Genomineerden

Piet Gerbrandy, Weloverwogen en onopgemerkt. Uitgeverij Meulenhoff, 68 blz., f 34,90

Dat kan niet worden gezegd van het debuut van Piet Gerbrandy, dat niet modieus is, niet wil charmeren en zich sowieso weinig aan de lezer gelegen laat liggen. 'Nacht zit mij als gegoten', 'zon komt niet in mij op', meldt de dichter in zijn eerste vers, er bevindt zich 'tussen u/ en mij een withete stalen plaat/ waarop wij spugen voor gezelligheid'. Weerbarstig is de toon, op het agressieve af, en klassieke schoonheid is hier ver te zoeken: 'Chemokar, bezing de wrok der schoonheid'. Zijn onderwerpen zijn alledaags: ziekte, seks, het moderne leven op kantoor en in pretparken, in zwembaden en doorzonwoningen - en daar dan vooral het verval en de treurigheid van.

Van alle genomineerden heeft Gerbrandy het meest een eigen stem, met een stugge stijl en een stotterende syntaxis en een weinig verhullend woordgebruik met veel drab, kut, prut, slurpen en slijm. Je zou er niet vrolijk van moeten worden, maar Gerbrandy heeft gevoel voor humor en onder zijn 54 gedichten lang volgehouden grimmigheid gaat zowaar een luchtig cynisme schuil: 'en angst gaat heus weer over/ als men sterft'. Of hij met dit type gedichten nog een tweede bundel moet vullen, vraag ik me af: daarvoor zit er te weinig variatie in zijn onderwerp en toon. Maar op grond van zijn eersteling lijkt hij mij eigenzinnig genoeg om nieuwe wegen in te slaan.

De C. Buddingh'-prijs zou dus wel eens naar Piet Gerbrandy kunnen gaan, omdat zijn debuut van alle zes het meest nieuwsgierig maakt naar een vervolg. Of, iets veiliger, maar even terecht, naar Jos Versteegen, wegens reeds bewezen vakmanschap.

De C. Buddingh'-prijs wordt zondag 15 juni om 20.00 uur toegekend en uitgereikt in de grote zaal van de Rotterdamse Schouwburg.