Eurotopschilders in het Stedelijk

Tentoonstelling: Europa Rondom. Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 24/8. Dagelijks van 10-18u. Inl. (020) 573 29 11.

Ter gelegenheid van de vergaderingen van de Europese Raad die deze maand in Amsterdam gehouden worden, heeft het Stedelijk Museum een tentoonstelling samengesteld met werk uit het depot van kunstenaars uit de vijftien lidstaten van de Europese Unie. Aan de gelegenheidsexpositie ligt de gedachte ten grondslag dat politici geneigd zijn de belangen van het eigen land te laten prevaleren boven die van andere landen, terwijl kunstenaars juist het liefste in meer dan één opzicht grenzen overschrijden.

Hoeveel waarheid dat idee bevatten mag, het is voor de expositie van geen belang. De Eurotop is een aardige aanleiding om opnieuw schatten uit de onuitputtelijke museumkelder te halen en voorziet bovendien in een selectiecriterium - en dat is alles. In Euro-politiek of in de verschillen tussen kunstenaars en politici verschaft Europa Rondom geen inzicht.

Wél in de rijkdom van het Stedelijk dat voor de gelegenheid vrijwel de hele eerste verdieping heeft ingeruimd. Er zijn enkele beelden te zien (van bijvoorbeeld Charlotte van Pallandt), een paar vitrines met toegepaste kunst (waaronder prachtige vazen en bestek van Wilhelm Wagenfeld) en in een drietal kleinere zalen hangen affiches van voornamelijk Nederlandse grafische kunstenaars. Maar het zwaartepunt ligt op getekend werk (in de kabinetten) en op schilderkunst. Wat het laatste betreft zijn de indrukwekkende, abstracte en elk in één bepaalde kleur uitgevoerde doeken van Sigmar Polke in de galerij van het trappenhuis de juiste voorbode.

De erezaal met een grote installatie vol multiples van Georg Herold is dat minder. Mij zegt zijn rommeldoos op reuzenformaat althans weinig. Misschien komt dat ook, omdat het werk het in eenzaamheid - voorlopig? de inrichting van de wel al geopende tentoonstelling was eergisteren nog niet voltooid - moet zien te rooien, terwijl in de overige zalen juist de confrontatie tussen verschillende kunstenaars zo boeiend is. Want in het museum van Rudi Fuchs, ongeveer de uitvinder van de 'dialoog' tussen uiteenlopende kunstwerken, is daar vanzelfsprekend en zichtbaar aandacht aan besteed.

Het is mooi en leerzaam om Evenwijdige lijnen van François Morellet, een blauw gestreept doek uit 1957, naast een op zichzelf al verrassende Armando, 6 x Rood uit 1953, te zien hangen. De Armando bestaat uit zes wijnrode monochrome panelen, met eenvoudige spijkertjes in twee rijen van drie tegen elkaar aan bevestigd, die lichtjaren verwijderd zijn van de zo bekende witte doeken met zwarte vlekken van deze kunstenaar. Het werk heeft inderdaad veel meer te maken met dat van Morellet uit dezelfde tijd. Dezelfde Morellet zegt een paar zalen verderop met een uit strepen in een wybertjespatroon bestaand doek uit 1954 ook weer iets over het grote schilderij van Bridget Riley met kleurige, kaarsrechte, horizontale strepen uit 1970.

Sommige dialogen gaan in monologen over, zoals de naast elkaar gehangen en nauwelijks van elkaar te onderscheiden doeken van Van Tongerloo, Marlow Moss en Nicolaas Warb. Alledrie (uit de tweede helft van de jaren dertig en begin jaren vijftig) lijken ze sprekend op werk van Mondriaan. Eenzelfde close harmony vormen de naïeve werken van Stanley Spencer, Co Westerik, Jacob Zekveld en Lucebert en de naast elkaar gehangen doeken van Reinier Lucassen en Roger Raveel.

De Europese gedachte komt het best tot zijn recht in de kabinetten met tekeningen, waar werk van Daniëls, Cucchi, Paladino en Masereel, ondanks de eigen signatuur van elke kunstenaar, een wonderlijke symbiose vormen. Hetzelfde geldt voor het kabinet ernaast met tekeningen van Birza, Dahn, Saura en Dumas. Twee hoge, smalle schilderijen van Marlène Dumas behoren tot de hoogtepunten van Europa Rondom, dat in zijn omvang toch al een indrukwekkende afspiegeling biedt van de kwaliteit van ons openbaar kunstbezit. Alleen al omdat de Amerikanen ontbreken is de tentoonstelling geen parade van wereldnamen, maar de langgerekte blanke en zwarte vrouwenfiguren van Dumas, zo aards en figuratief als wat, maar ontroerend en mysterieus, tonen dat er hoop is voor het oude continent.