Exposities van kermisaffiches en reclameposters; Een trieste aap in smoking

'Hooggeëerd publiek, Friedländeraffiches 1875-1925' Teylersmuseum, Spaarne 16, Haarlem, t/m 7 sept, di t/m za 10-17u, zo 12-17u, inl 023-5319010;

'Postertje, postertje aan de wand...', Scryption, Spoorlaan 43a, Tilburg, t/m 31 aug, di t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u, inl 013-5800821

Van alle circusdieren doet de aap je toch het meest. Op een tentoonstelling van kermis- en circusaffiches in het Teylersmuseum in Haarlem zijn kangoeroes te zien die kunnen boksen, olifanten die rekenen en parkieten die fietsen. Maar bij de affiche van Circus Albert Carré uit 1910 met een chimpansee móet je even blijven staan. De aap is zo menselijk. Hij heeft een smoking aan en kijkt een beetje zielig uit zijn ogen. In de ene hand heeft hij een rokende sigaret, de andere rust ontspannen op zijn knie. Het is alsof hij even aan het uitblazen is na een vermoeiende voorstelling.

De ruim tachtig gekleurde affiches zijn tussen 1875 en 1925 gemaakt in de drukkerij van de Hamburger Adolph Friedländer, die een grote reputatie bezat bij kermis- en circusartiesten in heel Europa. Ze vallen op door hun gedetailleerdheid. De beren van dompteur Paul Batty bijvoorbeeld zien er heel aaibaar uit, zo fijn is hun vacht getekend. En op de affiche van de krokodillentrainer Pernelet is te zien dat hij al zijn vingers nog heeft, waaruit geconcludeerd kan worden dat de tekening is gemaakt vóór zijn ongeluk. Pernelet voerde krokodillen in een bassin door ze een stuk vlees uit zijn mond te laten happen. Eén keer kwam hij in het water terecht. De krokodillen doken bovenop hem en de toeschouwers dachten dat het afgelopen was met de dompteur. Maar Pernelet kwam weer boven, zij het met een paar vingers minder.

Affiches waren indertijd het belangrijkste reclamemiddel, dus ze mochten wat kosten. Toch kon niet elk circus zich veroorloven een eigen tekening te laten maken. Voor kleinere circussen werden zogenaamde passe-partouts gedrukt: tekstloze affiches, waar een strook met de naam van het circus onder werd geplakt. Soms stonden daarop dieren die het circus niet had. Wanneer toeschouwers vroegen om de op het reclamebiljet beloofde panter of tijger dan luidde het antwoord doorgaans dat die op dat moment net ziek was.

Sommige acts trokken zoveel publiek dat er wel eigen posters van gemaakt konden worden. Van de Fransman Louis Claude Declair bijvoorbeeld. Zijn bijnamen luidden: Mac Frog en 'het menselijke aquarium'. Die bijnamen dankte hij aan het feit dat hij 30 tot 40 glazen water dronk en daarna levende kikkers en goudvissen inslikte. Vervolgens spuwde hij water en dieren in een fontein uit zijn mond.

Meer mooie oude affiches zijn op dit moment te zien in het Scryption in Tilburg, waar een expositie is ingericht met reclameposters voor schrijfwaren. De voornamelijk Franse en Duitse affiches beslaan een langere periode, 1892 tot nu, waardoor een ontwikkeling in de tijd zichtbaar wordt. De oudste exemplaren zijn net als de reclamebiljetten in het Teylers heel fijn getekend. Het zijn kunstwerken gesigneerd door de maker. Hoe verder in de tijd, hoe strakker de lijnen en soberder de afbeeldingen worden.

De Franse affiches verschillen van de Duitse door de humor. Beperkten de Duitsers zich vaak tot het tonen van een inkpot plus merknaam, de Fransen proberen de toeschouwer aan het lachen te maken. Zoals met een niet gedateerde affiche van Hervé Morvan voor vlakgum. Dat toont een getekend mannetje dat wegrent voor een overmacht aan gummetjes die dreigen hem uit te wissen. Zijn voet is hij al kwijtgeraakt.

Humoristisch zijn ook de verwijzingen naar de politiek op een aantal Franse posters, waaronder die van Conté vulpotloden. Op een daarvan lijken hamer en sikkel te zien, bij nadere beschouwing blijkt de hamer een vulpotlood. De tekst 'Een goedkoop vulpotlood, het is een schande' verwijst naar het begrip 'scandale' dat door de Franse communisten in de jaren '60 veelvuldig werd gebruikt. Ernaast hangen affiches met leuzen en symbolen van gaullisten en socialisten.

Van alle tijden is het gebruik van aantrekkelijke vrouwen om een product aan de man te brengen. Er hangen in Tilburg legio voorbeelden van, zoals de secretaresse op een affiche van Olivetti (1920) die dankbaar haar handen vouwt omdat ze van haar baas de typemachine heeft gekregen waarvan ze droomde. Nog verder van de realiteit is een poster uit 1957 met een stralend lachende dame, afgebeeld in een hart van machinelinten. De affiche blijkt een reclame voor Armor carbonpapier, niet echt iets om je geliefde cadeau te doen.