Genomineerden

Astrid Lampe, Rib. uitgeverij Querido, 48 blz; f29,90

Astrid Lampe In Rib van Astrid Lampe zien we een zuiver voorbeeld van wat Vestdijk 'poëzie van na de explosie' noemde. Brokstukken, losse woorden, onaffe zinnen, tussenwerpsels, haakjes, streepjes, puntjes: ze zijn geplaatst door een dichteres die er zelf weinig zeggenschap over lijkt te hebben. Het eerste woord van de bundel, de titel van het eerste gedicht, is veelzeggend: (W)ijkplaats, alsof Lampe er niet zeker van was. Zo is vaker: poëzie in wording, die ter plekke ontstaat, met veel woord- en klankspel van het type: 'klank/ als popcorn te pof/ plok plokke plok/ stolpt het een mond om/ tot broedwarm een mofje'. Het procédé is, in de beste experimentele traditie, bewust primitief en kinderlijk. Het is ook wat gedateerd allemaal. Wonderlijk is het zeker, met hier en daar charmante raadseltaal: 'turf het schor gekraak/ in klinken van de bodem'.