zo moeilijk met macht kon omgaan. Wie Wijers en Van Mierlo aan het werk ziet weet dat dit voor hen in elk geval niet meer opgaat. De macht is heerlijk, jammer alleen dat zij zo nu en dan eens lastige Kamerleden of vervelende onthullingen op hun weg treffen. Zouden ze nog wel weten waar die 'D' van D66 voor staat?

Neem de opvatting van Wijers over de wijze waarop in Nederland politiek wordt bedreven. In 1984 was het huis aan het Binnenhof te klein nadat de nog jonge minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Elco Brinkman, zich had veroorloofd in een interview met het weekblad Vrij Nederland enkele kritische opmerkingen over het functioneren van de Tweede Kamer te maken. Hij moest te vaak voor allerlei kleinigheden in het parlement komen opdraven (“vragen over een of ander probleem in een Amsterdams buurthuis beantwoorden”) en vond dat Kamerleden er goed aan zouden doen in deeltijd te gaan werken zodat ze ook nog tijd hadden voor een deeltijdbaan in de maatschappij.

Onder aanvoering van oppositieleider Den Uyl werd Brinkman in de Tweede Kamer tot de orde geroepen. “Het werken met de Kamer en het respecteren van haar rechten is, ik weet het, lastig en vaak zeer tijdrovend voor een kabinet, maar het is toevallig wel de manier waarop in dit land geregeerd moet worden”, aldus Den Uyl. De vertegenwoordigster van D66, Wessel-Tuinstra, zei het nog iets pregnanter: “Wij kunnen als Democraten echt niet tolereren dat parlementariërs zo worden afgeschilderd door hun eigen regering”.

Dertien jaar later kan minister Wijers van Economische Zaken en van datzelfde D66 iets meer omfloerst maar met in essentie hetzelfde dédain over de volksvertegenwoordiging spreken, zonder dat maar één Kamerlid hem daarover ter verantwoording roept. Of hij de politiek leuk vond, was de vraag van een verslaggever van het televisieprogramma Netwerk afgelopen vrijdag. Waarop Wijers antwoordde dat hij niet echt enthousiast kon worden van het spel, oftewel “de politiek met de kleine p”. De partijpolitiek, de spelletjes zo zei hij, daar kon hij maar niet aan wennen. Dat leidde volgens hem maar tot het creëren van moeilijkheden, terwijl hij zelf toch hechtte aan het samen iets opbouwen. Het was niet zomaar een eenmalige oprisping van deze minister. Eind vorig jaar hekelde hij in een vraaggesprek met het weekblad Elsevier ook al de Haagse cultuur die zich manifesteerde in een “politieke markt waar elke vier jaar de aandelen worden verdeeld en waar het dus niet gaat om de lange termijn”. Het zal je maar gezegd worden als Kamerlid. Natuurlijk is er in de Kamer zo nu en dan de profileringsdrift. Gelukkig maar. Dan zien de kiezers tenminste nog iets van hun stem terug. Is dat politiek met een kleine p, of inherent aan een stelsel waar elke stem telt en dus ook elke opvatting?

Voor Wijers is die atmosfeer in elk geval aanleiding zich niet beschikbaar te stellen voor de Tweede Kamer. Voor een hernieuwd ministerschap kan de partij daarentegen altijd een beroep op hem doen. Zou het ooit bij Wijers zijn opgekomen dat hij zich als Kamerlid natuurlijk ook kan distantiëren van het door hem zo verfoeide kleine p gedrag? Bedoelt Wijers eigenlijk niet gewoon dat de Kamer voor hem een maatje te klein is.

In feite is Wijers altijd de organisatie-adviseur gebleven die hij was voordat hij tot het kabinet toetrad. Die organisatie-adviseur heeft in de Securitel-zaak waar het bij uitstek ging om organisatie dan wel jammerlijk gefaald. Goed dat het hem overkwam in het politieke bedrijf met de kleine p. In het bedrijfsleven met de grote B had hij het als hoofdverantwoordelijke ongetwijfeld aanzienlijk moeilijker gehad.